Pil voor lang leven geeft niet altijd diabetes

Rapamycine is het enige medicijn – op de markt voor het onderdrukken van afweerreacties na een orgaantransplantatie – dat het leven van zoogdieren beduidend verlengt. Proefdieren bij levensverlengende experimenten krijgen echter vrijwel zonder uitzondering ook diabetes type 2. Amerikaanse onderzoekers hebben het ‘goed’ en ‘kwaad’ van rapamycine weten te scheiden. Twee – subtiel verschillende – signaalroutes in de levende cel worden beide door rapamycine beïnvloed. De ene zorgt voor een langer leven. De ander ontregelt de suikerhuishouding zodat er diabetes type 2 ontstaat. De onderzoekers ontrafelden de mechanismen met muizen waarin ze na genetische manipulatie een van beide signaalroutes uitschakelden (Science, 30 maart).

De droom van de onderzoekers is een medicijn dat wel het leven verlengt, maar geen diabetes veroorzaakt. Die pil moet dan alleen de signaalroute mTORC1 stilleggen die langer leven beïnvloedt, maar niet mTORC2 dat met diabetes verband houdt.

Rapamycine legt beide signaalpaden stil. Het is ooit ontdekt bij een speurtocht naar antischimmelmiddelen en werd gevonden in een bodembacterie in een grondmonster van Paaseiland (Rapa Nui). Het was ongeschikt als schimmelmedicijn omdat het het afweersysteem van zoogdieren krachtig onderdrukt. Zo kwam het in 1999 als het medicijn sirolimus tegen afstotingsreacties na een orgaanstransplantatie op de markt. Bij medicinaal proefdieronderzoek kwam de levensverlenging aan het licht. Muizen leven 10 procent (mannen) tot 15 procent (vrouwen) langer.

Wim Köhler