108 jaar met Kafka en Rilke – en zonder wrok

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week getuigen van oorlog, liefde en een legendarische moord.

Het inspirerendste boek dat ik in tijden heb gelezen is De pianiste van Theresienstadt (De Boekerij, vert. Sabine Mutsaers, 240 blz. € 18,95) waarin Caroline Stroessinger het levensverhaal optekent van de in 1903 in Praag geboren Alice Herz-Sommer. Er is al vaker gepubliceerd over deze uitzonderlijke vrouw, maar nooit zo hartveroverend. Samen met haar zoontje overleefde ze het ‘modelconcentratiekamp’ Theresienstad, emigreerde ze naar Israël en begon ze op haar 83ste opnieuw in Londen. Stroessinger, zelf ook concertpianiste, vertelt aan de hand van Alices herinneringen aan Kafka, Mahler, Rilke, Thomas Mann en Stefan Zweig hoe ze zich met Bach en Spinoza zonder wrok door het leven slaat. In 1962 woonde ze het Eichmann-proces bij. „Elk individu kan kiezen tussen goed en kwaad”, concludeerde ze. Als kind werd ze voor ‘vuile jood’ uitgemaakt, nu waarschuwt de 108-jarige dat ‘de metamorfose van individuele vooroordelen tot groepshaat’ nog steeds uitmondt in moordpartijen.

Hierna valt de herziene Céline-biografie van Em. Kummer rauw op de maag. De auteur windt geen doekjes om het virulente antisemitisme van deze grote Franse schrijver en neemt gedecideerd afstand van „ritsen critici en niet eens de stomste die er allerlei argumenten bij sleepten om de man schoon te wassen.” De titel Céline, een briljante boef (Aspekt, 400 blz. € 24,95) is ontleend aan W.F. Hermans. Doodzonde dat Kummer, die voor zijn vertaling van Reis naar het einde van de nacht terecht de Martinus Nijhoff Prijs kreeg, zich in dit boek van een populair kleuterstijltje bedient: „Was-ie nu een liederlijke antisemiet, zeg maar rustig collabo […]?” Omdat een tekst vervuilen met voetnoten gelijk zou staan „met bellen aan je voordeur als je op het punt staat klaar te komen”, ontbreken verwijzingen naar vindplaatsen. Idioot.

De verwerking van de Tweede Wereldoorlog kent geen einde. In het Zuid-Limburgse dorp Margraten zet een derde en soms al vierde generatie vrijwilligers zich in voor de nagedachtenis van de tienduizend Amerikaanse militairen die hier een laatste rustplaats vonden of als vermiste worden herdacht. De Margraten Boys (Manteau, 331 blz. € 21,50) door Peter Schrijver beschrijft de militaire begraafplaats als symbool voor de rol die de Amerikaanse bevrijders bij de ondergang van nazi-Duitsland hebben gespeeld. Meer dan 1.200 personen werkten mee, veelal mensen die een graf adopteerden, maar ook nabestaanden in de VS, wat een indrukwekkende verzameling getuigenissen oplevert. Schrijver gaat niet voorbij aan de intriges van Limburgse notabelen zoals Emilie Michiels van Kessenich en het aanvankelijke wantrouwen van de Amerikaanse militaire autoriteiten in de bedoelingen van de vrijwilligers. Een bijzonder boek.

„In de strenge vrieskou van vrijdagmorgen 18 januari 1929 trok de gehele politiemacht van de gemeente Grootegast per fiets erop uit om Aaltje Wobbes op te halen. Rond zeven uur arriveerden de vier veldwachters bij de woning van IJje Wijkstra aan de Polmalaan onder Doezem. Nog geen uur later lagen zij dood in de sneeuw.” Zo begint Libbe Henstra de definitieve geschiedenis van een legendarische viervoudige moord, die al inspireerde tot drie romans, een speelfilm van Pieter Verhoef, een dichtbundel en vier theaterproducties. Het teken van het beest (Bert Bakker, 354 blz. € 24,95) ontrafelt de legendes en onderzoekt de persoonlijke, sociale en politieke achtergronden, zoals de streekcultuur in het Groningse Westerkwartier en de toen heersende visie op gezagshandhaving. De doorwrochte en helder geschreven studie biedt niet de sensatie die liefhebbers van het genre real crime misschien op grond van de titel verwachten.

De titel Zoals jij bemint (Lebowski, 192 blz. € 17,95) een bundel liefdesverhalen van Susan Smit, dekt ook niet helemaal de lading. Het boek is geen handleiding voor het minnespel en geen grootse literatuur. Overspel, mislukte relaties, passie voor de verkeerde man of vrouw – dat werk, maar in een damesbladachtige stijl (een aantal verhalen verscheen eerder in dergelijke tijdschriften) en zonder verrassende wendingen, rake observaties of sterke beelden. Het aardigst vond ik nog een ‘Een liefde’, dat niets met Van Deyssels gelijknamige roman uitstaande heeft, maar wel ontroerend een langdurige liefde uitbeeldt tussen twee mensen die volstrekt niet bij elkaar passen.