Vaker tbs voor verdachten die niet meewerken aan onderzoek

Het Pieter Baan Centrum adviseert om Robert M. tbs op te leggen. Dat terwijl

hij had geweigerd mee te werken aan het onderzoek. „Heel erg griezelig”, meent zijn advocaat.

Amsterdam. Of ze willen of niet; als de rechter het eist, worden verdachten naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht gebracht. Daar wonen ze zeven weken op een afdeling met zeven andere verdachten. Hun gedrag wordt minutieus vastgelegd in dagrapporten.

Ongeveer de helft van de verdachten weigert medewerking aan dit onderzoek. Ze zijn bang dat bij hen een stoornis wordt vastgesteld. In dat geval kan tbs worden opgelegd, waarvan de duur niet vaststaat. Ook Robert M., hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak, wilde niet meewerken. Over hem is toch een advies opgesteld: tbs met dwangverpleging.

Dit gebeurt steeds vaker. Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) schreef vrijdag aan de Tweede Kamer dat het percentage rapportages over ‘moeilijk observeerbaren’ is gestegen van 22 naar 36 procent. Het is het gevolg van een ‘extra inspanning’ van het Pieter Baan Centrum, schrijft Teeven ook. Hij wil niet dat weigeraars tbs kunnen ontlopen, zoals is gebeurd bij de verkrachter van een 7-jarig meisje uit Ede.

De advocaat van Robert M., Tjalling van der Goot, vindt het „heel erg griezelig” om tbs met dwangverpleging te adviseren op basis van „gebrekkig onderzoek”. En dat is het onderzoek volgens Van der Goot altijd als een verdachte niet of niet volledig meewerkt. „Je moet het 100 procent zeker weten.”

Over M. concludeerden de onderzoekers dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is. Zijn pedofilie wordt „voortgestuwd” door de hyperseksualiteit waaraan hij lijdt. De kans op herhaling achten ze groot.

De advocaten van M. hebben de rechter gevraagd ándere gedragswetenschappers te laten beoordelen of er wel voldoende materiaal was om tbs te kunnen adviseren. Dat zal vandaag worden besproken.

Hoe komt het Pieter Baan Centrum tot conclusies over zogenoemde weigeraars? Waarnemend directeur Wim van Kordelaar zegt dat sinds eind 2009 de weigerende houding van een verdachte „minder als uitgangspunt wordt aanvaard”. Het Pieter Baan Centrum doet altijd milieuonderzoek, dat bestaat uit gesprekken met familie, vrienden en bijvoorbeeld werkgevers. Maar ze bestuderen ook de politieverhoren. Als dat lukt, worden eerdere medische rapporten over een verdachte opgediept. Robert M. is bijvoorbeeld in Letland opgenomen geweest in een psychiatrische instelling, omdat hij leed aan paranoïde schizofrenie.

Met de verzamelde informatie in de hand, wordt steeds opnieuw geprobeerd de verdachte tot een gesprek te verleiden: ‘Je moeder zegt...’. Maar wellicht belangrijker nog is een andere ontwikkeling, die Van Kordelaar beschrijft: „Rapporteurs zoeken de grenzen op van wat ze kunnen verantwoorden. Ze kijken nóg eens en nóg eens naar het verzamelde materiaal.”

De weigerende verdachten zijn al enkele jaren een politiek probleem. In 2010 sloeg het Openbaar Ministerie alarm, omdat het vreest dat onbehandelde gestoorden na een gevangenisstraf eerder zullen recidiveren. Overigens kan de rechter ook tbs opleggen als door het Pieter Baan Centrum geen advies is gegeven. Maar dat legt een zware verantwoordelijkheid bij de rechter en komt daarom zelden voor.

In het zogenoemde Kraggenburg-arrest oordeelde de Hoge Raad dat de oplegging van tbs aan een weigerende verdachte was gerechtvaardigd, omdat die in het verleden aan een stoornis had geleden die „niet spontaan geneest”. Aangezien de dader daarvoor nooit was behandeld, moest hij die nog steeds hebben.

Over het algemeen hebben verdachten zélf in de hand of er een advies van het Pieter Baan Centrum komt, zegt de Groningse advocaat Niek Heidanus. „Iemand die pertinent weigert mee te werken aan onderzoek heeft weinig te vrezen. Tenzij er een oud rapport ligt.” Maar het probleem is, zegt hij, dat verdachten vaak toch in gesprek raken met deskundigen. Wat dat betreft is zedenverdachte Robert M. „een beetje dom” geweest, zegt Heidanus. De Amsterdamse hoofdofficier van justitie Theo Hofstee bevestigde eerder dat er wel „contacten” zijn geweest tussen M. en de onderzoekers in het Pieter Baan Centrum. Volgens Van der Goot, ging dat alleen om „korte gesprekjes”.

Zijn echtgenoot, Richard van O., wilde aanvankelijk ook niet worden geobserveerd, maar ging in het Pieter Baan Centrum snel overstag. Hij vond het er fijn vergeleken met de gevangenis. Deskundigen concludeerden dat hij lijdt aan een autismestoornis. Op de zitting bleek gisteren dat Van O. regelmatig „grensoverschrijdend” gedrag vertoonde. Zo kwam hij meer dan eens in boxershort naar gesprekken met de onderzoekers.