Papegaaitje leef je nog

Exotische vogels zijn veel geld waard. Vanuit het Nederlands Opvangcentrum Papegaaien (NOP) werden ze jarenlang illegaal verhandeld. De Dierenbescherming vermoedt dat het nog steeds gebeurt, en vindt dat staatssecretaris Bleker moet ingrijpen.

Een trouwe vrijwilliger, die dag en nacht klaarstond voor het vogelcentrum. Zo kennen de medewerkers van het Nederlands Opvangcentrum Papegaaien (NOP) hun 58-jarige vogelverzorger Frans V. Hij was iedere week aanwezig in het papegaaienpark. Dan kluste V. aan vogelkooien. Laatst verving hij nog de luchtfilters in het centrum.

Frans V. had een speciale taak in het park. Hij vervoerde vogels van Schiphol naar Veldhoven. Daar vangt het centrum gesmokkelde vogels op die de douane op het vliegveld in beslag heeft genomen. Het opvangcentrum krijgt daar geld voor van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Maar niet altijd kwamen de vogels in Veldhoven aan. Soms sneuvelde een dier tijdens het transport. Of er raakte een vogel kwijt.

Halverwege januari dit jaar maakte Frans V. weer een rit naar Veldhoven. Op Schiphol was de Surinaamse vogelhandelaar Radjen R. aangehouden met elf zangvogels in zijn bagage. De douane nam ze in beslag en zette ze op transport naar het papegaaienpark.

Een paar dagen later deed de politie een inval in het huis van Radjen R. en trof daar dezelfde vogels aan die de douane in beslag had genomen. Radjen R. zou de dieren samen met Frans V. tijdens transport hebben verwisseld. Bij het doorzoeken van de woning van Frans V. werd 19.000 euro contant geld gevonden. V. werd gearresteerd.

Het is niet de eerste keer dat een medewerker van het opvangcentrum in Veldhoven in opspraak komt. Al jaren hangt om het NOP, een van de grootste papegaaienparken ter wereld, een waas van geheimzinnigheid. In het centrum zouden massaal dieren overlijden of kwijtraken. Gemiddeld gaat 60 procent van de vogels er binnen drie jaar dood. Zeer ongewone sterftecijfers, zegt koepelorganisatie VOND van de Nederlandse dierenopvangcentra. Volgens een woordvoerder heeft het papegaaienpark een „zeer slechte” reputatie, omdat er op grote schaal dieren zouden verdwijnen.

Vriesvak

Adriaan Versteegen was 25 jaar vrijwilliger bij het NOP toen directeur Tonnie van Meegen vorig jaar overleed. Versteegen nam zijn taken tijdelijk over en kreeg van het bestuur opdracht de vogels te tellen in het park. Versteegen schrok. „Bij die telling kwam ik maar tot 1.100 vogels, terwijl hier volgens de administratie 3.000 vogels zouden moeten zitten.” Hij ontdekte dat het registratieprogramma van het park vol met eigenaardigheden zit. „Vogels die in het systeem als overleden werden geregistreerd, waren na vier jaar plotseling weer levend. Er klopte niets van.”

Bij Versteegen viel het kwartje. Al langer liep hij rond met vermoedens dat vogels vanuit het opvangcentrum werden verhandeld. Veel ‘kwijtgeraakte’ vogels waren van exotische komaf en veel geld waard. „Bewijzen kan ik het niet, maar ik heb in de loop der jaren genoeg verdachte zaken gezien.” Hij begint over het vriesvak waar dode vogels worden ingevroren. „Dat lag soms vol met vogels waarvan ik dacht: waar komen die opeens vandaan?” De Dierenbescherming heeft wel een idee. „Wij hebben het sterke vermoeden dat NOP handel drijft in exotische dieren.”

Ruim tien jaar geleden werd al vastgesteld dat het centrum zich schuldig maakt aan illegale handel. De truc die NOP hanteerde is simpel, vertelt een onderzoeker van toen. Het centrum doet haar papegaaien van de hand via externe handelaren. Verkochte papegaaien werden geregistreerd als ‘overleden’. De zeldzame dieren werden vervolgens ingewisseld voor goedkope, al ingevroren vogels. Zo werd de schijndood gelegaliseerd.

