‘Ik ben een mede- jukdrager’

De Zeeuws-Vlaamse Sandra Roelofs, de first lady van Georgië, vertelt bij knolselderijsoep over haar betekenis voor het land. ‘Ik geef les in democratie.’

Sandra Roelofs. Haar man, Michail Saakasjvili, werd in 2003 president van Georgië na de Rozenrevolutie waarbij president Sjevardnadze werd afgezet.

De First Lady van Georgië draagt een broek en een jasje van soepele spijkerstof. Haar lichtbruine haren omlijsten een summier opgemaakt gezicht. Ze is te voet van haar hotel naar het restaurant, even verderop op de Amsterdamse Herengracht, gekomen. Zuid Zeeland heet het – toepasselijk. De Georgische presidentsvrouw is geboren in het Zeeuws-Vlaamse Terneuzen. Je hoort het als ze praat. Zangerig. Licht Vlaams. „Het is hier heel lekker”, zegt ze. „Van de week at ik hier met mijn moeder.”

Sandra Roelofs (42) is getrouwd met Michail Saakasjvili, en hij is sinds 2004 de president van Georgië. Sandra Roelofs wordt wel de Hillary Clinton, de Eva Perron, de Máxima van Georgië genoemd. De vrouw achter een belangrijk man, maar zelf minstens zo ambitieus, en bijkans populairder dan haar echtgenoot.

Ze was een paar dagen in Nederland, vooral omdat de Universiteit van Leiden sinds deze week een nieuwe gastleerstoel heeft: Georgische taal, cultuur en maatschappij. Net als het land, hoort ook de Georgische taal nergens echt bij. Georgië – zo groot als Zwitserland – ligt op twee continenten: voor het grootste deel in Zuidwest-Azië en een klein puntje in Europa. Qua ligging zou het voor de hand liggen om toenadering te zoeken tot de grote buurman Rusland, maar veel liever hoort het Georgië van Michail en Sandra Saakasjvili bij Europa. Het Georgisch heeft een eigen schrift en lijkt op geen enkele andere taal ter wereld. Sandra Roelofs, zelf opgeleid tot tolk Frans en Duits, spreekt het vloeiend.

Ze bestudeert de menukaart. Twijfelt. Zegt dat ze nog niet zo lang geleden heeft ontbeten. Maar herinnert zich dan dat de porties hier niet zo groot zijn. De amuse-bouche die voor haar op tafel wordt gezet, begroet ze blij. Een klein stukje Hollandse haring. Naast haar bord ligt een A4’tje met daarop haar eigen handgeschreven aantekeningen. Erop staan de onderwerpen waarover zij het wil hebben. Ze heeft het zeldzame talent om zo te praten dat er geen pauzes vallen. Vriendelijk ontwijkt ze tegenwerpingen of vragen tussendoor. Luister even mee naar de punten die ze op haar papier heeft staan: vanaf 5 mei is in het Dordrechts museum werk te zien van schilder Niko Pirosmani, zeg maar de Georgische Vincent van Gogh. Tegelijkertijd is daar ook een tentoonstelling van het werk van fotograaf Dimitri Ermakov, tijdgenoot van de schilder. „Foto’s nog gemaakt op glasplaat van dorpen en volkeren van de Kaukasus. Heel bijzonder.”

Als de soep komt – knolselderij en mosterd – mag ik weer wat zeggen. Ik vraag hoe haar dagelijks leven in Georgië eruit ziet. Ik had van tevoren van collega-journalisten in Rusland begrepen dat zij met haar twee zoons Eduard (16) en Nikoloz (6) in een huis even buiten de hoofdstad woont. Michail Saakasjvili zou niet meer bij zijn gezin wonen, maar in het presidentiële paleis midden in Tbilisi. Het droompaar van weleer – allebei in het Westen opgeleid – dat vol idealisme begon aan de hervorming van de gezondheidszorg, het politieapparaat en het onderwijs in Georgië, dat de armoede succesvol bestreed en de corruptie aanpakte, dat droompaar zou niet meer bestaan.

