Coup Mali toont hoe fragiel democratie is

Terwijl militairen in Mali het burgerbewind omverwierpen, zegevierde afgelopen week de democratie in Senegal. Afrika wordt democratischer, maar leiders negeren soms de regels.

De democratische wortels van Afrika zijn fragiel. In Senegal, een van Afrika’s oudste democratieën, ging het deze maand bijna fout toen de autocratische president Abdoulaye Wade tegen de regels in aan de macht probeerde blijven. Op het laatste moment besloot hij zich toch bij zijn verkiezingsnederlaag neer te leggen. In buurland Mali wierpen jonge militairen één maand voor de stembusgang de regering omver en maakten een einde een democratisch experiment van twintig jaar.

Wat zeggen deze gebeurtenissen over de ontwikkeling van democratie in Afrika? Er waait ontegenzeggelijk een democratische wind in Afrika. Tegen het einde van de Koude Oorlog begin jaren negentig begonnen Afrikaanse staten met democratisering. De bevolking was de eenheidsworst van de eenpartijstaat beu. Eerst in Franstalig Afrika, in Benin in 1989, en toen in 1990 in Engelstalig Afrika, in Zambia, leidden politieke revoltes tot de invoering van het pluralisme. Gestimuleerd door de economische groei op het continent en de vorming van een spraakzame middenklasse is het politieke machtsspel inmiddels een stuk opener en vrijer geworden.

Maar de bestuurders houden zich nog steeds niet altijd aan de democratische regels. De staatsstructuren voor een eerlijk politiek spel, zoals een onafhankelijke rechterlijke macht, blijken in de meeste landen nog te zwak om machtsmisbruik en corruptie effectief tegen te gaan.

Mali was een van de meest democratische landen van Afrika, maar vlak voor de verkiezingen gooiden ontevreden militairen roet in het eten. Een muiterij, uit onvrede over de aanpak van de Toearegopstand in het noorden liep vorige week uit de hand en ontaarde in een staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Amadou Toumani Touré.

Mali werd door de Franse kolonialen tot een staat gemaakt waarin nomadische en lichtgekleurde Toearegs moeten samenleven met zwarte boerenvolken in het zuiden. De natievorming verloopt moeizaam, met al drie rebellieën van de Toearegs sinds de onafhankelijkheid. Gelijksoortige scheidingen tussen zwarte en bruine inwoners van Mauretanië, Niger, Tsjaad en Soedan hebben tot verscheidene burgeroorlogen geleid. Die scheiding heeft de democratie in Mali nu de das omgedaan.

Senegal is etnisch homogener dan Mali en kent bovendien een langere democratische traditie. Al sinds 1974 heeft het land een meerpartijenstelsel. Niet alleen in de steden maar ook op het platteland heerst het besef dat machtwisselingen alleen door verkiezingen plaatshebben.

Mali echter had in de eerste decennia van zijn onafhankelijkheid vooral dictatoriale regimes. De Malinezen ervoeren de invoering van het pluralisme begin jaren negentig als een bevrijding, terwijl de Senegalezen er al lang aan gewend waren.

De autoritaire tendensen van Wade stoten op landelijk verzet van een coalitie van verenigde oppositiepartijen, maar in de Malinese hoofdstad Bamako komt het verzet van de burgeroppositie tegen de militaire coup schoorvoetend op gang.

Democratisering gedijt beter in sterke naties, zoals Mauritius of Botswana, en in landen met een sterke economie zoals Zuid-Afrika. In chaotische landen als Congo en Nigeria lijkt de staat niet meer dan een decor voor corrupte politici. De verkiezingen in Congo vorig jaar waren een façade, waarbij het ritueel van de stembusgang werd gevolgd, maar een wankele overheid niet in staat bleek ze vrij en eerlijk te organiseren.

Nigeria hield vorig jaar algemeen geprezen verkiezingen omdat er niet meer op massale schaal fraude plaatsvond. Maar ook onder de nieuwe president Jonathan is de democratie er vaak niet meer dan een schimmenspel. In werkelijkheid maakt een informeel netwerk van machthebbers de dienst uit.

Dit stelsel dateert uit het oude, staatloze Afrika. Om te kunnen overleven zoekt iedereen een beschermheer en weldoener, om onderdeel te worden van diens netwerk. Smeergeld is onderdeel van de sociale omgang, deel van het dagelijkse leven. Het machtspel draait niet om verkiezingen maar om netwerken die verplichtingen hebben aan familie, stammen, clans, regio’s en religie.

Afrika is de afgelopen twintig jaar stukken vrijer geworden. Angstige blikken over de schouders bij gesprekken in de bar zijn minder nodig, media onthullen schandalen en parlementsleden leggen presidenten en ministers het vuur aan de schenen. Het continent wordt moderner en toleranter. De meeste Afrikanen wensen democratie, maar ook geeft menigeen prioriteit aan economische ontwikkeling boven democratische vrijheden. Daarom blijven ook autoritaire bestuursmodellen die een hoge mate van ontwikkeling kennen, zoals Rwanda en Ethiopië, aantrekkingskracht uitoefenen.