Mysteries in de effectenhandel

De handel op de financiële markt gaat alsmaar sneller, maar wat zijn de risico’s? In minder dan één milliseconde gaan de miljoenen rond. Met de ogen knipperen duurt langer.

Jeroen Wester

Hij wordt nu aangelegd over de bodem van de Atlantische oceaan: een speciale kabel tussen New York en Londen. Niet voor extra telefoonverkeer of vanwege de data- explosie door smartphones. De nieuwe transatlantische verbinding wordt exclusief aangelegd voor effectenhandelaren. Die kunnen hun transacties tussen Europa en de Verenigde Staten straks vijf milliseconden sneller doen. Een investering van een slordige kwart miljard euro voor een tweehonderdste seconde snelheidswinst.

Een milliseconde is tegenwoordig een eeuwigheid voor een computer. Sinds de introductie van de schermenhandel eind vorige eeuw is de rol van technologie op de beurzen snel gegroeid. Het handmatig intikken van een order is in de loop der tijd grotendeels vervangen door automatische opdrachten.

Niets is simpeler dan een systeem zo te programmeren dat het pas tien aandelen Shell moet kopen zodra de koers onder de 25 euro zakt. En dan wel meteen op het moment dat dat gebeurt. Wie het eerst komt, het eerst maalt. Snelheid en scherpte bepalen op de financiële markten de winst.

Alle grote beleggers, ook pensioenfondsen, maken inmiddels gebruik van deze technieken. Het is niet voorbehouden aan sinistere speculanten die schimmige handelsspelletjes spelen. En de technologie heeft niet stilgestaan. De eenvoudig te programmeren koop- en verkooporders zijn verfijnder geworden. Met slimme algoritmes reageren computers op gebeurtenissen in de markt, met een lerend vermogen. Ze zijn intelligent geworden.

Voorstanders wijzen op de voordelen: het verschil tussen bied- en laatprijzen is de laatste jaren ingrijpend geslonken; markten zijn efficiënter; er blijft minder aan de strijkstok hangen; de lagere drempels en de concurrentieslag hebben ook de commissies van professionele beurspartijen een kopje kleiner gemaakt. En wie tegenwoordig een grote order wil plaatsen, lukt dat veel makkelijker dan tien jaar geleden. Het absorptievermogen is vergroot, de markten zijn ‘dieper’.

„De prijsvorming is immens verbeterd. Vroeger had je op de Amsterdamse effectenbeurs de beschermde hoekmannen [een soort veilingmeesters, red.]. Die hadden twintig minuten voorsprong op de buitenwereld”, memoreert Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam.

Het opvoeren van de snelheid lijkt onbegrensd. In de effectenhandel is het inmiddels mogelijk binnen één en dezelfde seconde een kooporder te plaatsen, weer in te trekken en op een ander niveau opnieuw te bieden. Een recente studie van de Bank voor Internationale Betalingen rept van partijen op de valutamarkt die in minder dan één milliseconde kunnen handelen. Ter vergelijking: met je oog knipperen duurt 150 millisecondes.

Er is dus sprake van niet meer waarneembare handel. Maar die blijkt soms wel waarneembare gevolgen te kunnen hebben. Sinds een raadselachtige flashcrash [zie kader rechts] twee jaar geleden op Wall Street staat die vooruitgang op de financiële markten ter discussie. Wat is nog het nut van die ‘flitshandel’? Wat schiet een pensioenfonds dat voor de lange termijn belegt op met een transactie die een milliseconde sneller en een millicent goedkoper is als daar onduidelijke risico’s aan verbonden zijn? Schattingen van de omvang van deze markt lopen sterk uiteen: van 25 procent van alle transacties tot 60 procent of meer.

„Het is buitengewoon lastig om die snelle handel te zien als iets met maatschappelijk toegevoegde waarde”, erkent hoogleraar Boot, die ook commissaris is bij de Nederlandse effectenhandelaar Optiver. „Maar je kunt het niet verbieden.” Hij vindt dat je het ook kunt omdraaien. Boot: „Ten principale geldt: hoe meer handel, hoe beter. En hoe moeilijker het is om die markt te beïnvloeden.”

De essentie van handel is tenslotte dat prijsverschillen op twee verschillende plaatsen door ‘arbitrage’ verdwijnen [zie kader onder]. Zolang de snelle handel niet wordt gebruikt om de markt te manipuleren, is er volgens Boot niets mis met deze handelsvorm. „Als wetenschapper zeg ik: het is volslagen onbepaald hoe we er tegenaan moeten kijken. Het is unheimisch. Steeds meer handel, je kunt er niet tegen zijn, maar we weten niet waar we heen gaan en we weten niet hoe we er tegenaan moeten kijken.”

Zorgen over de opkomst van flitshandel worden vooral geuit door computerdeskundigen. De verbondenheid en complexiteit van het financiële systeem is zó groot geworden, dat ook de aard van het systeem wijzigt en de onvoorspelbaarheid toeneemt. Onder meer doordat computersystemen adaptief zijn: ze leren van ervaringen. En ze kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, net als die lift in die film van Dick Maas. Dat klinkt eng nu succesvolle effectenhandel in een wedloop van computerkracht lijkt uit te monden.

Angst is mede de reden dat in Europees verband op een transactiebelasting wordt gestudeerd. Die zou de ongrijpbare handel moeten afremmen. Maar de vraag is hoe effectief dat is. Het Centraal Planbureau kwam tot de conclusie dat de stabiliteit van het systeem niet toeneemt door zo’n fiscale maatregel en dat er betere methoden zijn om belasting te heffen in de financiële sector.

Toezichthouders waarschuwen vooral dat ze de boel niet kunnen overzien. Het doet denken aan de jaren vóór de kredietcrisis, toen centrale banken de esoterische handel in risico’s roemden, maar tegelijk niet konden aanwijzen waar die nu in het systeem terechtkwamen. De categorie: we weten dat we het niet weten.

Toezichthouder Ronald Gerritse van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kondigde begin dit jaar aan de flitshandel extra in de gaten te zullen houden. Juist in Amsterdam zitten grote partijen als IMC, Optiver, Flow Traders en All Options die zich soms met dit soort zaken bezighouden – allemaal voortgekomen uit de eerste Europese optiebeurs die in 1978 aan het Rokin werd geopend en inmiddels niet meer fysiek bestaat.

Als ‘liquiditeitsverschaffers’ garanderen zij dat je altijd kunt handelen in bepaalde derivaten. Zij ervaren de politiek als een ongeïnformeerde vijand die zich met hun complexe technologie wil bemoeien. Het zijn deze succesvolle en mediaschuwe technologiebedrijven die van Amsterdam tegenwoordig nog een financieel centrum maken.

Aan de maatschappelijke discussie over de gevaren van speculatie, flitshandel of kredietderivaten willen deze ingewijden niet meedoen. Zelfs de voorzitter van de Europese brancheclub van bedrijven, die voor eigen rekening handelen, wenste in dit artikel niet aangehaald te worden als de term ‘flitshandel’ zou worden gebruikt.