De robotjournalistiek bezorgt de lezer tunnelvisi e

Nieuwe bedrijfjes ontwikkelen software die zeer leesbare artikelen produceert. Sneller én goedkoper dan journalisten. En afgestemd op de wensen van de klant. Over de gevolgen maakt Evgeny Morozov zich ernstig zorgen.

Illustratie Angel Boligan

Kan techniek autonoom zijn? Leidt ze een eigen leven en functioneert ze onafhankelijk van menselijke leiding? Van de Franse theoloog Jacques Ellul tot de Unabomber werd dit altijd alom aanvaard. Inmiddels doen de meeste historici en sociologen van de techniek dit echter af als naïef en onjuist.

Maar kijk nu eens naar de hedendaagse financiële wereld, die steeds afhankelijker is van geautomatiseerde handel, met geavanceerde computeralgoritmen die prijsvariaties opsporen en uitbuiten die voor de gewone handelaar onzichtbaar zijn.

Intussen laat Forbes – een van de eerbiedwaardigste instituten in de financiële journalistiek – door een bedrijf genaamd Narrative Science automatisch online-artikelen produceren over de verwachte kwartaalcijfers in het bedrijfsleven. Stop er gewoon wat getallen in en binnen enkele seconden levert de slimme software zeer leesbare verhalen. Of zoals Forbes het verwoordt: „Narrative Science zet met behulp van zijn eigen kunstmatige-intelligentieplatform gegevens om in verhalen en inzichten.”

Let op de ironie: geautomatiseerde platforms ‘schrijven’ nu nieuwsberichten over bedrijven die hun geld met geautomatiseerde handel verdienen. Die berichten worden uiteindelijk weer in het financiële systeem ingevoerd en helpen daar de algoritmen om nog winstgevender transacties te ontdekken. In wezen is dit journalistiek door robots en voor robots. Het enige voordeel is dat mensen al het geld mogen houden.

Narrative Science is een van de bedrijven die software voor geautomatiseerde journalistiek ontwikkelen. Deze start-ups werken vooral in niches – sport, financiën, vastgoed – waar nieuwsberichten meestal hetzelfde patroon volgen en om cijfers draaien. Inmiddels betreden ze ook de arena van de politieke berichtgeving. Narrative Science biedt nu ook de mogelijkheid om artikelen te produceren over de neerslag van de Amerikaanse verkiezingsstrijd in de sociale media, de thema’s en kandidaten die in een bepaalde staat of streek het meest en het minst worden besproken, en soortgelijke onderwerpen. Het kan zelfs citaten uit de populairste en boeiendste tweets in het uiteindelijke artikel verwerken. Niets doet beter verslag van Twitter dan de robots.

Het is eenvoudig te begrijpen wat het nut is voor de klanten van Narrative Science – volgens het bedrijf heeft het er 30. Allereerst is het veel goedkoper dan om fulltime journalisten te betalen, die soms ziek worden en respect verlangen. Zoals The New York Times in september vorig jaar berichtte, betaalt een van de partners van Narrative Science in de bouw minder dan 10 dollar per artikel van 500 woorden. En er is niemand om over de slechte arbeidsomstandigheden te klagen. Zo’n artikel is in een seconde geschreven. Zelfs Christopher Hitchens kon die deadline niet verbeteren.

Ten tweede belooft Narrative Science uitvoeriger – en objectiever – dan elke menselijke verslaggever te zijn. Weinig journalisten hebben de tijd om miljoenen tweets te vinden, te verwerken en te analyseren, maar Narrative Science doet dit met gemak en, belangrijker nog, ogenblikkelijk. Het richt zich niet alleen op ingewikkelde getallen – het probeert te begrijpen wat die cijfers betekenen en deze betekenis aan de lezer over te brengen. Zou Narrative Science Watergate hebben blootgelegd? Waarschijnlijk niet. Maar van de meeste nieuwsberichten is het plaatje dan ook veel eenvoudiger.

De oprichters van Narrative Science beweren dat ze de journalistiek gewoon willen helpen – niet elimineren! – en dat zouden ze ook best kunnen menen. Verslaggevers kunnen vermoedelijk hun bloed wel drinken, maar sommige uitgevers – met altijd de rekening in het achterhoofd – zullen hen beslist met open armen ontvangen. Op den duur zal de maatschappelijke invloed van zulke technieken – die nu nog maar in de kinderschoenen staan – echter misschien wel problematischer worden.

Als er immers één ondubbelzinnige tendens in de huidige ontwikkeling van het internet bestaat, dan is het de drang naar personalisering van onze online-ervaring. Alles wat we online aanklikken, lezen, zoeken en bekijken is steeds meer het gevolg van een verfijnde inspanning waarbij onze vorige klikken, zoekopdrachten, ‘vind ik leuks’, aankopen en interacties bepalen wat er in onze browsers en apps verschijnt.

