‘Verandering van klimaat eist andere vorm van politiek’

Wetenschappers, zakenlui en beleidsmakers bereiden zich in Londen voor op de grote milieuconferentie in Rio. Hoe overwin je de politieke en maatschappelijke barrières?

Sinds deze week is het officieel: het Antropoceen is begonnen. ‘Epochalypse Now’ kopte het Britse boulevardblad The Sun, met gevoel voor drama, boven een foto op de voorpagina van een kernexplosie en ander menselijk geweld. Na het Holoceen zijn we aangeland in een geologisch tijdperk waarin de mens de planeet in zijn greep heeft en met de kracht van een ijstijd of een meteorietinslag de loop van de aardse geschiedenis een nieuwe richting kan geven.

Het tijdperk – de naam is ooit bedacht door de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen – werd uitgeroepen op de bijeenkomst ‘Planet under Pressure’, waar ongeveer drieduizend (natuur- en sociale) wetenschappers, beleidsmakers en zakenmensen vier dagen lang hun kennis deelden over wat zij beschouwen als een gestresste planeet. Deze uitwisseling van voorstellen en gedachten was bedoeld ter voorbereiding van de grote internationale milieuconferentie in Rio de Janeiro deze zomer.

Onderwerpen liepen sterk uiteen: van ‘de economische waarde van oceanen’ en ‘voor- en nadelen van het bestrijden van klimaatverandering door zwaveldioxide in de atmosfeer te pompen’ tot de vraag hoe je twee miljard extra mensen herbergt op een toch al overvolle planeet. Om het laatste in perspectief te plaatsen: daarvoor zou in de komende jaren iedere week een stad voor één miljoen mensen moeten verrijzen.

Hoe overtuig je de samenleving van de noodzaak om snel te handelen – want dat is wat de meeste hier aanwezige wetenschappers zich als taak stellen? Hoe zorg je dat schaarse goederen eerlijk worden verdeeld? Hoe voorkom je dat de aarde bezwijkt onder de druk?

Het ging slechts beperkt over de natuurwetenschappelijke feiten; er werd vooral gesproken over de politieke en maatschappelijke barrières. Waarom zijn de Verenigde Naties bijvoorbeeld niet in staat klimaatverandering serieus aan te pakken?

„We denken vaak dat instituties als de natiestaat of de Verenigde Naties er altijd zijn geweest, maar ze waren een antwoord op specifieke problemen”, zegt de Amerikaanse socioloog Oran Young, in een gesprek tussen een van de meer dan honderd sessies door. „De natiestaat maakte een einde aan sommige sociale conflicten in de negentiende eeuw. De Verenigde Naties versterkten na een periode van wereldoorlogen de collectieve veiligheid. Vrijhandel voorkwam een nieuwe Grote Depressie.”

Maar klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit vragen volgens Young om nieuwe vormen van internationale besluitvorming. Hij wil niet al te alarmistisch klinken, maar is er niet van overtuigd dat die nieuwe vormen tijdig worden gevonden.

„De natiestaat heeft er een eeuw over gedaan. Ik weet niet of we die tijd hebben. Misschien kan een milieucrisis de urgentie voelbaar maken. Maar gaat klimaatverandering ons die geven?” Als je een kikker in een badkuip stopt, zegt Young, en het water heel langzaam opwarmt, blijft het beest gewoon zitten en wordt hij uiteindelijk gekookt. „Als je het snel doet, springt hij eruit voor het te laat is.”

Ook Frank Biermann, politicoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ziet ernstige onvolkomenheden in het huidige systeem. „In de Verenigde Naties hebben China en India nu samen één procent van het stemrecht. Dat kan natuurlijk niet. Andorra kan in zijn eentje besluiten blokkeren.” Biermann pleit voor besluitvorming op basis van meerderheden. Hij realiseert zich dat dat moeilijk is. De VS en China krijgen weliswaar een grotere stem in de besluitvorming, maar ze moeten wel een deel van hun soevereiniteit uit handen geven.

En het liefst ook hun maatschappij anders inrichten. Iedereen was het er wel over eens dat het Bruto Nationaal Product geen goede maat is voor de kwaliteit van een duurzame samenleving. „Als je je auto in de gracht duwt of je huis in brand steekt, stijgt het BNP”, vatte Biermann samen. De Britse sociaal epidemioloog Richard Wilkinson gaf een fascinerende lezing waarin hij liet zien dat samenlevingen met meer gelijkheid niet alleen stabieler en gelukkiger zijn, maar ook duurzamer.

Zo werd op de conferentie veel gesproken over de grenzen die de aarde ons stelt. Maar in feite ging het eerder over de grenzen van de wetenschap om daarop een bruikbaar antwoord te formuleren.