Ongelukkige talkshow

Het was voor Dilma Rousseff deze week de eerste keer dat zij als president van Brazilië aanschoof bij een top van de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika). Dus moest zij op de foto, in New Delhi, hand in hand met de andere leiders. De handjes gingen zelfs de lucht in – zij het wat ongemakkelijk – om de wereld te laten zien hoe eensgezind de staatshoofden waren van de opkomende grootmachten.

De BRICS-landen vormen als politiek en economisch machtsblok een uitstekend alternatief voor de oude wereld en de VS, zo vinden commentatoren in Brazilië. Talrijke journalisten waren dan ook verwachtingsvol met Rousseff meegereisd om de top te verslaan.

Maar in eigen land was João Pontes Nogueira, directeur van het BRICS-instituut in Rio de Janeiro, vooral ontnuchterend. Hij noemde Rousseffs aanwezigheid met name een goede gelegenheid om producten en diensten van Braziliaanse makelij te verkopen aan India.

Braziliaanse journalisten wijzen graag op het toenemende politieke en economische gewicht van de BRICS in de wereld. Gezamenlijk zijn de vijf landen, onder meer, goed voor 25 procent van de wereldeconomie en vormen zij 40 procent van de wereldbevolking.

De diverse ambitieuze plannen van de BRICS-landen krijgen dan ook ruim aandacht in Braziliaanse media. Zoals het voornemen om een gezamenlijke ontwikkelingsbank op te zetten. Een oud plan, dat steeds weer besproken wordt. Een speciale studiegroep gaat nu echt aan de slag met het project. Over twee jaar moet het onderzoek klaar zijn. De eigen BRICS-bank moet de tegenstrever van de Wereldbank worden, want die wordt te veel gedomineerd door de VS.

Maar met de ambities komen ook frustraties. Het stoort de BRICS dat de hoogste man van de Wereldbank steeds weer een Amerikaan is. Achter de schermen blijkt de groep te hebben gelobbyd voor een benoeming bij de Wereldbank gebaseerd op prestaties en niet op nationaliteit van de kandidaat.

Toen deze week bekend werd dat de Amerikaan Jim Yong Kim als nieuwe president van de Wereldbank is voorgedragen door president Obama, viel dat binnenskamers slecht. Een Braziliaanse kwaliteitskrant noteerde dat de regering-Rousseff de voorgenomen aanstelling van Yong Kim zag als een „overwinning van de VS”.

Waar de BRICS-landen ook mee in hun maag zitten, is de dominantie van de dollar in het internationale handelsverkeer. Vooral Brazilië voelt de pijn van de lage dollarkoers, die heeft geleid tot een historische hoge reaal. Dus spraken de landen weer over het bevorderen van de handel in lokale valuta, een onderwerp dat al sinds de eerste top in 2008 op de agenda staat. Maar opnieuw bleef succes uit, en dat had de groep grotendeels aanzichzelf te wijten. „Iedereen praat erover, maar allemaal blijven we de dollar gebruiken”, klaagde een Braziliaans delegatielid.

Daarmee onderstreepte hij volgens velen hét probleem van de BRICS-landen. Zolang zij geen gezamenlijke en gecoördineerde acties lanceren, blijft een top niet meer dan een soort van grote talkshow, aldus een commentator.