Testen na de teek

Geneeskunde

Het is lastig te ontdekken of iemand na een tekenbeet ziek wordt. Een nieuwe test lijkt daarbij te helpen.

Op de huid van een mens heeft een volwassen teek zich vol gezogen met bloed. De rode kring duidt op besmetting met Borrelia-bacterie. Foto Schutterstock Images

Vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn, gewrichtspijn… Een patiënt die daarmee bij de dokter komt, krijgt vrijwel nooit meteen een duidelijke diagnose. Het kan van alles zijn. Stress bijvoorbeeld, of een uit de hand gelopen griep, een chronische infectie of ME. De symptomen passen echter ook bij de ziekte van Lyme: de ziekte die het gevolg kan zijn van de beet van een teek die besmet is met de Borrelia-bacterie.

De ziekte van Lyme is berucht onder artsen en patiënten: hij is soms lastig aantoonbaar en de symptomen zijn vaag en divers. Gevolg: patiënten voelen zich niet serieus genomen en artsen weten niet welke behandeling ze moeten voorschrijven. Een nieuwe test moet daar binnen een paar jaar verandering in brengen.

Het is een primeur van het Lyme Expertisecentrum, onderdeel van het UMC St Radboud in Nijmegen. De test geeft in het lab veelbelovende resultaten, en wordt nu verfijnd door een bedrijf in Amerika. Uiteindelijk moet hij met zekerheid aantonen of iemand besmet is, en zo ja, hoe lang geleden dat gebeurde. Met zo’n precieze diagnose kunnen artsen een patiënt effectiever behandelen.

Jaarlijks lopen naar schatting een miljoen Nederlanders een tekenbeet op. Lang niet iedereen krijgt daarbij de Borrelia-bacterie in zijn bloed. Als je een teek binnen een etmaal verwijdert, is er meestal niets aan de hand. Bovendien dragen lang niet alle teken de bacterie met zich mee. Gemiddeld is een kwart van de Nederlandse teken besmet, maar in sommige gebieden is dat meer dan de helft.

Lyme-ziekte wordt jaarlijks bij zo’n 22.000 mensen vastgesteld; dat aantal neemt gestaag toe. De ziekte is in een vroeg stadium, tot enkele maanden na de besmetting, goed te behandelen met antibiotica. Onbehandelde Lyme-ziekte kan echter vervelende chronische symptomen veroorzaken, waaronder blijvende gewrichts- en neurologische schade.

Immuuncellen

De nieuwe Lyme-test zoekt in het bloed niet naar de hele bacterie en ook niet naar antistoffen die het afweersysteem tegen de bacterie maakt. In plaats daarvan meet hij de reactie van bepaalde immuuncellen in het bloed op de Borrelia-bacterie. Het gaat daarbij om zogeheten T-geheugencellen: witte bloedcellen die het lichaam aanmaakt na besmetting met een bepaalde ziekteverwekker. Deze T-geheugencellen blijven lange tijd, soms vele tientallen jaren, in het bloed en zorgen ervoor dat het immuunsysteem sneller kan reageren wanneer het voor de tweede keer met eenzelfde ziekteverwekker in aanraking komt. Ze scheiden dan bepaalde signaalstoffen uit, waaronder zogeheten cytokines, die andere cellen van het immuunsysteem ertoe aanzetten om de ziekteverwekker onschadelijk te maken.

“Onze nieuwe test meet de concentraties van die signaalstoffen”, vertelt onderzoeker Leo Joosten van het UMC St Radboud. “Als iemand besmet is met de bacterie, vertonen twee van die markers een sterk verhoogde concentratie. Naarmate de besmetting langer geleden heeft plaats gevonden, daalt de ene marker weer. De andere blijft hoog. De verhouding tussen die twee markers vertelt je dus hoe lang geleden de besmetting heeft plaatsgevonden.”

