Deetman: Castratie los van misbruik

Door een onzer redacteuren

De commissie-Deetman vindt dat haar rapport over misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk „berust op feiten en zorgvuldige afwegingen die de betrouwbaarheid ervan staven”. Dat schrijft de commissie in een notitie aan de opdrachtgevers van hun onderzoek, de kerkbestuurders.

De commissie reageert op publicaties in NRC Handelsblad. De krant berichtte eerder deze maand dat een melding aan de commissie, over de castratie van een minderjarige jongen na zijn aangifte van seksueel misbruik in internaat Harreveld, niet diepgaand was onderzocht en niet in het rapport van de commissie kwam.

Volgens de commissie toonden de melding over de castratie en de gegevens die de commissie had, geen „verband aan tussen het seksuele misbruik van een aantal minderjarigen, de aangifte en de castratie”.

De krant berichtte ook dat de latere premier Marijnen zich had ingezet om gratie te krijgen voor broeders die in internaat Harreveld ontucht pleegden. Die informatie vond de commissie in de archieven, maar werd niet gepubliceerd. De commissie ontkent dat niet. Wel benadrukt ze dat er geen informatie is aangetroffen waaruit blijkt dat Marijnen een „officieel” gratieverzoek zou hebben ingediend.

De secretaris van de commissie meldde de krant later dat Marijnen, in een andere kwestie, een poging had gedaan de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie te beïnvloeden. Dat hield verband met een toespraak van een officier van justitie op een bijeenkomst van kinderrechters. De officier liet zich daar negatief uit over internaat Harreveld, dat kampte met misbruikschandalen. Marijnen zou daarop actie hebben ondernomen. Volgens de commissie ging dat enkel om een vermoeden van financiële malversaties en niet om seksueel misbruik. Dat valt evenwel niet uit het rapport-Deetman op te maken.

NRC Handelsblad ontkent te hebben bericht dat gevoelige informatie „opzettelijk zou zijn achtergehouden” door de commissie. De Kamer houdt woensdag een rondetafelgesprek over de kwestie.