Olieprijs piekte op 125 dollar Maar Total profiteert niet

De prijs van een vat ruwe olie schoot deze week in Europa even door de grens van 125 dollar heen. Naast de geopolitieke spanning rond Iran is de aantrekkende wereldeconomie de oorzaak van de stijgende olieprijs. Maar die olieprijs wordt inmiddels ook gezien als een bedreiging van het broze herstel van de wereldeconomie. Grote industriële landen als Japan, de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot- Brittannië hebben donderdag met succes de prijs weten te drukken door te dreigen met het inzetten van de strategische olievoorraden. Dit met instemming van Saoedi Arabië. Opmerkelijk want dat land profiteert, als de grootste olieproducent ter wereld, immers optimaal van de structureel hoge olieprijs.

De verliezers van de week, staan aan de pomp. Daar kwam de prijs voor een litertje Euro95 uit boven de 1,86 euro. Automobilisten die super tanken, tellen inmiddels bijna twee euro neer voor een liter. Zij zijn dan ook de verliezers van de week. Maar ze zijn zeker niet de enige. Wat te denken van de Franse oliemaatschappij Total. Dat bedrijf meldde begin deze week dat er een gaslek is ontstaan bij een boorplatform 250 kilometer uit de kust van Schotland. De koers daalde meteen met bijna 4 euro, een verlies van 10 procent. Ook het Brits-Nederlandse Shell had last van de schrik bij beleggers. De koers daalde in een week tijd met bijna 4 procent tot net boven de 26 euro. Daarmee zijn Shell en Total ondanks de hoge olieprijs ook verliezers, net als hun trouwe klanten aan de pomp.