Vergeten tekenaars

Als we in Londen zijn, verzuimen we nooit om even langs Chris Beetles te gaan, een galerie die handelt in bekende Engelse en buitenlandse illustratoren. Dit soort kunsthandels is er in ons land niet. Iets kopen was er niet bij: een onafgemaakte potloodschets van Arthur Rackham doet al 40.000 pond, een bedrag dat ik niet zomaar kan missen.

Misschien moest ik op zoek naar een minder bekende tekenaar. Mijn vriend en collega Waldemar Post maakte mij ooit attent op de Engelse illustrator Francis Marshall, een geweldige vakman. Ik vroeg dus of ze werk van hem hadden. „Francis wie?” „Marshall” „Ah, een vrouw.” „Nee, nee, een man.” Het meisje dat mij te woord had gestaan, raadpleegde haar computer. Ja, ze hadden ooit een tekening van hem gehad, maar die was verkocht. Meer hadden ze niet.

Eigenlijk verbaasde me dat niet. Tot in de jaren 60 waren illustratoren als ze hun werk hadden ingeleverd, de originelen kwijt. Die kregen ze nooit terug. Dat was normaal. Op de begrafenis van Opland sprak iemand mij aan die op de zetterij van Het Parool had gewerkt. Vol trots zei hij dat hij een heleboel tekeningen van mij had, meegenomen van de zetterij. Ik voelde mij vereerd en bestolen.

Heel veel werk van diverse tekenaars ligt in de archieven van uitgeverijen te verstoffen. Soms duikt het op. Via kennissen wist ik de hand te leggen op een originele tekening van Doeve. Die hangt in mijn werkkamer te midden van andere collega’s. Toen het museum in Zutphen de tentoonstelling van Jo Spier en mij samenstelde, kwamen twee omslagillustraties van mijn hand boven water die iemand aan het Persmuseum had geschonken, niet aan mij.

Zo zou ik graag werk bezitten van de vergeten, maar door mij zeer bewonderde Frans Lammers. Die heeft de omslagillustratie gemaakt voor de Nederlandse editie van Lolita, waar Nabokov erg van gecharmeerd was. Ik houd mij aanbevolen.