Tot voor kort vreesden veel internetcritici dat zo’n personalisatie van het internet het begin zou kunnen zijn van een wereld waarin we alleen artikelen zien die onze bestaande interesses weerspiegelen, en nooit meer buiten de gebaande paden treden. De sociale media, met hun eindeloze stortvloed van links en mini-debatten, hebben een aantal van deze zorgen overbodig gemaakt. Maar de opkomst van de ‘robotjournalistiek’ zal uiteindelijk misschien nog weer een nieuwe en andere uitdaging vormen, die de uitstekende opsporingsmechanismen van de sociale media nog niet kunnen oplossen: stel dat we op dezelfde link klikken, die in theorie naar hetzelfde artikel leidt, maar uiteindelijk heel andere teksten lezen?

Hoe zal dit uitwerken? Stel dat mijn onlinegeschiedenis doet vermoeden dat ik hoger onderwijs heb gevolgd en dat ik vaak de websites van de The Economist of The New York Review of Books bezoek; daardoor krijg ik een verfijnder, uitdagender en informatiever versie van hetzelfde verhaal te zien dan mijn buurman die USA Today leest. Als kan worden afgeleid dat ik ook belang stel in internationaal nieuws en mondiale gerechtigheid, dan zal een nieuwsbericht over Angelina Jolie dat door de computer is geproduceerd misschien eindigen met een vermelding van haar nieuwe film over de oorlog in Bosnië. Mijn buurman daarentegen, die bezeten is van beroemdheden, zou hetzelfde verhaal zien eindigen met wat nutteloze roddeltjes over Brad Pitt.

De productie van op maat gesneden verhalen, al naar gelang de interesses en intellectuele gewoonten van één specifieke lezer, is precies wat de robotjournalistiek mogelijk maakt – en waarom zorgen daarover op hun plaats zijn. Adverteerders en uitgevers zijn verzot op een dergelijke verpersoonlijking, die gebruikers zou kunnen bewegen meer tijd op hun site door te brengen.

Maar de sociale gevolgen zijn heel dubieus. Op zijn minst bestaat het gevaar dat sommige mensen verzanden in een vicieuze nieuwscirkel, waarin ze niets anders consumeren dan informatiejunkfood en amper in de gaten hebben dat er daarnaast ook nog een andere, intelligentere wereld is. En intussen door het gemeenschappelijke karakter van de sociale media gerustgesteld worden dat ze niet echt iets missen.

Het kan natuurlijk ook de volgende stap zijn in de ontwikkeling van de veel gehate content farms (bedrijven die teksten maken die zo goed mogelijk worden opgepikt door zoekmachines op internet) zoals Demand Media.

Bedenk wat er zou gebeuren – en dit lijkt ook wel waarschijnlijk – als grote technologiebedrijven deze bedrijfstak betreden en kleine spelers als Narrative Science verdringen. Neem Amazon. De e-reader van Kindle stelt de gebruiker in staat onbekende woorden op te zoeken in het elektronische woordenboek en zijn favoriete zinnen te onderstrepen; Amazon registreert deze gegevens en slaat ze op zijn servers op. Dit zou goed van pas komen als Amazon besluit een gepersonaliseerd en volledig geautomatiseerd nieuwsoverzicht te bouwen: Amazon weet tenslotte al welke kranten ik lees, welk soort artikelen mijn aandacht trekken, welke zinnen mij in het algemeen bevallen en welke woorden ik niet begrijp. En ik heb al hun apparaat waarop ik zulke nieuwsoverzichten kan lezen – gratis!

Of neem Google. Dat kent niet alleen beter dan wie ook mijn informatiegewoonten – helemaal dankzij het onlangs gestroomlijnde privacybeleid – maar het beheert ook de geavanceerde nieuwsvergaarder Google News, waardoor het een voortreffelijk analytisch inzicht in de actualiteit krijgt. Dankzij de zeer geliefde service Google Translate weet het ook hoe zinnen samengesteld moeten worden.

Gezien dit alles lijkt het een kortzichtige gedachte dat een grotere automatisering de journalistiek zou kunnen redden. Maar vernieuwers als Narrative Science valt niets te verwijten: bij beperkt gebruik kunnen hun technieken wel degelijk kosten besparen en misschien zelfs wel een aantal journalisten in staat stellen – als ze hun baan tenminste kunnen houden – zich aan interessanter analytische projecten te wijden in plaats van elke week hetzelfde verhaal te herschrijven.

De echte bedreiging komt voort uit onze weigering te onderzoeken welke sociale en politieke gevolgen het heeft om te leven in een wereld waarin het bijna onmogelijk wordt om anoniem te lezen. Het is een wereld die voor adverteerders – samen met Google, Facebook en Amazon – niet snel genoeg kan komen, maar het is ook een wereld waarin het weleens moeilijker zou kunnen worden om kritisch, erudiet en onconventioneel te blijven denken.

Evgeny Morozov is auteur van The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom. Hij bekleedde de Yahoo!-leerstoel aan het Institute for the Freedom Study of Diplomacy aan Georgetown University en is nu gastdocent aan Stanford University. Ook schrijft hij een blog voor Foreign Policy.