Destijds trof de officier van justitie een schikking met het centrum. Maar ook daarna bleef het NOP handelen in vogels, melden betrokkenen aan deze krant. Het overkwam Joy Ramdaras, voorzitter van zangvogelvereniging Beef-Free uit Den Haag. Een paar jaar geleden nam hij drie zangvogels mee uit Suriname. De vogels werden op Schiphol onderschept en naar Veldhoven gestuurd. Ramdaras zou de dieren terugkrijgen als ze in quarantaine waren geweest. Bij het NOP aangekomen kreeg hij drie andere vogels mee. „Ik zei meteen: dit zijn mijn vogels niet.” Maar zijn eigen vogels waren er niet.

Ramdaras deed navraag en kwam uit bij vogelhandelaar Radjen R., die in Suriname verbleef. Ramdaras belde hem op. „Hij gaf toe dat hij mijn vogels had verkocht, en zei: ‘No spang, maak je niet druk. Ik regel bij het NOP wel andere voor je.’ Daarna heb ik nooit meer iets van hem gehoord.”

In de Surinaamse vogelwereld is Radjen een bekende handelaar, weet Ramdaras. Als iemand een zieke of dode vogel had, kwam Radjen het dier wel ophalen. „Hij had allemaal dode dieren in zijn vriezer liggen. Die ruilde hij dan bij het papegaaienpark om voor exotische vogels.”

Volgens dierenarts Jan Hooimeijer zijn honderden vogeleigenaren op deze manier hun dier kwijtgeraakt bij het NOP. Hij was als vogeldeskundige betrokken bij het onderzoek van ruim tien jaar geleden. Het opvangcentrum „deugt voor geen meter”, zegt hij nu. „Er is nergens een plek waar zoveel vogels dood gaan als in dit park, maar sectie-uitslagen ontbreken. Ik krijg daar een hele bruine smaak van in mijn mond.”

Bovendien heeft het park nooit gegevens verstrekt over wat het doet met jonge vogels die er uit het ei komen, zegt Hooimeijer. „Neem maar van mij aan dat ze bevruchte eieren niet in de vuilnisbak gooien. Sommige vertegenwoordigen een waarde van wel duizend euro. Die worden ook verhandeld.”

Interim-directeur Martin van Hees van het NOP erkent dat „in het verleden een aantal dingen niet goed is gegaan”. Met een deel van de vogels werd gekweekt, bevestigt Van Hees. Hij acht het „goed mogelijk” dat jonge vogels werden verkocht. Maar sinds vorig jaar gebeurt dat niet meer, „want ik ben daar persoonlijk geen voorstander van”. Ook is de volledige administratie doorgelicht. „Niet alles klopte, maar van grootschalige handel is geen sprake”, zegt Van Hees. „De fout zat hem eerder in het foutief registreren van nieuw binnengekomen vogels. Soms hebben we een nummertje verkeerd opgeschreven.” Volgens de interim-directeur zijn „hooguit vijftig vogels” op onverklaarbare wijze kwijtgeraakt. Verkocht? Van Hees: „Dat weet ik niet. Er vliegt ook wel eens een vogel weg.”

De Dierenbescherming is niet overtuigd. „Ondanks onderzoek dat gedaan is, denken wij dat vogelhandel in het NOP nog steeds bestaat”, aldus een zegsman. Daarom heeft de Dierenbescherming medewerkers een richtlijn gestuurd om niet langer samen te werken met het centrum. Medewerkers brengen nog incidenteel papegaaien naar het park. „We kunnen niet anders”, verklaart de woordvoerder. „Het NOP heeft in Nederland een monopolie. Zij zijn het enige door de overheid aangewezen opvangcentrum voor papegaaien.”

Koepelorganisatie VOND wil dat daar verandering in komt. „We weten allemaal dat het rommelt bij dit centrum. Ingrijpen is noodzakelijk. Het park kan niet meer verder met dezelfde mensen op dezelfde plek. Het heeft een nieuwe start nodig.”

Ook de Dierenbescherming wil dat staatssecretaris Henk Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, CDA) onderzoek doet naar de gang van zaken bij het papegaaienpark. „NOP krijgt geld van het ministerie om vogels op te vangen, niet om te verhandelen.”