Een warme kluwen van konijntjes

Wat doen mensen als het ’s nachts koud is en hun deken dun? Ze kruipen bij elkaar.

En wat doen babykonijntjes als het buiten kil is en hun velletje kaal, zonder vacht?

Ze kruipen bij elkaar.

Klopt echt, zeggen biologen uit Frankrijk en Oostenrijk die dat nog eens heel precies onderzochten. Gelukkig maar. Hoe moest je zo’n kluwen kleine konijntjes anders verklaren?

In hun lab namen de biologen steeds de temperatuur op van de zeven of acht beestjes in zo’n kluwen. Af en toe lieten ze het in het lab ook flink afkoelen: van 24 naar 11 graden Celsius – zoals wanneer een konijnenhol afkoelt op een hele kille lentedag.

En nee, de kleintjes kunnen dan niet dicht tegen hun moeder aan kruipen. Die huppelt meteen naar buiten nadat de jonkies geboren zijn. Alleen nu en dan komt ze drie of vijf minuten langs om ze melk te geven. De babykonijntjes moeten elkaar verdringen om wat melk te krijgen.

Maar het zou niet slim zijn om als stoer jonkie al je broers en zusjes uit het nest te schoppen. Want een jonkie heeft in zijn eentje wel veel te drinken, maar hij verstookt alle energie uit die melk meteen weer. Niet om te groeien, maar om zichzelf warm te houden.

Dat zagen de biologen toen ze steeds twee jonkies apart zetten. Om warm te blijven, verbranden eenzame konijntjes zelfs hun bruin vet. Zo raken ze hun isolatielaag kwijt – hun warme binnenjas die tegen kou beschermt. Aan groeien komen ze helemaal niet meer toe.

Konijntjes kunnen dus beter samen zijn. Zeker in de eerste vijf dagen zonder vacht. Ze kroelen door elkaar zodat ze om beurten in het warme midden van de kluwen liggen (het staat allemaal in het tijdschrift PLoS One).

Of dat altijd eerlijk gaat, dat weten de biologen niet. Misschien dringen bazige zusjes wel vaker naar het midden, en komen sullige broertjes vaker aan de buitenkant terecht.

Je raadt het al: dát willen de biologen nu verder onderzoeken.

MvdH