„Mijn man woont bij ons”, zegt ze, als ik er voorzichtig naar vraag. Punt. „Zijn gedrevenheid om zijn land te hervormen is groter dan ooit. Hij werkt heel hard en vaak tot laat. Dan overnacht hij in het paleis. Uit praktische overwegingen.” Zij heeft zelf nooit in het paleis willen wonen. „Ik woon liever in een gewoon huis, met een tuin en met buren.” Het appartement middenin de stad waar ze eerder met Michail woonde, is nu haar kantoor. „Daar konden we niet blijven wonen. Te moeilijk te beveiligen.”

Ze is geen politica, zegt ze nadrukkelijk. Maar ze weet wel dat de Russen er alles aan doen om haar man zwart te maken. Tot 1991 was Georgië onderdeel van de Sovjet-Unie. Sindsdien is het land onafhankelijk. In 2008 raakten Georgië en Rusland in oorlog over de Georgische provincies Abchazië en Zuid-Ossetië. Officieel is de oorlog ten einde, maar Rusland houdt de provincies nog altijd ‘bezet’.

Nostalgie

Sandra Roelofs is net aan het zeggen dat Rusland dat doet uit „nostalgie, uit trots en omwille van de macht” als er twee vrouwen het restaurant binnenkomen met een iets te dik, drenzend jongetje in hun gezelschap.

„Russen”, stelt Sandra Roelofs vast. Kort lachje. „Over storende factor gesproken.” Ze luistert nog eens. De vrouwen willen aan de tafel naast ons gaan zitten. Sandra Roelofs vouwt kalmpjes haar servet op haar schoot en in vloeiend Russisch zegt ze iets tegen de vrouwen. Ze schuiven drie tafels op.

Ze draait zich naar mij. „Hoe mijn dag eruit ziet...”, vervolgt ze. „Om half acht sta ik op. De oudste moet al vroeg weg.” Eduard zit op de American Academy. „Ik breng de jongste zelf naar school. En dan ga ik sporten. Vaak, maar niet elke dag. Om elf uur ben ik op kantoor.” Vrijwel alles wat ze doet, heeft te maken met volksgezondheid en armoedebestrijding. „Tuberculose, moedersterfte, zuigelingensterfte.” Ze is in Georgië opgeleid tot verpleegkundige, en was van plan door te gaan voor haar artsenexamen. „Maar daarvoor is mijn leven echt te druk.” Nu volgt ze, op afstand, de opleiding ‘global health policy’ aan de London school of Hygiene and Tropical Medicine. Met haar stichting Soco bestrijdt ze (met giften uit het buitenland) de ergste armoede. „Inmiddels leeft niet meer de helft van de bevolking in armoede, maar 22 procent. Maar nog steeds is dat één op de vijf.” En ze doet, à la Michelle Obama, een ‘don’t worry be healthy’-campagne. „Met clips op televisie en een speciaal sportprogramma.” Alleen is in Georgië niet overgewicht het probleem, maar roken en drinken. „En verkeersveiligheid. Het is net gelukt om de autogordel verplicht te stellen.”

Om drie uur ’s middags wil ik thuis zijn, zegt ze. „Voor mijn kinderen.” Thuis spreken ze Nederlands, de jongens onderling ook. „Ik kook. Tussen vijf en zes eten we, en de avond is een verlengstuk van mijn werkdag.” Moet ze veel met haar man mee? Ze schudt haar hoofd ontkennend. De politiek lijkt hij alleen af te kunnen. Zij heeft haar eigen werk. „Ik doe wat belangrijk is om te doen, en waar ik goed in ben.” En wat u graag wilt doen, vul ik aan. „Nee”, zegt ze. „Wat ik wil doen komt niet altijd overeen met wat ik kan doen.”

Wat zou ze willen doen dan? „Ik heb een radiostation voor klassieke muziek opgezet. De zender zit boven mijn kantoor. Daar zou ik elke dag wel willen zijn.” Ze speelt piano en dwarsfluit. „Voor mijn veertigste verjaardag heeft mijn man me een cello gegeven. Dat ben ik nu aan het leren.” Ze zoekt een directeur voor het tuberculosecentrum. „Ik ben er zelf geknipt voor. Het moet iemand zijn die medisch geschoold is én kan managen. Al kon ik het een jaartje doen... Maar ik kan het niet maken. Niet tegenover mijn gezin.”

