Krajicek nu ook weldoener in Paramaribo

Richard Krajicek opent in Paramaribo de eerste buitenlandse playground van zijn Foundation. „Als de jeugd niet sport, brengen wij de sport wel naar de jeugd.”

Het kleine sportcomplex aan de Gladiolenstraat in de wijk Zorg en Hoop is eigenlijk het resultaat van een oude belofte van de gouden Nederlandse tennisgeneratie uit de jaren negentig. Tijdens een veteranentoernooi in Nederland bezworen Krajicek, Paul Haarhuis, Jacco Eltingh en Jan Siemerink hun voormalige bondscoach Stan Franker om hem na zijn remigratie naar Suriname gezamenlijk op te zoeken. Toen de agenda’s het toelieten was het eind 2010 zover.

Franker stelde alleen wel een voorwaarde. Of ze niet iets konden bijdragen aan de tennissport in zijn geboorteland. Als Krajicek met zijn Foundation in de loop der jaren al ruim zeventig playgrounds in Nederland had opgezet, kon er eigenlijk best eentje bij in Suriname.

Krajicek realiseert zich dat het overgrote deel van de Surinaamse jeugd nog nooit een racket in handen heeft gehad. Tennis is alleen weggelegd voor de elite die zich hoge contributies en kostbare trainers bij een sportclub kan permitteren. Maar toen hij hier anderhalf jaar geleden clinics voor jonge kinderen gaf, viel hem wel meteen op dat er genoeg talent rondloopt in Suriname. „Tennis ligt hier niet bepaald voor de hand. De meeste kinderen zijn toch geneigd op straat tegen een bal te schoppen. Balgevoel met een racket is een heel ander verhaal, maar ik heb genoeg kinderen gezien die binnen een half uur een heel aardige slag te pakken hadden”, zegt de Wimbledonkampioen van 1996.

Franker kan erover meepraten. Hij groeide op in de wijk Combé in Paramaribo-Noord, waar hij als jongetje ooit tennisballen tegen een stenen muurtje begon te slaan. Een paar jaar later werd hij nationaal tenniskampioen om vervolgens in Nederland uit te groeien tot gevierd bondscoach en non-playing captain van het Davis-Cupteam. Als coach bezocht hij hij vijftig grandslamtoernooien. Niet gek voor een jongetje uit een land zonder tennistraditie.

„Wie weet hoeveel tennistalent er op dit moment in Suriname is te vinden”, zegt Franker. „Dan moeten we al die kinderen alleen wel de kans geven. Op de overheid hoeven we niet wachten. Die heeft nauwelijks geld voor sport. Daarom hebben we zelf maar het initiatief genomen.”

Terwijl Franker zich nog zo had voorgenomen niet al te veel tijd meer in de tennissport te stoppen. Maar als de overheid en sportbonden dan toch advies van hem willen, is hij niet te beroerd aandacht voor het lokale tennis te vragen. Toen de overheid een locatie met beheerder beschikbaar stelde, het bedrijfsleven erin stapte en het ministerie van Sport en Jeugdzaken bereid bleek tennistrainers op te leiden, was de zaak beklonken.

Franker hoeft Krajicek niet uit te leggen dat diens playground in een duidelijke behoefte voorziet. Toen hij er ’s middags vanuit vliegveld Zanderij langsreed, zag hij tientallen kinderen voetballen en basketballen op en rond het court. Het tennis gaat pas echt van start zodra alle rackets, shirtjes en ballen – een donatie van de wereldtennisfederatie – binnen zijn. „Of hier echt tennistalent uit voortkomt? Ach, voor mijn part blijven ze lekker basketballen en voetballen. Zo lang al die kinderen hier terecht kunnen om te sporten, is de opzet geslaagd.”