‘Hij liet mij het tempo bepalen’

Berti Parqui (1947), lerares Nederlands, vertelt over haar grote liefde.

Toon, ca. 1999

Met rechte rug en heldere ogen treedt ze de wereld tegemoet. Van verdriet is geen spoor. Ze heeft vertrouwen.

‘Sinds zijn overlijden is deze foto van Toon een grote troost voor me. Hij kijkt me recht aan en zegt: ‘Toe maar, je kunt het wel’. Na zijn dood was ik eerst niet eens zo erg in de rouw; Toon was deel van mij, ik leefde gewoon met hem verder. Pas na een jaar drong tot me door dat hij echt niet meer terug zou komen. Mijn leven viel stil.

„Toen ben ik naar Santiago gelopen. Ik wilde in beweging komen en weer op mijn eigen benen komen te staan, letterlijk. Het ging goed, en toen ik terugkwam had ik zin om verder te gaan. Ik dacht: ‘Ik ben een leuke, sterke vrouw’.

„Toon was 63 toen ik hem ontmoette, ik was 36. Ik wist dat de kans groot was dat hij veel eerder zou overlijden, mensen waarschuwden me ervoor. Maar ik was zo overtuigd dat ik zei: ik doe dit, al is het maar voor één jaar. Het werden er 24. Op zijn 87ste brak Toon zijn heup, kwam in het ziekenhuis en daar ging toen al het mogelijke mis, met bacteriën en zo. Hij stierf tien dagen later. Een krakkemikkige ouderdom is hem en ons dus bespaard gebleven. Toon was tot het einde toe zichzelf en heeft prachtig afscheid kunnen nemen van zijn kinderen en kleinkinderen.

„Vóór Toon had ik tien jaar geen relatie gehad. Eerder wel, tijdens mijn studiejaren in Amsterdam had ik allerlei vriendjes. Het waren de wilde jaren zeventig en ik had me daar als meisje uit een beschermd christelijk milieu helemaal ingestort. Gaandeweg raakte ik het spoor een beetje bijster. Net als iedereen koesterde ik linkse sympathieën en noemde ik mezelf feministisch, terwijl ik helemaal niet onderdrukt werd. Al die zogenaamde vrijheid ging me steeds meer tegenstaan.

„Op een dag zocht ik mijn zus op in een oecumenische leefgemeenschap in Bergeijk, waar ze een poos verbleef. Ik was getroffen door de sfeer en de integere omgangsvormen. Hier werd geen strikt geloof aangehangen, hier werd geloof in het leven gevierd, en in elkaar. Ik heb mijn baan en mijn Amsterdamse leven vaarwel gezegd en ben naar Bergeijk verhuisd.

„Tien jaar later solliciteerde ik op een baan bij de Kruisvereniging in Tilburg. Ze waren daar bezig om de taakopvatting van de wijkverpleging vast te leggen en zochten nog een neerlandicus bij het project. De man die me aannam vond ik meteen leuk – een boeiende man. Hij zag mij ook. Maar hij was veel ouder, hij zat vlak voor zijn pensioen. Ik wist zeker dat hij getrouwd was.

„Toon bleek een weduwnaar met vijf volwassen kinderen. Tijdens ritjes in zijn auto langs alle afdelingen van de Brabantse wijkverpleging hadden we de tijd om uren te praten. Toon was leergierig, kritisch en geestig. Een selfmade man van eenvoudige komaf, die net als ik zocht naar spiritualiteit. Met Sinterklaas, we kenden elkaar een half jaar, gaf hij me een cadeautje met een gedicht erbij; Toon kon goed dichten, hij kon alles goed. ‘Berteke mijn herteke’, stond erin. O, dacht ik.

„Ik kon me mijn leven al niet meer zonder hem voorstellen, maar ik dacht dat onze vriendschap platonisch was. Nee, zei Toon, dat was niks voor hem. Twee maanden later vroeg hij me mee op vakantie naar Italië, en toen ging ik om. Toon had geduld, hij liet mij het tempo bepalen waarin wij van vrienden partners werden.

„Ik had geen dwingende kinderwens, maar wilde wel graag trouwen. Mijn familie had geen moeite met onze relatie. Toon nam mensen voor zich in met zijn humor en zijn kalmte. Hij woog zijn woorden zorgvuldig, maar wat hij zei, sneed altijd hout. Zijn milde commentaar begeleidt me nog steeds in lastige situaties.

Ze woont vlakbij de leefgemeenschap en komt er elke dag, soms twee keer. Ze helpt met gasten opvangen en eet vaak mee.