Zij is, zegt ze, de schakel tussen Georgië en Europa en Amerika. „Ik help het buitenland herinneren dat de Russen ons land nog altijd bezet houden.” Een politica is ze misschien niet, maar niemand die Georgië beter representeert dan zij. In 2003 werd haar man met 96 procent van de stemmen tot president gekozen, vier jaar later was de steun gedaald tot net iets meer dan 50 procent. En zij legt uit hoe dat komt. „Politiek is kiezen.” In het Frans: „On ne peut pas contenter tout le monde et son père.” Ze bedoelt dat het onmogelijk is iedereen te vriend te houden. „De universiteiten zijn hervormd. Vroeger schreef je de rector een brief of je zoon, neefje of petekind kon komen studeren, je kocht zo nodig een diploma. Nu moeten studenten een toelatingsexamen doen. Voor professoren gelden andere eisen. Beheersing van het Engels is verplicht. Wat wil je anders vandaag de dag in de wetenschap?”

Ze merkt zelf hoe hardnekkig oude patronen zijn. „Ik krijg brieven van vrouwen die een kind willen adopteren. Hoezo vraag je dat aan mij? Omdat ik als first lady dat wel kan regelen?” Ze laat een stapel van dat soort brieven zien, ze heeft ze mee naar Nederland genomen om te lezen. „Ik schrijf in een hoekje: ‘Bel maar op, en leg het uit.’” Haar medewerkers begrijpen inmiddels wat ze dan bedoelt. „Het is een soort les in democratie die ik steeds maar weer geef. Steeds uitleggen dat we een land willen zijn met gelijke kansen voor iedereen.”

Vriendschappen

Ze heeft in Georgië niet de vriendschappen zoals ze die in Nederland heeft, zegt ze. „Ik heb er wel geleerd wat vriendschap kan betekenen. Wat vrienden voor elkaar overhebben, hoe mensen zich compleet kunnen wegcijferen. Voor elkaar, maar ook voor hun land.” Opofferen en wegcijferen kan zij inmiddels ook. In het boek dat ze over haar leven schreef, The first lady of Georgia, vertelt ze hoe ze zich heeft moeten schikken in haar rol. „Het woord voor ‘echtgenoot’ en ‘echtgenote’ is in het Georgisch letterlijk ‘mede-jukdrager’. En dat drukt precies uit hoe mijn man en ik ons voelen.” Ze heeft moeten wennen aan de zes bewakers die haar overal volgen. Haar eigen verlangens en wensen ingeruild voor, ja voor wat eigenlijk? Ze antwoordt verrassend eerlijk. „Wat was ik geworden als ik in Nederland was gebleven? Lerares Frans op een middelbare school. Hooguit. Ik had vast van betekenis kunnen zijn. Voor een paar kinderen. Maar kijk wat ik nu kan betekenen voor een heel land? Ik hoop dat Georgiërs later zullen zeggen: ‘er was hier een Nederlandse. Dit en dit heeft zij voor ons bereikt’.”

Ze benut haar positie niet zoals sommige presidentsvrouwen die ze weleens ontmoet. Voor haar geen snoepreisjes, dure sieraden, of kleren van Chanel. „Ik ben van nature niet zo.” Ze koopt haar kleren onderweg, deze week nog even „hup hup” in de Bijenkorf. „Ik heb geleerd aandacht te besteden aan hoe ik eruit zie. Maar van geschitter hou ik niet.”

Het is tijd. Over een uur vertrekt haar vliegtuig terug naar Georgië. De bewaker die haar net hierheen begeleidde, is nergens meer te zien. De zon schijnt over de gracht. Ze aarzelt even, mompelt dat ze straks vast op haar kop krijgt, maar besluit zonder hem terug te lopen naar het hotel en ik loop met haar mee. Ze heeft de pas erin. Dit zijn haar 500 meter vrijheid.