Column

Het gedoogkabinet jaagt nog even verder op slapjanussen

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De oppositie heeft even kunnen oefenen tijdens de Catshuis-kortsluiting van woensdag. Campagne voeren door te knallen of te construeren? De verkiezingskoorts is even gezakt nu de drie gedoogpartners hebben gekozen voor doorbunkeren.

De mediastilte was nog niet hersteld of de eerste coalitiebesluiten lekten uit. Ditmaal gunstig voor de PVV: één miljard bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Geert Wilders heeft nu aan zijn achterban laten zien dat hij zich niet zomaar gewonnen geeft én flink wat binnenhaalt. Ontwikkelingshulp is voor sukkels.

De snelle reactie gisteren van een bataljon buitenlandbewuste oud-CDA-bewindslieden laat zien dat het er ook de komende dagen om spant hoever het CDA zich laat piepelen door het sentiment van nationaal belang dat PVV én VVD zo’n goed gevoel geeft. Anderzijds blijft het interessant te zien hoever de PVV zich door CDA en VVD laat meeslepen om verantwoordelijkheid te dragen voor de echte hervormingen waarvan iedereen weet dat die linksom of rechtsom nodig zijn. Al een jaar of wat.

De hervatting van het Catshuisberaad leidde gisteren opnieuw tot een persconferentie door het antwoordapparaat van de minister-president. Hij deed slechts een flauwe poging te suggereren dat het kabinet gewoon doorbestuurt. Verder kon hij niets zeggen over de onderhandelingen, ook niet over de eendagscrisis. Wat rest zijn beelden van rookpauzes en een dasloze premier die een gedaste PVV-leider jolig omknuffelt.

Hoe langer deze stomme film draait hoe verder het land wegraakt van steun en begrip voor de doorstart van de Nederlandse economie en politiek. Er moet onder de bevolking een ruime meerderheid zijn die allang heeft begrepen dat er bezuinigd wordt, dat de hypotheekbonanza voorbij is, dat de solidariteit tussen mensen en generaties een paar flinke verbouwingen vraagt aan het sociale bouwwerk.

Het gedoogkabinet-Rutte is gebouwd op negatieve noties. Dat wordt steeds zichtbaarder en dat zal het een keer opbreken. Tegen allerlei andere landen en volkeren, niet-eigen geloven en tradities – wat Jacques Chirac in een omstreden verkiezingsterzijde eens „dat geluid en die geur” noemde.

Het verhaal van Wilders en zijn coalitie gaat al anderhalf jaar tegen Europese culturele, economische, juridische en politieke verbondenheid. Tegen niet-economische diplomatie. Tegen landen, kunstenaars, jongeren en werklozen die hun eigen broek niet ophouden. Gisteren las minister De Jager Spanje nog even de begrotingsles. Wil hij er ook bij in het Catshuis?

Deze klopjacht op vermeende slapjanussen valt voor het minderheidskabinet samen met een kale bezuinigingsretoriek die geen beroep doet op het gezonde verstand én de zeer algemene bereidheid van mensen om voor elkaar op te komen. De aan autisme grenzende zelfverzekerdheid van deze coalitie is zo gericht op financiële resultaten zonder zich de mensen erachter te willen indenken, dat het verzet automatisch wordt uitgelokt.

Voorlopig profiteert het kabinet ervan dat de vakbeweging gespleten is. Nieuwe bezuinigingen kunnen daar verandering in brengen – tenzij VVD en CDA geleidelijk uit hun huidige groef komen en laten zien dat zij beseffen dat de heruitvinding van een gezond, actief en succesvol Nederland niet de strijd is van liberalen tegen de rest. Niemand heeft de wijsheid in pacht, ook deze minderheids-meerderheid niet.

Eén voorbeeld van afzetten tegen politiek is wat het kabinet heeft gedaan op het gebied van roken en drinken. Nederland heeft op die gebieden vorderingen geboekt, al roken hier meer mensen dan in Frankrijk, Duitsland en dan gemiddeld in Europa. Zonder extra inspanningen zullen tussen nu en 2040 een miljoen mensen sterven aan de gevolgen van roken.

Met een beroep op leven en laten leven heeft het kabinet-Rutte fikse strepen gezet door het ontmoedigingsbeleid en de op preventie gerichte voorlichting en therapie. Mensen mogen zelf weten waar zij aan dood willen gaan, is een wreed liberaal principe dat in kleine cafés en in het basispakket van de zorgverzekering tot uitdrukking is gebracht. De erkende gevaren van tweedehands rook worden weer genegeerd als in de beste dagen van de grote tabaksfirma’s in de Verenigde Staten – zie de film The Insider. De hardste van alle lobby's.

Ook over dit beleid wordt in het buitenland met verbazing gesproken. Bij het zien van weer zo’n rookpauzefoto op het Catshuis vraag ik me wel eens af of 1+1 toch 2 is. Het Kamerdebat over de financiering van politieke partijen draaide om de vraag welke donaties geopenbaard moeten worden, en boven welk bedrag. Het wetsontwerp van minister Spies zondert gemeenten en provincies uit, en landelijk giften onder 4.500 euro.

Hero Brinkman verdedigde als PVV-lid te vuur en te zwaard het recht van de partij van zijn baas om niks te openbaren. Als lid van de groep-Brinkman onthulde hij dat hij het penibel vond dat de PVV door ‘buitenlandse lobbykantoren’ werd gefinancierd. Dat er Amerikaans geld bij zit was ook al bekend. Hoe onlogisch is het te veronderstellen dat de grote tabaksproducenten er baat bij hebben deze nieuwe politieke factor aan zijn broodnodige basisbeurs te helpen?

Het zou veel standpunten van de PVV duidelijk maken. En als die op rook- en drinkgebied nu aansluiten bij de instincten van minister Schippers, dan zie je opeens waarom Nederland op preventiegebied gekelderd is. Misschien die wet partijfinanciering volgende week nog wat aanscherpen. Voor de fysieke én de democratische volksgezondheid.

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl