Gelukkig, de ratio komt weer terug Helaas, het emo-aandeel stijgt nog steeds

De moderne mens moet authentiek zijn en luisteren naar zijn gevoel. Zonder oog te hebben voor de gevolgen voor de publieke ruimte, gooien we alles eruit. Inmiddels is het aandeel emotivisme te hoog gestegen, denkt Johan Schaberg, en dus zal de koers ervan instorten. De ratio komt terug.

‘Vlak onder de oppervlakte bij veel mensen in Nederland zit een boosheid. En die boosheid moet eruit.” Met deze tekst maakte de VPRO reclame voor een thema-uitzending onder de titel Kwaad bloed. Het is een uitspraak waar velen bevestigend bij zullen knikken. Ja, het is waar, als je boos bent moet je daar uiting aan geven.

Dat is niet altijd zo geweest: er is heel wat veranderd sinds de tijd dat getoonde boosheid werd gezien als een gênant en laakbaar gebrek aan zelfbeheersing. Maar nu is in een ontwikkeling van decennia gaandeweg het gevoel heilig verklaard.

Bij lastige vragen over gedrag, relaties en zelfs ondernemingsstrategie heeft menig therapeut of coach op die basis zijn cliënt zitten bevragen: „Wat zegt je gevoel hiervan?” Wisten we dat, dan was het duidelijk, dan wisten we wat ons te doen stond. Het gevoel werd richtsnoer voor ons handelen: een soort Delphi, een orakelplaats, weliswaar duister en ondoordringbaar voor het redenerende verstand, maar toch een diepe bron van zuiver weten en een betrouwbaar kompas. Emotivisme is de term die voor deze leef- en denkwijze in zwang kwam.

Later stelden we ook nog vaak de oppervlakterimpeling van de emotie gelijk met de diepere onderstroom van het gevoel. Zo kwamen we tot de geloofsovertuiging dat boosheid er altijd uit moet, gingen we duurzame relaties funderen op voorbijgaande verliefdheid, en besloten we dat we mogen meppen en slopen als onze koppen, al dan niet aangewakkerd door alcohol of endocriene afscheidingen, verhit raken.

Dat het gevoel niets te maken had met rede en verstand, vonden we geen belemmering. Integendeel, het was bijna een aanbeveling. Rede en verstand zeggen immers regelmatig ‘zou je hier niet nog eens over nadenken’, waar gevoel, en zeker emotie, al weg willen om een begeerte te bevredigen of een angst te ontvluchten.

Rede en verstand, hebben we intussen geleerd, zijn linker hersenhelft. Dat is de koele sfeer van calculatie en afweging, van wetten, plicht en gezag, en van vaders zo ze vroeger waren. De rechter hersenhelft is warm en direct, de sfeer van mammies. Voor links moet je leren, rechts is er altijd al, daar hoef je je best niet voor te doen. Daarom vinden we eigenlijk dat in de gevoelssfeer ons ware zelf te vinden is, wat dat ook moge zijn – het ware zelf dat belemmerd en gekluisterd wordt door rede en verstand. ‘Authenticiteit’ is hierbij een signaalbegrip. Authentiek is wat je moet zijn, als mens, als partner, als ouder, kind en leidinggevende. Authenticiteit is een soort absolute transparantie, een onversneden eenduidigheid zonder enerzijds-anderzijds of ‘kan ik dit maken ten opzichte van anderen?’ Authenticiteit is de vrijheid boos te zijn en dat eruit te gooien.

Hoe we hier zijn gekomen, is bekend. In cultureel opzicht zaten we tot een halve eeuw geleden in een sfeer van gezag. Father knows best was toen een populaire tv-serie. Dat is nu ondenkbaar: de vaders zijn nog wel een tijdje blijven claimen dat ze het beter wisten, maar ze konden niet meer uitleggen op grond waarvan. Zo schoten we met zijn allen naar de andere kant.

Maar dat we ons nu zo laten regeren door het gevoel, maakt ons niet gelukkiger. Weliswaar vindt de gemiddelde Nederlander dat het hem persoonlijk goed gaat. Maar over zijn sociale en politieke omgeving is hij somber, en dat wordt er niet beter op.

Wij zijn een beetje als Griekenland. In de bermen van de wegen ligt daar een ontstellende hoeveelheid troep, misschien wel meer dan in enig ander Europees land. Kennelijk houden ze daar graag hun auto, rugtas of achtertuin schoon, en dat doen ze door hun afval in de publieke ruimte te gooien. De uitkomst is een omgeving die verwaarlozing en onverschilligheid uitstraalt. Wie het ziet, wordt er treurig van, en wie het niet ziet, is al afgestompt of depressief geraakt.

De Grieken en wij, we gooien er alles uit en staan er niet bij stil dat het de omgeving verpest. Zij met hun blikjes, asbakken en bouwafval, wij met onze niet door verstand en rede getemperde emoties. De boosheid moet eruit, echoot de VPRO de volkspsychologie. Maar al die eruit gegooide boosheid levert een verloedering van het publieke domein op.

Boosheid is niet met boosheid te bestrijden. Toch komt de kentering eraan. Het is een inzicht van de oude Joseph Kennedy, een van de klassieke Amerikaanse boekanierskapitalisten en vader van de latere president. Toen de beurs in 1929 instortte, bleek dat hij juist voor de klap al zijn beleggingen had verkocht. Een schoenenpoetser op straat had hem aangeraden zus of zo aandeel te kopen, en dat was voor hem een signaal. „Als de gewone man denkt dat hij verstand heeft van aandelen, weet je zeker dat er een zeepbel op het punt staat te knappen”, was zijn conclusie.

Zo is het ook wanneer iedereen ervan overtuigd is dat gevoel goed is en dat boosheid eruit moet. Dan is het aandeel emotivisme te hoog gestegen en staat de koers op instorten. Ooit, toen gevoelens lang taboe waren geweest, was het een verfrissend idee dat openheid over ons innerlijk leven ons vooruit kon helpen. Nu iedereen tot dat geloof is bekeerd, rijst de pijnlijke vraag wat het eigenlijk kost en of het echt wat oplevert.

Het antwoord is ontnuchterend. Het kost gekakel, lawaai, onrust, hemeltergende oppervlakkigheid, en de totale onmogelijkheid om met elkaar te overleggen en het eens te worden. Wij hebben het immers allemaal over gevoelens, en de gevoelens van de een zijn niet beter dan die van een ander.

Met de opbrengst van het aandeel emotivisme is het niet veel beter gesteld. Als individu zijn we niet of nauwelijks gelukkiger sinds we alles eruit gooien. En het feit dat ik mijn gal kwijt mag, weegt niet op tegen het gal van al die anderen waar ik de hele dag tegen op moet roeien. Nee, emotivisme is een zwaar overgewaardeerde of zelfs failliete onderneming. Weg met dat aandeel.

Dus lopen mensen binnenkort verveeld weg bij die collega die zo authentiek met zijn gevoelens te koop loopt. Wie zich kwetsbaar opstelt en daar vroeger bewondering voor oogstte, zit straks zonder publiek. En het volgende tv-programma over boosheid die eruit moet, wordt geeuwend weggezapt.

Johan Schaberg is ondernemer, adviseur en medewerker van NRC Handelsblad.