‘Ik was toe aan een grand projet’

Marisa Melchers was koud gepromoveerd als kunsthistoricus toen haar vader haar vroeg directeur te worden van een nieuw te bouwen museum in de Achterhoek. Voor de oude collectie van Dirk Scheringa.

Marisa Melchers: „Mijn vader is een heel genereus mens.” Foto Eric Brinkhorst

Kunsthistorica Marisa Melchers (46) woont even buiten Zutphen. Een paar jaar geleden ging ze met haar gezin in de Achterhoek wonen, in een landhuis met uitzicht over de velden. Zo woonde ze ineens weer dicht bij haar vader, zakenman Hans Melchers, die tien kilometer verderop een kasteeltje bewoont.

Hans Melchers is een van de rijkste mensen van Nederland. Hij maakte fortuin met het concern Melchemie. Zijn dochter Marisa ziet geen noodzaak te praten over persoonlijke zaken zoals het familiekapitaal of de ontvoering van haar zus Claudia in 2005, maar wel over een ambitieus initiatief van haar vader: een eigen, nieuw te bouwen museum. Zij wordt directeur.

Marisa Melchers promoveerde januari vorig jaar als kunsthistoricus op de invloed van liturgische veranderingen op kerkarchitectuur. Ze had de promotieplechtigheid koud een maand achter de rug toen haar vader op de stoep stond. Hij had een plan waar hij dolenthousiast over was. Hij wilde de voormalige kunstcollectie van bankier Dirk Scheringa kopen, die na het faillissement van zijn DSB Bank in beslag was genomen door Deutsche Bank, de belangrijkste schuldeiser. Melchers wilde er een nieuw museum voor openen. Voor zijn dochter, de kunsthistorica, zag hij een rol weggelegd als directeur. Marisa Melchers reageerde afhoudend. „Ik zat nog zó met mijn hoofd in het onderzoek. En ik had ideeën voor nieuw onderzoek.”

Hans Melchers drong niet aan. Hij ging de collectie tóch kopen, ook als zijn dochter geen directeur wilde worden. „Maar halverwege de zomer kwam ik toch tot het inzicht dat ik mee wilde doen. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging, liefst een grand projet. Ik zag in dat ik ook bij het museum onderzoek zou kunnen doen, naar de collectie.”

Waarom heeft uw vader deze collectie gekocht?

„Hij wilde de collectie in haar samenhang behouden voor Nederland. Mijn vader is een heel genereus mens.”

Maar dit is toch ook een zakelijke investering?

„Dat is maar de vraag. We weten helemaal niet of het museum ooit rendabel wordt. Mijn vader heeft de collectie gekocht omdat hij iets wil doen voor deze streek, de Achterhoek. Hij noemt het altijd de backcorner. Het is hier op cultureel gebied echt achtergebleven. Schoolkinderen gaan hier haast nooit naar een museum. Dat willen we veranderen.”

Wat heeft uw vader met kunst?

„Hij verzamelt. Hij heeft een collectie scheerbekkens van barbiers, maar hij verzamelt ook antieke meubels en beeldende kunst. Het magisch realisme heeft hem altijd getrokken. In mijn ouderlijk huis lag een kunstboek over Willink, daar heb ik als kind veel in gebladerd. Hij heeft zelf ook een paar Willinks gekocht.”

Komen die in het museum?

„Dat zou zeker kunnen.”

Komt het museum in Zutphen?

„De locatie is nog niet duidelijk, daar zijn we mee bezig. Het komt in elk geval in de Achterhoek. We hebben veel aanbiedingen gehad. Er zijn vijf kandidaten over, maar ik zeg niet welke.”

Waar laat u de keuze voor de plek van het museum van afhangen?

„We willen een nieuw gebouw neerzetten en we willen over twee jaar open. We moeten de vaart erin houden. Het is belangrijk dat de gemeente bereid is om procedures vlot te laten verlopen. We moeten niet verzanden in debatten over de aanpassing van een bestemmingsplan. En de ligging is ook van belang. Het museum moet goed bereikbaar zijn.”

