Waarom Twitter geweldig is

‘Blijf jezelf oefenen in het dragen van deze Krappe Jas van 140 tekens’, zei NRC-redacteur Ward Wijndelts gisteravond op het eerste Nationale Twittergala. Het eerste Nationale Twittergala (#tg2012) vond gisteravond plaats in academisch-cultureel centrum SPUI25. Naast wetenschappers en een jurist waren er twee schrijvers: Daan Heerma van Voss en Maartje Wortel. De aanleiding voor het

Ward Wijndelts. Foto Roger Cremers

‘Blijf jezelf oefenen in het dragen van deze Krappe Jas van 140 tekens’, zei NRC-redacteur Ward Wijndelts gisteravond op het eerste Nationale Twittergala.

Het eerste Nationale Twittergala (#tg2012) vond gisteravond plaats in academisch-cultureel centrum SPUI25. Naast wetenschappers en een jurist waren er twee schrijvers: Daan Heerma van Voss en Maartje Wortel. De aanleiding voor het gala, waar de vraag centraal stond wat Twitter (de literatuur) te bieden heeft, was een publicatie van Daan Heerma van Voss, waarin hij Twitter de oorlog verklaarde.

Op deze blog publiceren we vanmiddag twee verhalen die gisteravond werden gehouden. Eentje pro Twitter, eentje contra. Dit is de tekst die NRC-redacteur Ward Wijndelts gisteren uitsprak:

Dames en heren,

Twitter is een briljante uitvinding. De genialiteit van het concept van de tweet staat op eenzame hoogte in de geschiedenis van de digitale wereld. De afschuwelijke oneindigheid van een internetpagina is ermee bedwongen, de artistieke geest wordt er door uitgedaagd - sterker nog, het is de meest bijzondere toevoeging aan het literaire instrumentarium sinds de uitvinding van de roman - en, belangrijker dan het literaire: de wereld wordt ermee verbonden op een manier die daarvoor niet bestond. En dat alles in real time, dames en heren.

Er leven twee wijdverspreide misvattingen over Twitter die ervoor zorgen dat de microblogdienst nog steeds niet universeel de Goddelijke status heeft die het zo verdient. Een misvatting gaat over de vorm en eentje over de inhoud.

Misvatting 1, over de vorm van Twitter, noem ik De Jas

Mensen die het fenomeen van de tweet - 140 tekens en geen spatie meer dan dat - wantrouwen zijn vergelijkbaar met mensen die de spelregels van voetbal stom vinden omdat ze alle wedstrijden verliezen. Met mensen die denken dat China niet belangrijk is omdat ze het Chinees niet begrijpen. Met mensen die verwachten dat de wereld verandert omdat zij van mening zijn dat dat zou moeten. Het zijn passieve sukkels, die de bakstenen muur rond het schrale tuintje van hun talent niet durven te doorbreken.

Deze mensen, dames en heren, hebben het meestal wel geprobeerd, dat Twitter, om vervolgens te ontdekken dat hun tweets doodslaan als vette vleermuizen op een streeploos gepoetst raam. En dan gaan ze, hulpeloos en stuurloos als ze zijn, klagen. ‘Er zitten toch alleen maar pubers op Twitter’, roepen ze. ‘Het is een hype, en nu lijk je ineens oubollig als je niet meedoet!’ En: ‘Wat een belachelijke vormdwang, die 140 tekens’.

Driewerf onzin! Geef het medium maar de schuld. De mensen die dit zeggen zijn Job Cohennen in Den Haag: ze kunnen vast wel iets, maar nou net niet dat ene.

In mijn werk als redacteur van een krant heb ik veel te maken gehad met columnisten. En er zijn twee dingen die elke columnist met wie ik werkte mij kon vertellen. Het eerste doet hier totaal niet ter zake, maar noem ik toch maar even, anders blijft het zo hangen. Verwacht nooit, maar dan ook nooit, dat mensen ironie begrijpen. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat je ironie als wapen niet kunt inzetten, maar de voorbeelden van ironische uitingen die serieus werden opgevat zijn legio. Met name als je doet alsof je rechts bent terwijl je eigenlijk links bent. Elke beetje linkse columnist heeft die uitglijder wel eens gemaakt. En het beperkt zich niet tot de schrijverij: de Tegenpartij van Van Kooten en De Bie is waarschijnlijk het allermooiste voorbeeld van onbegrepen ironie.
Maar goed. Het tweede wat volgens mij elke columnist ter wereld verbindt, heeft direct met Twitter te maken en dat is dus De Jas. In samenspraak met de hoofdredacteur en de vormgever, wordt er voor elke columnist een Jas gecreëerd. Een vaak omkaderd stuk van een krantenpagina, waar omheen andere rubriekjes worden gepositioneerd. Het weer, een grappige cartoon, noem maar op. Wat overblijft is een tamelijk rigide vorm waarin één ding zeker is: er passen niet meer dan zoveel woorden in. 400 bijvoorbeeld. En om het geheel een beetje appetijtelijk eruit te laten zien, is er ook een minimum. 350 woorden bijvoorbeeld. Samen vormen die twee aantallen De Jas, en een columnist die nog nooit een Jas van een bepaalde afmeting heeft gedragen, is vaak tientallen afleveringen aan het schrijven voordat De Jas Past. Frits Abrahams moest eens wat korter gaan schrijven en was maanden uit balans. Aaf Brandt Corstius had het omgekeerde. Het is een proces van vallen en opstaan, waarbij je de ene keer een veel te ingewikkelde redenering in veel te abstracte woorden propt, en de volgende keer een oppervlakkige anekdote oeverloos uitrijdt.

