Russische homo’s voelen zich bedreigd door nieuwe wet

Morgen wordt in Sint Petersburg een anti-homowet van kracht. Ook het federale parlement heeft de wet in behandeling. ‘Ik voel me steeds minder veilig.’

Homoseksuele activisten protesteerden begin deze maand in Moskou tegen de „homofobe wetten”. Foto AFP

De bodybuilder die op de toog van Central Station een voorstelling geeft, verveelt zich. Er is vanavond weinig publiek in zijn homo- en lesboclub. Bovendien trekken de zestig verlegen mannen en vrouwen op de dansvloer zich niets van zijn spierballenshow aan. „Maar op vrijdag en zaterdag bruist het hier”, vergoelijkt Ivan, de assistent-manager van de club. „Dan zijn hier tussen de vijfhonderd en duizend bezoekers en treden er tal van bands op.”

Central Station, een van de vier homo- en lesboclubs in de Lomonosovstraat, is een succes in Sint-Petersburg, dat de homohoofdstad van Rusland wordt genoemd. Daarom ook maakt Ivan zich geen zorgen over de nieuwe anti-homowet, die zaterdag in de stad van kracht wordt en ‘propaganda’ door homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgenders onder minderjarigen verbiedt, waarin „de valse indruk wordt gewekt dat traditionele en niet-traditionele relaties sociaal gelijk zijn.” Op overtreding van de wet staat een boete van 500 tot 500.000 roebel (12 tot 12.000 euro).

„Sint-Petersburg heeft een tolerant homoklimaat”, zegt Ivan. „Daarom denk ik niet dat de overheid de wet strikt zal toepassen. Het zal heus niet zo zijn dat als twee vrouwen elkaar op straat staan te zoenen, ze worden aangehouden.”

Andrej, een besnorde bezoeker van de club, denkt er anders over. „Ik ben tegen die wet”, zegt hij. „Alsof wij door homo te zijn onze geaardheid propageren! Ik zou als toerist nooit naar een stad toegaan waar zo’n wet bestaat.”

De wet is inmiddels van kracht in Kostroma, Archangelsk en Rjazan, steden met kleine homogemeenschappen. Totnogtoe is er nog nooit iemand beboet. Maar nu de wet gisteren ook in het federale parlement in behandeling is genomen, lijkt een stiktere toepassing ervan voor de hand te liggen.

In Sint-Petersburg wordt daar al vanuit gegaan, zegt Polina Savtsjenko, directeur van de lokale homo-organisatie Vygod (vrij vertaald: ‘Uit de kast’). „Er wordt nu al grote druk op de homogemeenschap uitgeoefend”, zegt ze op het kantoor van de landelijke homo-organisatie LGBT. „Homo’s en lesbo’s zijn bang om hand in hand over straat te lopen. En als ze een gezin hebben, en dat komt vaak voor, voelen ze zich door de wet bedreigd. Homo-ouders maken ten opzichte van hun kinderen tenslotte permanent propaganda voor hun vorm van samenleven. Door die wet overwegen ze nu zelfs Rusland te verlaten.”

Igor Kotsjetkov, de directeur van LGBT, voegt toe: „Het gevaar bestaat dat de kinderbescherming zich met die gezinnen gaat bemoeien. Vitali Milonov (het gemeenteraadslid dat de wet heeft voorgesteld, red.) heeft dit al geroepen. Er is al een geval bekend van een man die zijn kind wil weghalen bij zijn lesbisch geworden ex-vrouw.”

Volgens Kotsjetkov is de wet zo vaag geformuleerd dat zelfs juristen zijn exacte betekenis niet begrijpen. „Daardoor is de wet gevaarlijk voor homo-organisaties die hun informatie op internet publiceren, zoals wij. De autoriteiten kunnen bijvoorbeeld onze voorlichtingsfolders tot propaganda bestempelen en ons kantoor sluiten.”

De Russisch-orthodoxe kerk en niet Milonov is volgens de homoactivisten de inspirator van de wet. Niet voor niets heeft de kerk, als hoeder van Rusland tegen ‘verderfelijke westerse invloeden’, voorgesteld de wet landelijk in te voeren. Bovendien staat achter die kerk het Kremlin, dat alles doet om zich van de steun van patriarch Kirill te verzekeren.

„De kerkleiding heeft een officiële verklaring uitgegeven waarin staat dat organisaties als de onze verboden zouden moeten worden”, zegt Kotsjetkov. „We begrijpen heel goed waarom, want als niet-traditioneel levende mensen vormen we in de ogen van de kerk een bedreiging voor de samenleving. Milonov heeft mij zelfs een vijand van Rusland genoemd.”

Polina Savtsjenko stapt op 1 april naar de rechter om de wet aan te vechten, omdat die in strijd zou zijn met de federale wetgeving. „Maar het grootste probleem is psychologisch van aard: de wet is een instrument van intimidatie en chantage en kan naar willekeur worden toegepast. Politieagenten gaan straks mensen op straat aanhouden en beslissen wie homo is. En de politie is homofoob.”

Over popster Madonna, die vorige week beloofde om het tijdens haar optreden in Sint-Petersburg, in augustus, voor de homogemeenschap te zullen opnemen, zijn beide activisten enthousiast. „Het is een heel belangrijke steun”, zegt Polina Savtsjenko. „Sowieso zijn de autoriteiten al wat voorzichtiger geworden na al die internationale kritiek op de wet.”

Homoseksuelen zijn in het conservatieve Rusland behoorlijk geëmancipeerd. Maar behalve in de hogere beroepsgroepen worden ze regelmatig gediscrimineerd, ook al is het wettelijke verbod op homoseksualiteit in 1993 opgeheven. Dat bleek toen LGBT tijdens haar campagne tegen de wet veel steunbetuigingen ontving.

Polina Savtsjenko: „In een paar dagen haalden we zo’n drieduizend handtekeningen op: van ambtenaren, leraren en kunstenaars. Zoiets was drie jaar geleden, toen LGBT werd opgericht, ondenkbaar. Als homoseksueel word je tenslotte nog altijd vaak ontslagen als je voor je geaardheid uitkomt, zeker als je in een ziekenhuis of op een school werkt.”

De 23-jarige freelance lerares Engels Katja Tsjerkasova heeft andere bezwaren tegen de wet. „Als je op jonge leeftijd ontdekt dat je homoseksueel bent, zorgt zo’n wet ervoor dat je niet uit de kast durft te komen”, zegt ze in een café in de Rubinsteinstraat. „De wet is bedoeld als afleiding van de werkelijke problemen: de corruptie en de bureaucratie. De invoering ervan is het begin van een toenemende repressie. Ik voel me steeds minder veilig in Rusland. Daarom gaan mijn vriendin en ik emigreren, naar Engeland of Australië.”