De Birmezen willen vrijheid, computers, eerlijkheid en elektriciteit

Zondag zijn er voor het eerst in 22 jaar vrije verkiezingen in Birma, althans in een deel van het land. Iedereen vindt dat oppositieleider Aung San Suu Kyi een sleutelrol moet spelen. Maar hoe hervorm je een land dat níéts heeft? „We beginnen echt bij nul.”

Een gammele Mitsubishi-bus vertrekt om kwart over acht ’s ochtends uit de noordelijke stad Mandalay naar het 150 kilometer zuidelijker gelegen Meiktila. Hij weerspiegelt de problemen van Birma. Behalve de motor doet vrijwel niets het meer. De snelheidsmeter is kapot. Van de benzinemeter rest een gat, de remmen doen het alleen na flink pompen, een van de gaten aan de onderkant van het chassis is zo groot als een voet. Je ziet de weg onder je voorbijflitsen. Ook de toeter heeft de geest gegeven. Daarom schreeuwt de chauffeur waarschuwingen door het open raam naar boeren op ossenkarren die niet snel genoeg opzij gaan.

Het lijkt of Birma onder het generaalsbewind van de afgelopen vijf decennia is bevroren. Terwijl de buurlanden , van China tot Thailand en zelfs India, economisch gezien in Aziatische tijgers veranderden, bleef Birma steken waar het in de jaren 60 was en raakte in verval. Heel lang leek dat de generaals niet te deren. Terwijl ze het land hardhandig onder controle hielden, vulden ze hun zakken met de inkomsten uit de verstrekking van lucratieve licenties voor de import van auto’s, de winning van mineralen en teakhout. En ze leken immuun voor druk uit het buitenland via sancties.

Totdat vorig jaar een civiele regering aantrad onder leiding van president Thein Sein, een voormalige generaal. Tot bijna ieders verbazing sloeg die krachtig aan het hervormen, zowel op economisch als op politiek terrein. Plotseling staan de ministers van Buitenlandse Zaken in de rij om Birma te bezoeken, met in hun gevolg zakenlieden op zoek naar deals in een land rijk aan bodemschatten als jade, robijnen, teakhout en gas. En ze willen Aung San Suu Kyi zien, als Nobelprijswinnares symbool van de vreedzame strijd voor meer democratie in haar land.

De hervormingen doen de Birmezen ook hopen op een betere toekomst. Anders dan vroeger durven mensen nu uit te komen voor hun aanhankelijkheid aan Aung San Suu Kyi. „Ik wil verandering”, zegt Zinmar Lwin (33), eigenares van een kruidenierswinkeltje op een overdekte markt in een buitenwijk van Rangoon. En op wie heeft ze haar hoop gevestigd?

Een brede glimlach plooit zich in haar wangen, die naar oud gebruik zijn ingesmeerd met thanaka, een witte créme gewonnen uit boombast. „Aung San Suu Kyi.”

Zondag bereikt de hervormingsdrift van Thein Sein een voorlopig hoogtepunt. Dan worden er voor het eerst in 22 jaar vrije verkiezingen gehouden, althans voor 45 van de 440 zetels in het Lagerhuis. Bij de vorige parlementsverkiezingen, toen de Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Suu Kyi een verpletterende overwinning boekten, schrokken de militairen zo dat ze de leiders van de NLD gevangen zetten. Suu Kyi kreeg huisarrest.

Op een persconferentie noemde ze de de verkiezingen deze week „vrij noch eerlijk”. Omdat oppositieleden worden geïntimideerd, bekogeld met stenen, en omdat posters worden vernield. Maar spijt had ze niet van het besluit deel te nemen. En het moet gek lopen willen zij en veel partijgenoten geen zetels krijgen in de kolossale parlementsgebouwen in de nieuwe hoofdstad Nay Pyi Taw. Zelfs als de NLD alle 45 zetels zou winnen, weten de militairen zich nog van een ruime meerderheid verzekerd in het Lagerhuis. „De regering wil haar graag in het parlement”, zegt een adviseur van president Thein Sein. „We hopen dat ze een matigende rol kan spelen in het hervormingsproces.”

Het risico bestaat immers dat de Birmezen na jaren van ontberingen plotseling verbeteringen verwachten. Het hervormingselan van Thein Sein (66) wekte aanvankelijk argwaan. Probeerde hij slechts de Birmese bevolking en de buitenwereld zand in de ogen te strooien? Ruim een jaar na zijn aantreden gaan steeds meer mensen ervan uit dat hij niet langer aan de leiband loopt van de vroegere sterke man van de junta, Than Shwe, en een serieuze poging doet het land in beweging te krijgen.

Dezelfde bladzijde

Sommigen schrijven die ambitie toe aan het besef dat Birma zo niet verder kon. De generaals kwamen zelf ook in het buitenland en zagen daar hoe hun land verder achterop raakte. Het prestige van het leger zou er uiteindelijk ook onder lijden.