En dan ineens past ie. 140 tekens, of iets minder, die de inhoud overbrengen, die gevat zijn, en die erom schreeuwen om geretweet te worden.

Een les vanuit de columnschrijverij voor al die gruishoofden die op Twitter durven afgeven is dus: blijf het proberen. Blijf jezelf oefenen in het dragen van deze Krappe Jas van 140 tekens. En bedenk je daarbij ook dat Twitter slechts één van de jassen is die je als schrijver, intellectueel, columnist, gedachtendeler, tot je beschikking staan. Steeds meer publicisten slagen erin om een succesvolle mix te maken van hun publieke persoonlijkheid. Een tweet hierover, een essay in de krant daarover, een post op Facebook zus, een televisieoptreden zo. Een paar voorbeelden: Sylvia Witteman, Pieter Hilhorst en ook iemand van NRC zelf: Bas Heijne. Ze maken optimaal gebruik van sociale media, die trouwens al lang zijn uitgegroeid tot publieke media, tot plekken waar opinies worden gevormd en wereldnieuws als eerste wordt gemeld.

De tweede wijdverbreide misvatting over Twitter gaat over de inhoud en noem ik De Postbode.

Twitter kampt nog steeds, zes jaar na het ontstaan, met het imago een spreekbuis te zijn voor pubers. Jonge meisjes die vanuit hun zolderkamer in Vinexwijken in het hele land in krom Engels hun favoriete band in de VS toespreken. In tienduizenden tweets, met 6 volgers, onder wie BregjeXXX (haar vader), Mama (haar moeder) en AnastaciaSweetSixtien (de lerares op school).

Zoals de Postbode vroeger reclamefolders bij je naar binnenschoof, en saaie brieven van je penvriendje, die je had ontmoet op een camping in Frankrijk, om er een keer mee te zoenen, en vervolgens je adres te geven, waarna je maanden achtereen post van hem kreeg. Zoals de Postbode die brieven vroeger naar binnenschoof, zo gooit Twitter er nu ook een hoop bagger uit. Don’t shoot the messenger, mensen, don’t shoot him, want hij verandert de wereld ten goede.

Laat ik mij in mijn voorbeeld beperken tot de journalistiek. Ik wil jullie iets vertellen over Andy Carvin uit Maryland, Verenigde Staten. Andy werkt bij de NPR, de National Public Radio, als ‘digitaal figuur’. Andy heeft de wereld veranderd, door in 2010 en 2011 hoogstpersoonlijk alle tweets afkomstig uit de Arabische wereld te lezen, te filteren en te retweeten wat de moeite waard was. Hij vormde, dankzij Twitter - vanuit zijn woning in de VS - een knooppunt in de berichtgeving over de gebeurtenissen. Toen ik hem afgelopen zomer op een congres in New York hierover hoorde vertellen, begreep ik pas hoe doodsimpel dat in zijn werk ging. Zo was het tussen vijf en zeven lokale Andy Carvintijd altijd stil op zijn twitteraccount: dan zat hij met zijn vrouw en jonge kind te eten.
Twitter zorgde ervoor dat uit landen waar geen journalist meer welkom was, toch informatie naar buiten kwam. Carvins noeste filterarbeid - hij riep de hulp van velen in om zijn bronnen te kunnen verifiëren - zorgde er vervolgens voor dat de rest van de wereld een beeld kreeg van de lokale situatie in Tunesië, Libië, noem maar op.

Enkele van u zullen mijn uitspraak dat Twitter een goddelijke status verdient misschien overdreven hebben gevonden, maar nu, na dit verhaal? Bij zoveel genade moet u toch erkennen: de Kerk van Twitter is de Ware Kerk.