De geurige tram

In het spitsuur ’s ochtends ruikt de tram naar zeep, parfum en deodorant. Sommige mensen hebben het zo krachtig aangepakt dat ze een geurspoor door het rijtuig trekken. Of je zit naast iemand die zich een uurtje geleden dusdanig heeft ingezeept of bespoten dat je in zijn zware dampkring zit. Een enkele keer doet het me denken aan een oude reclame voor zeep, een kort stripje. Je ziet een jongeman die bezig is, een mooi meisje te veroveren. De avances vorderen. Maar plotseling wendt het meisje zich met een vertrokken gezicht af. Zou het B.O. zijn, vraagt de tekst. Body Odour. Ja, zo was het. Als die man zich met Rexona had gewassen, was het beter afgelopen.

Op school heb ik geleerd dat we het parfum te danken hebben aan Lodewijk XIV, van 1643 tot 1715 koning van Frankrijk, bijgenaamd De Zonnekoning. Tijdens zijn bewind werd het ogenblik waarop hij uit bed stapte, omgevormd tot een kleine feestelijkheid, le petit levée. Zeep zoals wij die kennen, was er in die tijd nog niet. Ook de grootste vorst is au fond een zoogdier dat acht uur slaap nodig heeft. De hofhouding verzamelde zich om het bed. Daar kwam de vorst uit de lakens. Nadere bijzonderheden kan iedereen zelf verzinnen. Door de uitvinding van het parfum zijn de bijverschijnselen verdraaglijk geworden.

De laatste jaren is de tram in het spitsuur nog beter geworden. Dat hebben we aan de digitale revolutie te danken. Ik heb absoluut geen verstand van die handige platte apparaatjes waarmee je kunt telefoneren, fotograferen, mailen, twitteren, naar muziek luisteren, honderden vrienden maken, de hele wereld laten weten wat je van wat dan ook vindt. Deze wonderdingetjes horen tot de natuur waarin de kinderen van de nieuwe generatie opgroeien. Ze weten niet beter. Ze komen binnen, halen dat gereedschapje tevoorschijn en beginnen met vingertoppen over het venstertje te aaien. De vorige generatie drong de tram binnen, begon vrolijk te duwen en te trekken, er werd hard gepraat, geschreeuwd. Kabaal. Nu lijkt het wel of je omringd wordt door vrome kloosterlingen. Zwijgend zijn ze met hun digitale brevier bezig.

Je kunt je afvragen hoe deze generatie zich zal ontwikkelen; deze meisjes en jongens die op hun twaalfde, dertiende geleerd hebben zich virtueel te handhaven, met alleen het praktisch dagelijks verminderende aantal beperkingen van de techniek. Deze week is Windows weer met een nieuw programma vol onbegrensde mogelijkheden gekomen. Nog gemakkelijker, leuker, volop genieten en het digitale waterhoofd van de vrije meningsuiting. Geen wonder dat het steeds stiller wordt in de tram.

Het Amsterdamse openbaar vervoer hoort tot de beste ter wereld. Dat is onlangs wetenschappelijk uitgezocht. Door wie? Joost mag het weten. Daar zijn wetenschappelijke instellingen voor. Na grondig onderzoek maken ze hun resultaten bekend, dat komt in de krant, je leest het en je gaat over tot de orde van de dag. Amsterdam staat zesde op de wereldranglijst van steden waar je het best kunt wonen. Zeker, ik woon er ook. New York staat op nummer één. Voor mij niet meer, maar daarover ga ik nu niet zeuren. Dat Amsterdam tot de top hoort hebben we ook te danken aan het openbaar vervoer. En zoals ik hierboven heb uitgelegd, het wordt door allerlei oorzaken ook steeds comfortabeler.

Maar met alle respect voor de directie van het GVB, toch heb ik twee klachten. Niet over zaken die mij persoonlijk hinderen. Ik beschouw het als algemene gebreken. Ten eerste de tekst van de man die automatisch omroept welke halte we naderen en welke verbindingen daar beschikbaar zijn. Ook in het Engels. Exiting the vehicle, vroeg hij vroeger. Dat is deftig steenkolenengels. Een jaar geleden werd dat door een polyglot bij het GVB ontdekt. Toen is het gewoon leaving the vehicle geworden.

En dan is er nog een verbetering. Tegenwoordig noemt die omroeper niet alleen de bezienswaardigheden en lijnen waarop je kunt overstappen. Hij zegt ook: Streekvervoer. Met een stem alsof hij gewurgd wordt. Ook dit kan beter.

En nu is het vakantieseizoen weer begonnen. Van heinde en verre, Japan, China, Rusland komen ze onze prachtige stad bekijken en dan komen ze ook in de tram terecht. Van het Leidseplein naar het Rijksmuseum of het Van Gogh, een of twee haltes. Daar vormt zich aan de vooringang een rij van negen Italianen, twaalf Japanners en vier Russen. Ze willen allemaal bij de bestuurder een kaartje kopen met een biljet van tien, twintig of vijftig euro. Dat kan zolang de voorraad wisselgeld strekt. Na zeven Italianen zijn de muntjes op. De volgende klant wordt uitgelegd dat er nog een ingang is met een conducteur die daar speciaal zit om kaartjes te verkopen. Dat moet de arme bestuurder zeker vijf keer doen. Het nieuws wordt doorgegeven. Na een minuut of tien kan de tram verder.

Zo gaat het in deze mooie dagen. Ik heb een idee: zet een bordje bij de vooringang met in vijf talen de tekst dat de conducteur verderop zit en dat zij/hij graag kaartjes verkoopt. Dan wordt de tram nog beter.