Ye Htut, directeur-generaal op het ministerie van Informatie in Nay Pyi Taw, wuift scepsis van de hand. „Vergeet u niet dat het de militairen zelf waren die deze hervormingen in gang hebben gezet”, zegt hij. Al in 2003 werd er zo’n plan door de generaals gepresenteerd dat door niemand serieus werd genomen. „Aung San Suu Kyi weigerde ons als partner te zien. Nu zien zij en haar partij de realiteit onder ogen.” De presidentiële adviseur zegt het zo: „Aung San Suu Kyi en de president zijn op dezelfde bladzijde aangeland.”

Vriend en vijand zijn het erover eens dat Suu Kyi een sleutelrol moet spelen. Juist zij kan met haar morele gezag als Nobelprijswinnares, oppositieleider en als dochter van vader des vaderlands generaal Aung San, hervormingen helpen legitimeren tegenover de bevolking. En zij kan ervoor zorgen dat de sancties die nog van kracht zijn tegen Birma, of Myanmar zoals de militairen het land noemen, worden opgeheven.

Maar zijn de NLD en The Lady, zoals Suu Kyi vaak wordt genoemd, wel klaar voor zo’n belangrijke rol? Ook bij hen heeft de ‘bevriezing’ van de laatste decennia zijn tol geëist. Wie het bescheiden hoofdkwartier van de partij naast een meubelwinkel in de oude hoofdstad Rangoon bezoekt, treft tientallen vrijwilligers die de pensioengerechtigde leeftijd vaak al ruim zijn gepasseerd. Vriendelijke mannen en vrouwen, die dikwijls lang gevangen hebben gezeten, bieden er petjes, T-shirts en theekoppen aan met de beeltenis van de geliefde leider. Die is trouwens ook al 66 jaar en niet in allerbeste gezondheid. Ze moest haar verkiezingscampagne deze week wegens uitputting staken.

Een vluchtige inspectie van het hoofdkwartier leert dat er slechts één computer staat. Een van de belangrijkste adviseurs is de 85-jarige U Tin Oo, een voormalige opperbevelhebber die nog met de in 1948 vermoorde vader van Suu Kyi heeft samengewerkt. In de jaren ’70 kreeg hij ruzie met de generaals en belandde hij in de gevangenis. Moet Birma het van zulke veteranen hebben?

Waar ze ook komt ontketent Suu Kyi een tomeloos enthousiasme, onder oud en jong, in de stad en op het platteland. Maar westerse en Birmese deskundigen constateren bezorgd dat ze Aung San Suu Kyi nog nooit hebben kunnen betrappen op een heldere uiteenzetting hoe ze het land uit het slop wil trekken. Alles is er altijd op gericht geweest de generaals onder druk te zetten en meer ruimte voor democratie te verwerven. Ze heeft ook geen ervaren, onafhankelijke adviseurs, die weten hoe je een vastgelopen economie vlot trekt.

De verwachtingen zijn intussen hoog gespannen. „We willen nu eindelijk wel eens elektriciteit en meer vrijheid”, zegt U San Myint, dorpsoudste in een boerengehuchtje dertig kilometer ten noorden van Rangoon. „Meer vrijheid om zelf een zaak op te zetten en meer eerlijkheid bij het verdelen van de banen en staatssteun. Nu krijgen alleen de vriendjes van de militairen hulp. Daarom haat ik de militairen zo.” Triomfantelijk wijst hij op een sticker van de NLD op zijn bamboe huisje. Dan stuurt hij snel een jongen een hoge palm in om verse thoddy (palmwijn) voor het bezoek te halen.

Iedereen beseft dat er hervormd moet worden. Maar hoe pak je zoiets aan in een land dat zolang stilstond? „Het huis is kapot. Het dak is kapot, er zitten geen deuren meer in en geen ramen. Waar begin je dan”, vraagt Tom Kramer, Birma-deskundige die voor het Transnational Institute werkt en in Rangoon is gestationeerd. „We beginnen echt bij nul”, bevestigt de presidentiële adviseur.

De achterlijkheid van Birma blijkt ook uit het feit dat er nergens – op een paar luxehotels na – met creditcards kan worden betaald. Alles moet met cash. Het vertrouwen om krediet te verlenen ontbreekt. Amerikaanse dollarbiljetten worden wantrouwend gemonsterd. Als er een kreukje in zit en het biljet van voor 2006 is, weigert zelfs de armste Birmees het resoluut. Voor bedrijven heel onpraktisch, die casheconomie, te meer omdat de hoogste waarde van een bankbiljet maar 5.000 kyat is, nog geen zeven dollar.

Halsstarrig handhaafde de regering een kunstmatig hoge koers van 6 kyat per dollar. Op de zwarte markt ligt die op 800 kyat per dollar. Na overleg met het Internationaal Monetair Fonds heeft Birma deze week aangekondigd vanaf zondag de koers aan de markt over te laten.