Met de huidige testen is nu lang niet altijd met zekerheid vast te stellen of iemand wel of geen Lyme heeft, vertelt hoogleraar Bart-Jan Kullberg, oprichter van het Expertisecentrum. “De meest karakteristieke aanwijzing is een rode kring die al snel rond de tekenbeet verschijnt, en die een paar dagen tot een paar weken te zien blijft. Maar sommige patiënten merken die kring niet op. En 20 procent van de mensen met Lyme-ziekte heeft nooit zo’n kring gehad.”

Artsen moeten dus op andere criteria afgaan, vervolgt de hoogleraar. “Het liefst wil je de bacterie direct aantonen”, vertelt hij, “maar Borrelia verstopt zich in het lichaam. De bacterie is vrijwel nooit in het bloed aan te tonen. Je zou daarom een punctie moeten nemen uit de huid, uit een gewricht of uit het vocht van het ruggenmerg. Dat doe je niet zo maar – daarvoor moet je precies weten waar de bacterie zich bevindt.”

De gangbare aanpak is daarom dat artsen het bloed onderzoeken op antistoffen tegen de bacterie. Die methode is verre van waterdicht. Sommige reumatische aandoeningen die niet met Borrelia samenhangen, geven toch een positieve uitslag op de Lyme-test. Daarnaast verschilt de immuunreactie van persoon tot persoon. “Bij de meeste mensen vind je pas na drie tot acht weken specifieke antistoffen in het bloed”, zegt Kullberg, “en bij sommige mensen helemaal niet. En ook antibioticagebruik beïnvloedt de productie van antistoffen. Verder kan het zijn dat we wel antistoffen vinden, maar dan van een Lyme-infectie die de patiënt al twintig jaar geleden heeft doorgemaakt zonder het te merken.”

In veel gevallen, benadrukt Kullberg, verloopt een Lyme-besmetting zonder symptomen en zonder gevolgen. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt de ziekte chronisch en veroorzaakt hij ernstige gezondheidsklachten. Het zijn die mensen die bij het Nijmeegse expertisecentrum terechtkomen: mensen bij wie Lyme pas heel laat in beeld kwam, of bij wie antibiotica onvoldoende effect hadden. “En juist bij die mensen wil je met veel grotere zekerheid kunnen zeggen of ze al dan niet besmet zijn, of zijn geweest”, zegt Kullberg. “Dit zijn mensen die vaak wanhopig op zoek zijn naar een diagnose.”

Darmflora

Waarom niet iedereen die mogelijk Lyme heeft, voor de zekerheid een antibioticumkuur geven? “Het kan heel goed zijn dat de klachten ergens anders door worden veroorzaakt”, zegt Kullberg, “en dus een andere behandeling vereisen. Je wilt niet vanuit de heup schieten. Daarmee werk je bovendien antibioticaresistentie in de hand.” Antibiotica hebben ook bijwerkingen; ze zijn bijvoorbeeld slecht voor de darmflora.

Dat het principe van de nieuwe test goed werkt, hebben Joosten en zijn collega’s inmiddels in het lab aangetoond. Maar nu willen ze de test geschikt maken voor gebruik in ziekenhuizen en dokterspraktijken. Daarbij willen ze de test ook nog verfijnen: ze willen precies onderzoeken hoe snel de concentraties van die signaalstoffen ten opzichte van elkaar veranderen, zodat je nog nauwkeuriger kunt afleiden wanneer iemand besmet is geraakt. Verder zijn ze benieuwd hoe de patronen verschillen tussen mensen die wel en niet ziek worden van de Borrelia-bacterie. “Op dit moment weten we niet eens hoeveel bacteriën er nodig zijn om iemand ziek te maken”, vertelt Joosten, “en of dat ook nog van andere factoren afhangt.”

Voor de praktische ontwikkeling van de test zijn de Nijmegenaren onlangs een samenwerking gestart met Boulder Diagnostics, een Amerikaans bedrijf. Dat gaat de resultaten op grote schaal controleren en de test nauwkeuriger en gebruiksvriendelijker maken. Kullberg: “Daar gaat nog wel een aantal jaren overheen. Ik verwacht dat de test op zijn vroegst in 2014 op de markt komt.”