Schrijven over de film die in mijn hoofd speelt

De literatuur heeft er met de Turkse Nederlander Murat Isik een nieuwe stem bij. Uitgevers stonden in de rij voor de rechten van zijn debuutroman.

We spreken elkaar in een broodjeszaak aan de Bos en Lommerweg in Amsterdam, vlakbij stadsdeelkantoor West, waar hij vier dagen per week werkt als jurist. Maar nu is het zijn vrije dag en heeft Murat Isik (34) alle tijd om het verhaal te vertellen van zijn leven, zijn ouders en grootouders, en hoe alles samenkomt in zijn eerste roman Verloren grond, die volgende maand verschijnt.

Hij wordt geboren in de Turkse stad Izmir, en komt na een intermezzo in Hamburg op zijn vijfde terecht in de Bijlmer in Amsterdam. In groep 3 zegt de juf tegen Murats moeder: uw zoon moet naar de bieb, hij moet veel lezen om zijn taalachterstand in te halen. En dus brengt zijn moeder hem naar de bibliotheek in Ganzenhoef, waar hij hele middagen boeken leest, bij voorkeur over de natuur, over beren en apen, met een grote zak snoep naast zich. Al gauw is hij de beste van de klas met lezen. Zijn moeder geeft hem zo nu en dan 50 cent om op de markt een tweedehands stripboek te kopen van Spiderman of De Hulk. Die leest hij dan ’s avonds in bed, soms wel drie keer achter elkaar. „Spannend vond ik het, zo’n avonturenfilm die zich in je hoofd afspeelt! Voor die tijd verveelde ik me vaak. Ineens kon ik me terugtrekken in mijn eigen wereld.”

Op de middelbare school leert hij Leon de Winter kennen, en Elsschot, en later, op de universiteit, W.F. Hermans. Márquez kent hij al van zijn vader, die altijd op de bank ligt te lezen. Klassiekers uit de wereldliteratuur, Tolstoj, Dostojevski. Dat is al een klein emancipatiewonder, als je bedenkt dat zijn ouders in de jaren zestig opgroeiden op het platteland van Oost-Turkije, waar niets was. Geen stromend water, geen elektriciteit, zelfs geen radio. Nauwelijks onderwijs, geen gezondheidszorg.

Verloren grond is gebaseerd op de verhalen van Isiks ouders over hun jeugd in die rauwe omstandigheden. Als de vader van de hoofdpersoon, de 13-jarige Mehmet, zijn been breekt is hij overgeleverd aan de dorpsslager, die zijn been spalkt, met de gruwelijkste gevolgen. In het begin spreekt Mehmet niet eens Turks. Zijn familie behoort tot de Zaza’s, een etnische minderheid met een eigen taal, het Zazaki. Anderhalf jaar Turkse les (de door de regering aangestelde leraar vertrok weer, uit heimwee) is lange tijd Mehmets enige scholing. Het boek is fictie, zeker, maar zo ongeveer is het wel gegaan.

En nu, één generatie verder, zit Murat Isik als afgestudeerd jurist en beloftevol romancier achter zijn latte in booming Bos en Lommer. Drie grote uitgeverijen dongen al in 2009 via een veiling om de rechten van zijn debuutroman, toen hij nog maar tachtig pagina´s geschreven had. Zij herkenden in hem een nieuwe, welsprekende en meeslepende stem in de Nederlandse literatuur.

Het is snel gegaan, de emancipatie in jouw familie.

„Zelfs voor mij is het soms moeilijk te bevatten. Dat het zo is gegaan, is echt against all odds. Dat mijn vader en moeder ineens in het moderne Amsterdam een goed bestaan kregen na zo’n zwaar en turbulent leven. Aardbevingen, ziektes, immense armoede. Al dat leed, al dat verlies. Veel van die verhalen hoorde ik pas toen ik ze ben gaan interviewen voor mijn boek. Van het leven in Izmir, waar ze later heen trokken met hun ouders, had ik wel een beeld, maar over de tijd ervoor vertelden ze nooit veel. Misschien omdat het te pijnlijk was. In mijn boek gaan heel wat kinderen dood, maar in werkelijkheid hebben mijn grootouders nóg meer kinderen verloren. En dan Nederland, met al die kansen en mogelijkheden! Ik ben me er sterk van bewust hoe bevoorrecht ik ben. Als we in Turkije waren gebleven had ik niet kunnen studeren, dat is zeker.”

