Toedeledokie

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: herinneren.

Stel u staat op het punt een dure aanschaf te doen, bijvoorbeeld een Chinese vaas, een Perzisch tapijt of een computer, maar u twijfelt nog. U vraagt zich af of de aankoop niet te duur is. Van de andere kant lijkt het u een goede investering voor de kinderen, voor later, als u er niet meer bent. Mijn advies: houd het geld lekker in uw zak.

Want kijk even mee naar de verzameling spullen die is uitgestald op de garagevloer met witte plavuizen van een, volgens de makelaarsfolder, „verrassend ruim, uniek en zeer bijzonder, onder architectuur gebouwd, halfvrijstaand woonhuis met lift” – het huis van mijn vader. Tussen gebloemde theekopjes, koperen potjes, oude gordijnen en een fruitschaal – het soort spullen dat aan het einde van de dag op een vrijmarkt overblijft – staan op een Perzisch tapijt een Chinese vaas en een computer.

Samen met mijn broer ben ik, met het oog op verhuur of verkoop van de woning, de kasten en de berging van mijn vader aan het opruimen. We maken drie stapels: ‘houden’, ‘kringloop’ en ‘weggooien’. Al weten we al snel niet meer welke berg nou voor de stort bedoeld was.

Ergens hoop je natuurlijk dat je achterin een laatje een sleuteltje vindt. Een sleuteltje dat past op een kistje en in dat kistje blijkt dan een geheim te zitten. Zoals de kinderen van Meryl Streep in The Bridges of Madison County overkwam. Een leven lang dachten ze dat hun moeder een seksloos wezen was dat toevallig heel goed kon koken en poetsen, blijkt opeens dat ze een stormachtige verhouding had met Clint Eastwood!

Nu hoop ik niet zozeer het bewijs van mijn vaders ontrouw te vinden, maar een krokant geheim dat mijn eigen saaie leven in een ander perspectief plaatst, dat zou fijn zijn. Dat ik bijvoorbeeld toch een kind blijk te zijn van rondtrekkende zigeuners die mij voor veel geld verkochten, wat ik als kind lang heb gedacht.

Maar al vind ik deze dag zeker tien sleuteltjes, niet een past er op een geheim. Dus zal mijn wandeling door Memory Lane over gebaande paden gaan. Bovendien kiezen mijn broer en ik voor de korte route, want vanavond wacht er voor hem voetbal op tv en voor mij een tong à la meunière in een restaurant.

Zo’n wandeling door een laantje van herinneringen is een nogal praktische aangelegenheid. Wat doen we met de tientallen jampotjes in de garage, waarin mijn vader boutjes, moertjes, schroefjes en nippeltjes bewaarde? Weg ermee. Het matras voor onder de zonnebank, waarop mijn moeder haar meest ontspannen uren doorbracht? Toedeledokie. Aju groezelig kussentje van polyester bont.

Nee! Niet dat kussentje! Mijn broer mag het dan zelfs te vies vinden om naar de kringloop te brengen, voor mij is het een Belangrijk Kussentje. Twaalf jaar geleden gaf ik het aan mijn moeder, omdat ze zo moe was en veel rusten moest. Maar dan klinkt in mijn hoofd een sarcastisch stemmetje: ‘Waarom wil jij per se dat gore kussentje bewaren? Als herinnering aan je moeder? En waarom heb je dan net haar zelfgemaakte tafelkleden en servetten weggegooid? Zal ik eens zeggen waarom jij dat ranzige ding wil houden? Je denkt dat het bewijst dat je een goede dochter was.’ En daar, op de wit betegelde garagevloer, realiseer ik me opeens dat een kind altijd een kind blijft: hengelend naar aandacht en erkenning en schaamteloos egocentrisch.

Aan het einde van de dag ga ik naar huis met een tv (op bestelling van mijn dochters), twee rozenkransen (onder jongeren een hip accessoire), veertien flessen wijn en – voor je weet maar nooit – een nog bijna vol pakje slaappillen.