Pal voor 't hart van Mokum

Fel tegen de Oostlijn, maar vóór de Noord-Zuidlijn. Deze week overleed de Amsterdamse politicus Auke Bijlsma, altijd in touw voor een mooie en duurzame stad.

Medio jaren zeventig ging Amsterdam op een andere manier naar zichzelf kijken. Voor 1975 waren sloop en grootschalige nieuwbouw de norm. Daarna gaf kleinschalige renovatie de stad haar gezicht. Een van de drijvende krachten achter de omslag was activist Auke Bijlsma die maandag 26 maart na een lange ziekte is overleden en vrijdag door honderden vrienden en stadgenoten is begraven en in de Zuiderkerk herdacht.

Bijlsma, een Fries uit een klassiek anti-revolutionair gezin in het dorp Sexbierum die naar Amsterdam kwam om biologie te studeren aan de Vrije Universiteit, was een van de denkers én doeners van de actiegroep Nieuwmarkt. Deze groep verzette zich begin jaren zeventig tegen de metrolijn die door het oostelijk deel van de binnenstad zou worden aangelegd, en die het gebied tussen Weesperplein en Centraal Station zou omploegen ten gunste van de ‘cityvorming’. Ondanks de kritiek van heemschutters en stedenbouwkundigen, ondanks kraakacties en rellen zette een meerderheid onder aanvoering van PvdA en CPN in 1975 de aanleg door.

Bijlsma legde zich daar niet bij neer. Hij zette zijn gevecht voort tegen de stedenbouwkundige erfenis van ex-wethouder Joop den Uyl (1962-’65), die het plan had gemaakt boven de metrocaissons een snelweg te asfalteren. Bijlsma, die een groot vermogen tot samenwerking en dialoog paarde aan een drammerige doortastendheid, boekte succes. Toen de PvdA in 1978 met ex-staatssecretaris Jan Schaefer een nieuwe koers ging varen, kreeg hij steeds meer gehoor bij het college van B&W.

Het resultaat was een, toen voor Nederland unieke, samenwerking tussen bestuur en burgers. Die leidde in de jaren tachtig tot een gemengde buurt met huizen en bedrijvigheid ten oosten van de Amstel: een dorp in een stad. Goedkoop was de nieuwe Nieuwmarktbuurt niet. Maar het hart van Mokum, dat door de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting was vernietigd, kreeg wel weer een ander leven.

Twee decennia later liet Bijlsma zich overhalen om de politiek in te gaan. In 1994 werd hij in de gemeenteraad gekozen: nota bene voor de PvdA, de mammoet die hij had bestreden. Hij was twaalf jaar lang een van de hardnekkigste en ook succesvolste raadsleden van Amsterdam. Wethouder Geert Dales (VVD), verantwoordelijk voor het budget van de Noord-Zuidlijn van de metro, kreeg in 2002 maar liefst 114 vragen te verstouwen van fractiewoordvoerder Bijlsma en zijn kompanen binnen en buiten de PvdA: over de technische en financiële risico’s, de ‘vergeten’ omgevingsprojecten en tal van andere kwesties die later hoogst actueel zouden blijken.

Het denken van Bijlsma bleek intussen ook een wending te hebben genomen. Uiteindelijk koos hij, de tegenstander van de Oostlijn, vóór de Noord-Zuidlijn. Een metro was het enige antwoord op de onstuitbare mobiliteit in de Randstad, was zijn redenering. Die keuze was minder raar dan ze leek. Duurzaamheid was de rode draad in het denken van Auke Bijlsma, die altijd bioloog, activist en politiek staatsburger tegelijk wilde zijn: niet alleen in de Nieuwmarktbuurt en de gemeenteraad, maar ook bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), waar hij jarenlang werkte, en in Brussel, waar hij de Europese Commissie adviseerde over milieubeleid.

Op zijn sterfbed pal tegenover de Stopera, de andere nederlaag die hij op de grootschaligheid had geleden, bleef Bijlsma de PvdA volgen. Bij het afscheid van Job Cohen schreef hij zijn vrienden: „Waardig. Zijn rol is nog lang niet uitgespeeld.”

Hubert Smeets