Je bent een van de zeer weinige Nederlandse romanschrijvers met een Turkse achtergrond. Hoe komt dat?

„Veel Nederlands-Turkse jongeren hebben de blik op Turkije gericht, met de stille hoop om het daar te maken, om groot te worden in Istanbul. Ze volgen de Turkse media, kijken naar Turkse films, luisteren naar Turkse muziek. Ik heb dat niet, ik ben in Nederland geworteld, dit is mijn thuis.”

Waar komt dat verschil vandaan?

„Mijn vader was actief in de vakbond eind jaren zeventig, voor de staatsgreep, toen het heel onrustig was in Turkije. Hij besloot te vertrekken voordat het uit de hand zou lopen. We zijn pas in 1991 voor het eerst teruggegaan, daarvoor durfde hij het niet aan. Vriendjes gingen elk jaar zes weken naar Turkije, naar hun familie, ze voelden zich er thuis. Ik was al bijna 14 toen ik Turkije weer zag, voor mij was het een vreemd land. Ik kom er graag. Ik vind Turkije prachtig, maar ik kijk er ook kritisch naar als het gaat om mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.”

Is dat iets waar je je druk om maakt, die jongeren die allemaal naar Turkije willen?

„Ik vind het jammer dat er hele wijken zijn waar jongeren onder elkaar alleen maar Turks spreken en zich geen Nederlander voelen, terwijl ze hier geboren zijn. Al is het aan het veranderen volgens mij, ook in de literatuur. Ik hoor de laatste tijd vaker over Turks-Nederlandse jongeren die in het Nederlands schrijven, ook columns en korte verhalen. Er komt een nieuwe generatie aan.”

Hoe is bij jou het schrijven begonnen?

„Pas op de universiteit werd het serieus. Voor het blad van de Koerdische studentenvereniging schreef ik een keer een verhaal waar ik heel veel lof voor kreeg. ‘Je hebt een gouden pen! Wanneer komt je boek uit?’ zeiden medestudenten enthousiast. Zou ik het dan echt in me hebben, vroeg ik me af. Daarvoor durfde ik daar eigenlijk niet aan te denken. Op de middelbare school geloofde ik niet dat ik ergens echt goed in was, behalve in het spelen op de Nintendo.”

Beleef je er ook plezier aan?

„Nou en of! Scheppen, verhalen vertellen, personages creëren, dat maakt het leven de moeite waard. Als ik schrijf, stap ik in een film in mijn eigen hoofd. Dan bén ik echt in dat dorp in Oost-Turkije. In mijn eigen wereld, ver van kantoorperikelen en familiebeslommeringen.”

Selim Uslu, de vader van Mehmet in je boek, is dengbej, verhalenverteller. Je hebt de goede genen.

„Mijn vaders vader was inderdaad verhalenverteller. Hij stierf helaas voor mijn geboorte. In zijn dorp was hij de enige bron van ontspanning en vermaak. Na een dag hard werken op het land schaarden de mannen zich rondom hem en lieten zich meeslepen door zijn verhalen. En mijn vader kan ook geweldig goed vertellen. Anekdotes uit zijn jeugd in Izmir, over een heel dikke oom die in zijn eentje een complete tafel leegeet, of over een treinreis door de sneeuw naar Kars, diep in Oost-Turkije, en dat ze helemaal bevroren aankwamen.”

Ben jij ook iemand die in gezelschap sterke verhalen vertelt?

„Nee, helemaal niet. Mijn vader vindt het fijn dat mensen aan zijn lippen hangen, ik ben meer iemand die rustig observeert.”

Verloren grond van Murat Isik verschijnt op 23 april bij uitgeverij Anthos