Melkweg telt tientallen miljarden 'leefbare' planeten

De dichtstbijzijnde ‘leefbare’ exoplaneet is misschien wel dichterbij dan we denken. Die conclusie kan worden getrokken uit een groot onderzoek van rode dwergsterren, waarvan de resultaten binnenkort in Astronomy & Astrophysics verschijnen.

Een team van Europese astronomen heeft, verspreid over een periode van zes jaar, bij een steekproef van ruim honderd rode dwergen (kleine, koele sterren) naar planeten gezocht. Rond minstens acht van de onderzochte rode dwergsterren blijken één of meer planeten te cirkelen. En negen van de in totaal veertien opgespoorde planeten behoren tot de categorie van de ‘superaardes’ – rotsachtige planeten die maximaal tien keer zo zwaar zijn als onze eigen planeet.

Hieruit zou je haast concluderen dat maar weinig rode dwergsterren planeten hebben. Maar alles bij elkaar zit er nog geen vijfhonderd uur meettijd in het onderzoek, en bovendien is de gebruikte telescoop – de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili – naar huidige begrippen van bescheiden grootte. In werkelijkheid zullen dus rond veel meer van deze sterren planeten cirkelen.

Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een instrument dat heel nauwkeurig de radiale snelheid van een ster kan meten: de snelheid waarmee de ster op de waarnemer af komt of zich juist van hem verwijdert. Als nadering en verwijdering elkaar met grote regelmaat afwisselen, wijst dat erop dat er een planeet om de ster cirkelt. Hoe sneller de ster heen en weer schommelt, des te kleiner is de omlooptijd van de planeet en dus ook zijn afstand tot de ster. En hoe heviger de schommeling, des te groter is de massa van de planeet.

De statistische analyse die de astronomen op hun resultaten hebben losgelaten, laat zien dat om ruwweg zeventig procent van alle rode dwergen een superaarde cirkelt. En in bijna zestig procent van deze gevallen zou die superaarde binnen de leefbare zone rond de ster te vinden zijn. (Op een planeet binnen deze relatief smalle gordel heersen gematigde temperaturen en kan water in vloeibare toestand bestaan.) Omdat onze Melkweg ongeveer 160 miljard van die rode dwergen telt, moet het aantal leefbare superaardes dus haast wel in de tientallen miljarden lopen. En statistisch gezien zullen een stuk of honderd daarvan binnen dertig lichtjaar van de zon te vinden zijn – een kosmisch kattensprongetje.

Of er op die planeten ook werkelijk leven mogelijk is, is overigens nog maar de vraag. Rode dwergen staan namelijk bekend om hun hevige uitbarstingen van UV- en röntgenstraling. Zulke ‘stralingsbaden’ doen de leefbaarheid van de ‘leefbare zone’ waarschijnlijk weinig goed.

Eddy Echternach