Wat moeten die zwarte stadsmensen met land?

De spanning in Zuid-Afrika over het grondbezit van witte boeren loopt snel op door de campagne van ANC-stokebrand Malema. ‘Maar een boerderij is geld waard.’

Chris Hayward, a farmer who believes a natural gas drill would LIAAN PRETORIUS/Hollandse Hoogte

Boer Dirk van Rensburg heeft een bakkie nodig om de omvang van zijn landerijen te laten zien. In de kleine pick-up toert hij langs oneindig glooiende velden met maïs en zonnebloemen, koeien en schapen.. „Ik heb vierduizend hectare land”, zegt hij. „Daar heb ik veel geld voor betaald. Nooit heb ik iets gestolen, nooit.”

Van Rensburg, (67) boert sinds de jaren zeventig in de Zuid-Afrikaanse Vrijstaatprovincie. Hij reageert op Julius Malema. Het politieke enfant terrible, de geschorste leider van de jeugdliga van het regerende ANC, voert een niet aflatende campagne tegen witte boeren. Hun land is „gestolen”, zei Malema afgelopen weekend weer. En daarom, vindt hij, moet de overheid witte boeren die land afstaan niet langer financieel compenseren maar botweg onteigenen.

Zijn oproep raakt een gevoelige snaar bij de boeren die vrezen voor anarchistisch landjepik zoals in buurland Zimbabwe, en bij het ANC omdat het electoraat begint te morren over te trage veranderingen. Sinds Zuid-Afrika in 1994 vrij werd, is pas zo’n 8 procent van de bruikbare grond van witte naar zwarte handen overgegaan. Het overgrote deel is nog eigendom van de witte minderheid. Om de ANC-doelstelling van 30 procent in 2014 te bereiken, moet het tempo omhoog.

De partij overweegt om boeren niet langer tegen marktprijzen uit te kopen, maar te compenseren tegen een bedrag.

Herman van Rensburg, de 30-jarige zoon van Dirk, overziet vanuit de cabine van een ‘combine’, een peperdure volautomatische oogstmachine, zijn vaders imperium. „Een boerderij”, zegt hij, „is geld waard, net als een auto. Die kun je niet zomaar weggeven.” Vader Dirk, actief in boerenbond AgriSA, reageert voorzichtiger: „De verkoop van land moet vrijwillig blijven, anders haal je de hele economie onderuit.”

De Zuid-Afrikaanse regering laat nu onderzoeken wat het landhervormingsprogramma bereikt heeft. Nu al is duidelijk dat van de tien sinds 1994 herverdeelde boerderijen er negen braak liggen. Zwarte Zuid-Afrikanen die met succes hun na de racistische landwet van 1913 afgepikte land terugclaimden, hadden niet de financiële middelen en de kennis om de grond te bewerken. Sinds vorig jaar krijgen de nieuwe boeren de grond daarom niet meer cadeau, maar moeten ze eerst vijf jaar aantonen dat ze het vak beheersen.

De vraag is ook of economische bevrijding van zwarte Zuid-Afrikanen daadwerkelijk om land draait, zoals Julius Malema zegt. Een ruime meerderheid van de zwarte mensen heeft liever een goede baan, een fatsoenlijk inkomen en een huis in de stad dan een stuk landbouwgrond, blijkt uit regelmatig onderzoek, zegt politiek analist Eusebius McKaiser van Wits University. „Land is een metafoor voor de ongelijkheid in Zuid-Afrika. Als de kloof tussen arm en rijk niet zo groot was, dan zouden we helemaal niet over landhervorming praten. Wat moeten al die stadsmensen met landbouwgrond?”

Boeren is een vak. „Het is hard werken. Daar is niet iedereen geschikt voor”, stelt boer William Matasane in het nabij Arlington gelegen Senekal. Matasane, eigenaar van de boerderij ‘Verblyding’, is een van de schaarse succesverhalen van de landhervorming: in 2010 was hij ‘beste opkomende graanboer van het jaar’, sindsdien is hij ook het enige zwarte bestuurslid van boerenbond GraanSA. „William produceert de beste maïs van Senekal”, zegt de knokige oud-boer Philip du Preez, die namens de overheid Matasane als ‘mentor’ van advies dient.

„Mijn landarbeiders denken dat ik rijk ben als ik op een nieuwe tractor kom aanrijden en vragen meteen loonsverhoging, maar als boer heb je vooral enorme schulden”, zegt Matasane tussen manshoge maïsplanten. Volgens hem hebben veel zwarte Zuid-Afrikanen „onrealistische romantische fantasieën” over het boerenbestaan. „Dit land moet eten. Dan kun je geen politieke risico’s nemen.”

Het aantal commerciële boeren in Zuid-Afrika is sinds 1994 met ruim tweederde afgenomen: van zo’n 120.000 tot 37.000 nu, met risico’s voor de voedselproductie. „Grootschalige commerciële boerderijen met specialistische kennis blijven nodig, je kunt niet vertrouwen op zelfvoorzienende hobbyboeren.” Mentor Du Preez knikt instemmend. „William is mijn beste leerling. Ik had het niet beter kunnen zeggen.”

Het is een geluk dat sinds de voedselcrisis van 2008 wereldwijd aandacht is voor voedselzekerheid, glimlacht Dirk van Rensburg. „Toen de landbezettingen in Zimbabwe in 2000 begonnen, sprak niemand daar over. Nu lijkt de overheid hier echt van doordrongen.” Een woordvoerder van het ministerie van Landhervorming bevestigt dat. „Het zou vele malen sneller gaan als we het voorbeeld van president Mugabe zouden volgen, maar wij geven er de voorkeur aan ons aan de wet te houden.”