Bij het Catshuis

„Dat heeft u mij niet horen zeggen.”

„Pardon? Maar ik hoor het u net zeggen!”

„Ik ga niet speculeren over wat ik zojuist tegen u heb gezegd. Dat lijkt me ook niet verstandig, onder de huidige omstandigheden.”

„Maar u zei het toch net tegen mij? Niet soms?’’

„Luister, ik ga niet via u onderhandelen over wat ik net tegen u heb gezegd.”

„Nou ja, wat u zei dus. Dat zei u.”

„Haha, ik begrijp dat u het blijft proberen. Maar ik ga echt niet vooruitlopen op wat ik zojuist tegen u heb gezegd.”

„Maar u zei net…”

„Ik kies mijn eigen woorden, als u het niet erg vindt. Tot morgen!” (SdJ)