Rot op. Wij zijn hier om te blijven

Migron is illegaal. De Israëlische nederzetting op de Westelijke Jordaanoever had allang ontruimd moeten zijn. Maar dat gebeurt niet. „De regering is niet gekozen om joodse huizen te vernietigen.”

Een mediterraan bungalowpark voor kinderrijke gezinnen. Zo slaperig en vriendelijk oogt Migron. Op een hoge heuvel even buiten Jeruzalem leven driehonderd mensen, van wie tweehonderd kinderen, in zestig witte stacaravans. In hun voortuinen zwerven speelgoedtreinen, wilde bloemen en bankstellen. In de zon tsjilpen de mussen, leren kleuters fietsen, hangen moeders de was op. Een vader sleutelt aan zijn auto.

Binnen in de stacaravan van Aviela Deitch blijkt de idylle ijdel. Ze woont in de grootste container van allemaal. Maar 65 vierkante meter is krap met zes kinderen. Bovendien brengt de wind zelfs in maart nog bijtende kou binnen. Er is geen dokter, geen school, geen postbode, geen winkel, geen bus.

Deitch, secretaresse, kwam niet voor het comfort naar de nederzetting Migron. Zij kwam uit de strenge overtuiging dat deze grond, die volgens de internationale gemeenschap de Palestijnen toebehoort, door God voor de joden is bestemd. Ze zit hier niet voor zichzelf, zegt Deitch, maar voor Israël.

Uiterlijk dit weekend, 31 maart 2012, moest Israël Migron ontmantelen, oordeelde het Hooggerechtshof vorig jaar, omdat de ‘buitenpost’ is gevestigd op land van particuliere Palestijnse boeren. Maar de stacaravans staan er morgen nog. En ze blijven voorlopig staan.

Het Hof gaf de staat vorige week nog vier maanden respijt, tot 1 augustus. Maar zolang de kolonisten weigeren vrijwillig te vertrekken, is het verre van zeker dat Migron dan wordt ontruimd. Want de regering belooft al sinds 2003 de buitenpost te ontmantelen en vond telkens wegen om dat te voorkomen.

Ook nu zoekt de regering koortsachtig naar een compromis dat past binnen de Israëlische wet en dat tegelijk de machtige kolonisten van Migron bekoort. Niet alleen is Jeruzalem bang voor geweld van kolonisten en het verlies van hun stemmen, ook bestaat binnen deze rechts-religieuze regering van nature veel steun voor de illegale buitenposten. Zo zei Danny Danon, parlementariër en partijgenoot van premier Netanyahu: „De regering onder leiding van Likud is niet gekozen om joodse huizen te vernietigen.” Vicepremier Silvan Shalom: „Migron is voor eeuwig. Het is gekomen om te blijven.”

Migron toont de ambivalente houding van Israël ten opzichte van de buitenposten op de bezette Westelijke Jordaanoever goed aan. Enerzijds probeert de staat de bouw van illegale nederzettingen tegen te gaan conform de wet en afspraken met de internationale gemeenschap. Anderzijds investeert de staat om de buitenposten te bouwen en te behouden.

‘Dit is totaal abnormaal’

Op papier begint de geschiedenis van Migron in mei 1999, als een Israëlische ambtenaar ontdekt dat er illegale wegwerkzaamheden plaatsvinden ten westen van een bocht in weg nummer 60, die het noorden en het zuiden van de Westelijke Jordaanoever met elkaar verbindt.

Enkele jaren daarvoor had het hoofd van de regioraad, een religieuze kolonistenleider, bedacht dat er op de strategische heuvel, die uitziet op Ramallah, een nieuwe nederzetting moest komen. De missie van Pinhas Wallerstein: de Palestijnse gebieden aan Israël toevoegen. „Het is mijn ideaal”, zei hij, „om elke jood in de gebieden te zien wonen”.

