Wachten met snijden kan echt niet meer

Klaas Knot van De Nederlandsche Bank presenteerde zijn eerste jaarverslag. Alhoewel bezuinigen moeilijk is, houdt hij vast aan de Europese norm van 3 procent.

Redacteuren Financiën

Amsterdam. Coen Teulings van het Centraal Planbureau is er bang voor. PvdA-leider Diederik Samsom noemde het. En ook werkgeversvoorman Bernard Wientjes gebruikte de uitdrukking: de economie kapotbezuinigen. Maar Klaas Knot vindt het een raar begrip. De president van De Nederlandsche Bank reageert er verontwaardigd op. „Ik snap die hele term niet. Ook als we volgend jaar naar een begrotingstekort van 3 procent gaan, is er nog altijd sprake van stimulering van de economie.”

Je hoeft Knot ook niet te vragen of Nederland in Brussel meer tijd moet vragen om het begrotingstekort op die 3 procent te krijgen. Daar is hij tegen. Omdat het de Nederlandse geloofwaardigheid geen goed doet. Maar ook omdat de financiële situatie van Nederland „zorgwekkend” is.

Gisteren presenteerde Knot als opvolger van de vorig jaar vertrokken Nout Wellink voor de eerste keer het jaarverslag van de centrale bank. Hij is negen maanden in functie. Rustig is het nog geen moment geweest. Europa worstelt al tijden met de schuldencrisis. En dezer dagen proberen in het Catshuis de politieke onderhandelaars van de regeringspartijen de miljardenbezuinigingen voor volgend jaar rond te krijgen. Dat gaat heel moeizaam. Dus komt het jaarverslag van De Nederlandsche Bank op een pikant moment.

Terwijl het vinden van de miljarden om te bezuinigen heel moeilijk is, houdt Knot vast aan de Europese norm. Dat betekent een tekort van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product volgend jaar. „En zoals door dit kabinet afgesproken in 2015 een tekort van maximaal 1,8 procent”, voegt hij er graag aan toe.

Waarom zo strikt? Allerlei economen waarschuwen voor de gevolgen van harde besparingen, maar volgens Knot is het onvermijdelijk. „De bezuinigingen zijn nodig omdat Nederland de komende jaren op een lagere groei uitkomt dan we gewend waren. Maximaal een groei van 1,5 procent. Dat komt doordat de beroepsbevolking amper meer toeneemt.” Moeten de grenzen dan maar opener? „Dat is een volstrekt politieke vraag.”

Knot maakt snel een rekensom. Ooit is afgesproken dat een euroland een maximaal tekort van 3 procent mag hebben en een staatsschuld van 60 procent. „Maar dat zijn afspraken waarbij men uitging van een hogere groei. Als de structurele groei de helft lager uitkomt, wordt ook een tekort van 3 procent problematisch omdat de staatsschuld op de lange termijn dan richting de 90 of 95 procent loopt.”

Aan een jaartje respijt van Brussel heeft Knot daarom geen behoefte. De PvdA heeft onlangs gedreigd het aangepaste Stabiliteits- en Groeipact niet te ratificeren als de Brusselse eis overeind blijft dat Nederland hard en snel bezuinigt. „Ik vind het ongelukkig als Nederland niet ratificeert. Uitstel zou onze geloofwaardigheid sowieso niet versterken.”

Dat heeft direct gevolgen voor Nederland op de financiële markten, zegt Knot. Dat is al goed te zien. De Nederlandse rente wijkt steeds meer af van de Duitse. Logisch, volgens Knot. „Dat is toch de twijfel rond de uitkomsten van het overleg in het Catshuis. De onderhandelaars hebben nog alle mogelijkheden om die stijging ongedaan te maken.” Dus wil Nederland blijven profiteren van een lage rente op de obligatiemarkt, dan moet er nu snel worden bezuinigd.

Of hij optimistisch is over dat bezuinigingsberaad tussen VVD, CDA en PVV? „Ik denk dat de belangen groot genoeg zijn.” Hij is heel even stil. Dan vult hij zichzelf snel aan. „Dat is trouwens wat anders dan optimistisch. Het is natuurlijk niet gemakkelijk.” En als het niet lukt en het kabinet klapt? Dat noemt hij eerst „vervelend”. En dan „behoorlijk erg”. Hij rekent even voor. Verkiezingen, formeren. „We kunnen ons geen verloren jaar voor de economie permitteren.”

Zover is het nog niet. Knot heeft er vertrouwen in dat Nederland zijn hoogste financiële status (triple A) behoudt. „Nederland is altijd in staat geweest om te hervormen zonder dat er een grote crisis uitbreekt. Daarom hebben de markten nog steeds vertrouwen.” Nog wel, want Knot geeft toe dat er ook redenen zijn voor twijfel, waarmee hij weer benadrukt dat er echt maatregelen genomen moeten worden. „Nederland heeft een totaal andere positie dan de andere drie Europese triple A-landen. Wij zijn de enige met een primair tekort [ook zonder rentelasten mee te rekenen is er een tekort], een tekort van meer dan 3 procent [nu 4,5] en een schuld die stijgt. Bij Duitsland, Finland en Luxemburg daalt de schuld.”

De schuldencrisis is nog niet voorbij, maar volgens Knot zijn er de afgelopen maanden wel echt dingen veranderd. Hij noemt Italië. „Italië onder Mario Monti heeft echt een ander beleid dan onder Berlusconi.” En in Spanje heeft de nieuwe regering heel andere intenties dan de oude. „De arbeidsmarkt en de overheidsfinanciën worden daar echt hervormd.”

Achteraf wil Knot wel zeggen dat de redding van Griekenland te lang heeft geduurd. „Tussen het eerste pakket leningen aan Griekenland en het tweede pakket zat 1,5 jaar.” Een faillissement van Griekenland is wel voorkomen, maar dat het zo lang duurde heeft er volgens Knot wel mede voor gezorgd dat andere landen zoals Italië, Spanje en Portugal in de problemen raakten. „En misschien was Nederland wel niet in een recessie beland als de problemen sneller waren opgelost”, zegt Knot. Maar het heeft volgens hem wel één ding heel duidelijk gemaakt. „Als de oorsprong van de crisis de overheidsschulden zijn, dan ligt het toch niet voor de hand om de schulden met nieuwe schulden te bestrijden.”