Waarom wilt u nieuwbouw?

„Een oud gebouw is moeilijk, omdat we zeker 20 tot 25 procent van de collectie willen laten zien. We hebben verschillende gebouwen bezichtigd en die waren allemaal te klein. Die oude gebouwen voldeden ook niet aan de eisen voor de beveiliging, de brandveiligheid, de rolstoeltoegankelijkheid en de belichting.”

Heeft u affiniteit met de kunstcollectie die u onder uw hoede krijgt?

„O zeker. Ik ben weliswaar gepromoveerd op architectuur, maar daarvoor hield ik mij bezig met beeldende kunst. Mijn afstudeerscriptie ging over beeldhouwkunst uit de jaren tachtig van de twintigste eeuw. Daar zijn een boek en een tentoonstelling uit voortgekomen over Nederlandse beeldende kunst in de jaren 1970-1990. Na mijn afstuderen werd ik hoofd Kunstzaken bij het AMC. Van 1993 tot 1998 heb ik de kunstcollectie van het ziekenhuis beheerd. Ik heb me er sterk voor gemaakt om kunst uit de Beeldende Kunst Regeling, die weggestopt en vergeten was, te restaureren en weer te laten zien.”

Wat zijn uw plannen met de kunstcollectie?

„Ik zie veel aanknopingspunten voor onderzoek. Ik denk dat er heel leuke dingen te doen zijn met de wisselwerking tussen disciplines. Denk aan het magisch realisme in de literatuur. Verder zal ik me bezig houden met het tonen van nieuwe ontwikkelingen binnen het Modern Realisme. Ik moet nog wel op zoek naar de archieven bij de collectie. Die zijn nog niet overgedragen.”

Heeft u nog contact gehad met Dirk Scheringa?

„Nee. Mijn vader heeft de collectie van Deutsche Bank gekocht, met Scheringa was geen contact.”

Waarom niet?

„Het is natuurlijk niet leuk, zo’n faillissement. Inmiddels hebben we wel contact gelegd met de oud-conservatoren en de curator in verband met de overdracht van het archief. Verder wil ik het verleden laten rusten. We willen een nieuwe start maken met de collectie. Helaas is de kunst niet op korte termijn toegankelijk voor het publiek, maar door deze periode van quarantaine komt de collectie ook los van het zakelijke verhaal erachter.”

Er zijn mensen die het belang van de collectie in twijfel trekken.

„Het Realisme is niet mainstream in Nederlandse musea. Toch valt deze collectie bij een heel groot publiek ontzettend in de smaak. Het museum van Dirk Scheringa trok gemiddeld 50.000 bezoekers per jaar.”

Wat is de aantrekkingskracht van deze collectie?

„Het is laagdrempelige kunst, veel toegankelijker dan conceptuele kunst. Er zit ook heel confronterend en vervreemdend werk tussen. Het is ook een heel brede collectie. Er zitten schilderijen in van schilders als Charley Toorop, Carel Willink, Jan Mankes en Pyke Koch, maar ook fotografie, bijvoorbeeld van Rineke Dijkstra. Er zijn ook sculpturen. En modecreaties van Fong Leng.”

Wat zijn de zwakke plekken?

„Dat men er bij de naoorlogse Realisten niet in geslaagd is om heel veel werk aan te kopen uit de tijd dat die mensen op hun sterkst waren. Van bijvoorbeeld Beutener, Helmers, Westerik en Zeiler is slechts een enkele maal werk uit de jaren 1970 tot 1990 aangeschaft. Dat gat moet nog gedicht worden.”

Gaat u dat gat dichten?

„Het is wel de bedoeling om de collectie aan te vullen. Maar over het budget hebben we het nog niet gehad. Ook voor het AMC heb ik veel kunst aangekocht. Ik kan goed onderhandelen, dat zit in mijn genen.”