De infrastructuur behoort tot de slechtste in Zuidoost-Azië. Het wemelt er van de dorpen zonder elektriciteit en stromend water en wie ’s nachts over Rangoon vliegt, een stad van zo’n vier miljoen inwoners, valt op hoe donker het er is in vergelijking tot bijvoorbeeld Bangkok. Birma heeft amper expertise op het gebied van economisch management. „De minister van Financiën is een oud-generaal”, zegt Moe Kyaw (47), directeur van een marketingbureau in Rangoon, „ook hij mist achtergrond op dat essentiële terrein”.

Het land betaalt bovendien de prijs voor zijn decennia lange isolement en het belabberde onderwijs. Studenten die worden geacht over een paar jaar Engels te onderwijzen spreken de taal zelf nog amper. „Ik heb een jonge vrouw in dienst die communicatiewetenschappen heeft gestudeerd aan de Universiteit van Myanmar”, vertelt Moe onderuitgezakt aan een enorm bureau vol telefoons, „en zij wist niet wat een database was.” Birmezen zijn volgens Moe ook niet gewend hun verstand te gebruiken. De militairen hebben er ingestampt dat ze bevelen opvolgen.

President Thein Sein reisde daarom eind januari naar Singapore, het belangrijkste financiële centrum in de regio en tamelijk autocratisch geregeerd, om hulp te vragen. Hij heeft bovendien een paar Birmese economische adviseurs aangetrokken met ervaring in het buitenland.

Naar verwachting zal het land zich spoedig meer openstellen voor buitenlandse bedrijven in de hoop zo nieuwe impulsen te creëren voor zijn economie. Maar sommigen vrezen dat daardoor een scheefgroei ontstaat, waarbij een kleine Birmese elite profiteert en de meerderheid van de bevolking het nakijken heeft. De natuurlijke hulpbronnen van het land zullen intussen worden geplunderd. „Er bestaat een ernstig risico dat er een diepe kloof tussen arm en rijk ontstaat”, zegt Khin Zaw Win (62), hoofd van het Tampadipa-instituut, een Birmese hulporganisatie.

De uitbuiting van hun land door het buitenland is een oud trauma voor de Birmezen. Dit gebeurde in de koloniale tijd door de Britten, bijgestaan door Chinezen en Indiërs. Het herhaalde zich de laatste jaren doordat Chinese bedrijven met steun van de junta hun gang konden gaan. „Misschien is het beter het model van een kalme ontwikkeling zoals in Laos te volgen”, meent Khin Zaw Win.

De regering hoopt de ontwikkeling op gang te brengen door op veel sectoren tegelijk te mikken: onderwijs, volksgezondheid, elektriciteit voor het platteland en stimulering van kleinere ondernemingen. „Een van de problemen is hoe we er voor zorgen dat de mensen aan de basis ook van dit alles profiteren”, erkent de presidentiële adviseur.

Het buitenlandse bedrijfsleven zou kunnen helpen met investeringen. „Maar geen serieus bedrijf zal in Birma willen investeren”, waarschuwt de Brit Richard Horsey, een consultant voor de International Crisis Group, „zonder duidelijke regels, zonder normale banken, zonder kredietfaciliteiten en zolang alles nog in cash moet worden gedaan. De regering moet opschieten met zijn hervormingen.”

Extravagante looneisen

Ook de politiek is instabiel. Sommige politici komen plotseling met extravagante, nieuwe eisen. Zo heeft de voorzitter van het Lagerhuis, Than Shwe Man, opgeroepen de lonen van ambtenaren te verhogen tot een minimum van 100.000 kyat per maand, zo’n 150 dollar. Dat is drie keer zoveel als lagere functionarissen nu ontvangen. Het parlement heeft zich achter die eis geschaard. Maar de regering zegt dat het geld ontbreekt. „Dat is geen realistische eis”, klaagt de presidentiële adviseur. „Zo’n stap wakkert de inflatie aan en doorkruist de macro-economische stabiliteit.”

Na bijna vijftig jaar militair bewind blijft bij veel Birmezen in het achterhoofd de angst meespelen dat de generaals de recente hervormingen weer terugdraaien. „Niemand weet zeker hoe er in het leger wordt aangekeken tegen de hervormingen”, zegt Kramer. „In dat opzicht is het echt een beetje als op het Kremlin onder het communisme.”

Die onzekerheid versterkt het besef dat voorzichtigheid is geboden. Met name bij de oudere generatie: „We begrijpen dat we nu op een pragmatische wijze moeten denken”, aldus oud-generaal U Tin Oo, die zelf veertien jaar gevangen heeft gezeten onder de junta.

Ook Khin Zaw Win, die elf jaar in de cel zat en een dochter verloor tijdens zijn gevangenschap, zegt dat hij ervan is doordrongen dat het zinloos is bitter te blijven over het onrecht uit het verleden.

In een theehuis in Rangoon vertelt hij dat hij een Poolse onderminister sprak, die in de jaren ’80 bij de vakbond Solidariteit was betrokken. Die adviseerde: wanneer het uur van de verandering slaat, zorg dat je er klaar voor bent. Khin Zaw Win: „In 1988, toen er grote protesten uitbraken tegen het militaire bewind, waren we er niet klaar voor. Nu voel ik dat we dat wel zijn.”