Eerst werd de heuvel tot archeologisch belangrijk gebied verklaart. En een archeologische plek heeft natuurlijk een toezichthouder nodig, en die weer een zeecontainer om in te slapen. En omdat hij daar uiteraard niet alleen kon blijven, waren er meer containers nodig, en een weg om er te komen.

Omdat het land was geregistreerd op naam van Palestijnen uit de nabijgelegen dorpen Dir Dibuan en Burqa, en de buitenpost dus in strijd was met het Israëlisch recht, probeerde de staat de eerste kolonisten al in 1999 te overreden om de heuvel vrijwillig te verlaten. Ze gingen niet.

Toen de kolonisten in 2002 bij de staat bezwaar maakten tegen een antenne voor mobiele telefonie, uit angst voor de straling, schreef een ambtenaar in een interne memo: „Dit is totaal abnormaal. De gemeenschap heeft helemaal geen recht om te protesteren.”

Maar het werd nog gekker. Want hoewel toenmalig premier Ariel Sharon in 2003 de internationale gemeenschap had beloofd alle illegale buitenposten te vernietigen, werd niet veel later in Migron begonnen met de bouw van infrastructuur voor een nederzetting van honderden huizen. Met medeweten en op kosten van het ministerie van Bouwen en Wonen werden wegen, een hek, verlichting, water en een afvoersysteem aangelegd. Doordat alle aandacht uitging naar de ontmanteling van Israëlische nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook, was de ontruiming van Migron van de agenda gevallen. In 2005 had het ministerie al een miljoen in Migron geïnvesteerd.

Illegale landroof

In 2006 dienden de Palestijnse eigenaren van het land waarop Migron was gebouwd een claim in bij het Israëlische Hooggerechtshof. In de rechtszitting erkende de staat dat Migron op privaat land was gebouwd en beloofde het de buitenpost voor het einde van 2007 te evacueren. Maar de evacuatie kwam er niet.

Tegen het einde van 2008 schreef de voorzitter van het Hof over de staat: „Beloftes zijn betekenisloze woorden gebleken.” In augustus vorig jaar gaf het Hof de staat vanwege „de flagrante overtreding van de wet” opdracht Migron voor 1 april 2012 te ontruimen.

Vlak na het vonnis vernietigde een politiemacht van duizend agenten drie stenen huizen in Migron, die zonder vergunning waren gebouwd. Daarop staken, vermoedelijk kolonisten, een Palestijnse moskee in Qusra in brand. Een moskee in Yatma werd beklad, Palestijnse auto’s in brand gestoken. Op een Israëlische legerbasis werden vernielingen en graffiti over Migron aangebracht. Parlementariërs dreigden de coalitie van Netanyahu te laten vallen als Migron zou worden ontmanteld. Inwoners van Migron dreigden met een ‘burgeroorlog’.

De regering wil geen herhaling van de gewelddadige botsingen met kolonisten in 2006, toen een groep van 10.000 agenten en soldaten negen stenen huizen in de illegale buitenpost Amona neerhaalde. Dus had de regering onlangs aan het Hof gevraagd de uitspraak over de ontmanteling van Migron te vernietigen, omdat met de bewoners was overeengekomen dat zij hun huizen vrijwillig zouden verlaten voor het einde van 2015.

Afgesproken was dat ze zouden verhuizen naar 7 hectare land twee kilometer verderop, dat weliswaar ook op de bezette Westelijke Jordaanoever ligt, maar dat niet op naam van particuliere Palestijnen geregistreerd staat. Om tegemoet te komen aan de wensen van de internationale gemeenschap zou Israël daarvoor de gemeentegrenzen van nederzetting Kochav Yaakov op willen rekken, opdat het nieuwe Migron officieel geen nieuwe nederzetting zou worden, maar een uitbreiding van een oude. De staat zou er duurzame stenen huizen voor de kolonisten bouwen. In de deal met de bewoners beloofde de regering de gebouwen van het oude Migron na hun vertrek te laten staan, in afwachting van wetgeving die de buitenposten in de toekomst mogelijk legaliseert.

Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie Vrede Nu probeerde de regering naast Migron 1 een Migron 2 te bouwen en dreef de regering de spot met het Hof door te vragen om een vonnis terug te draaien en de illegale landroof nog bijna vier jaar langer toe te staan.

Rechter Salim Joubran van het Hof vroeg zich tijdens de hoorzitting over het akkoord hardop af: „Hoe ziet de rechtstaat eruit als uitspraken niet worden opgevolgd?” Andermaal, maar met vier maanden uitstel, oordeelde het Hof vorige week dat Migron moet worden ontmanteld.

‘Als je land bezet, is dat van jou’

Activisten en juristen zijn maar gematigd positief over de laatste uitspraak van het Hof. Aeyel Gross, docent mensenrechten aan de universiteit van Tel Aviv, noemt Migron „een juridisch drama”. In de Israëlische krant Haaretz schreef hij: „Waarom hebben ze nog een uitspraak van het Hof nodig waarin het Hof de staat gebiedt zich aan de vorige uitspraak van het Hof te houden? Hoewel het besluit van het Hof om het compromis tussen de regering en de kolonisten af te wijzen welkom is, moeten we zeer bezorgd zijn dat we tot dit niveau zijn gezonken.”

De Israëlische premier Netanyahu, die eerder het met de kolonisten gesloten akkoord prees als het resultaat van „verantwoordelijk en vastberaden leiderschap”, zegt nu het vonnis van het Hof te zullen volgen. Het imago van een rechtstaat is hem veel waard. Maar Netanyahu weet, wil hij de baas blijven binnen Likud, dat hij de invloedrijke kolonisten te vriend moet houden. Zij riepen de premier al openlijk op om het vonnis te negeren. Zijn adviseurs noemen Migron ook wel ‘migraine’.

De kolonisten van Migron maken zich intussen weinig zorgen, aldus hun woordvoerder Itai Hemo. „De Israëlische overheid moedigde ons aan om hier te komen en we eisen van de premier dat het recht zal zegevieren. De bal ligt nu bij hem. We zijn zeker dat zijn ministers niet zullen helpen bij de ontmanteling.” Kortom: „Op 1 augustus zullen we hier zijn in Migron.”

Hun motieven zijn even politiek als religieus, zegt Deitch, de secretaresse, in haar tochtige caravan. Zij pleit voor annexatie van de Westelijke Jordaanoever, net als extremisten binnen de regering van premier Netanyahu. Zij weten dat deze heuvel ten oosten van Ramallah onder elk toekomstig vredesakkoord deel zou worden van een Palestijnse staat. Dus elke nieuwe nederzetting hier maakt het moeilijker om een vredesakkoord te sluiten.

Als Migron hier blijft, stimuleert dat andere kolonisten om illegale buitenposten op te richten, tot er op de Westelijke Jordaanoever zoveel Israëliërs wonen, dat in binnen- en buitenland alle hoop op vrede en een Palestijnse staat vervliegt. Dat beogen de kolonisten. En dat willen extremistische krachten binnen de regering. Migron is het symbool geworden voor deze beweging. En voor dat symbool zijn sommigen bereid de rechtsstaat aan de kant te schuiven.

Deitch pakt liever de wereldkaart erbij. „Als je die bekijkt, is Israël heel klein. Dus mogen we best een beetje uitbreiden.” En de Palestijnen? Die moeten weg, zegt Deitch. „Overal ter wereld geldt: als je land bezet, is dat van jou. Je hoort nooit iemand over de indianen die de Amerikanen hebben gedood. Alleen bij Israël is iedereen heel streng.”

Haar regering luistert te veel naar kritiek van de internationale gemeenschap, vindt Deitch, en dat irriteert haar. „In plaats van rekening te houden met alle gevoeligheden moeten we onze rug rechten en zeggen: rot op. Dit is ons land en nationale belangen hebben prioriteit.”