Column

Na de macht de revanche

Bevlogen en inspirerend is hij. Vlot, gevat en energiek. Een ander mens geworden, lijkt het wel: Jan Peter Balkenende, sinds kort boegbeeld van accountant Ernst&Young en daar verantwoordelijk voor duurzaamheid. Vorige week maakte ik hem mee als slotspreker op de All Energy Day, een energiecongres van Delftse studenten.

In plaats van een degelijke voordracht, koos de oud premier voor improvisatie toen hij het podium betrad. De speech ging de binnenzak in en hij vroeg de zaal om steekwoorden, waarop hij kon reageren. Van VOC-mentaliteit via innovatie en christendom tot duurzame energie, alles kwam aan bod. Het publiek vond het prachtig.

Het Haagse juk is afgeworpen, een nieuwe carrière geboren. En daarin staat sustainability centraal. Balkenende schaart zich zo in een rijtje oud-politici dat zich na hun politieke loopbaan vol overgave stort op het redden van de planeet. Daar is niets op tegen. Sterker nog: het is geweldig dat mensen als Balkenende, Ruud Lubbers en Herman Wijffels dat doen. Je vraagt je alleen af waarom ze het niet eerder deden, toen ze nog directe politieke macht hadden.

Het antwoord op die vraag ligt op de plek waar ze groot werden: Den Haag. Daar krijgt duurzaamheid domweg geen kans. Zeker nu niet. Het D-woord zal op het Casthuis niet vallen. Het heeft te maken met de lobby rond de macht. Die draait nog steeds voor het overgrote deel om de oude, doorgaans niet-duurzame industrie.

Symbolisch daarvoor is de bijna zes miljard subsidie die jaarlijks naar fossiele brandstoffen gaat. Het lijkt een aantrekkelijke post voor de bezuinigingen, maar niemand durft er aan te komen.

Groen Haags beleid bestaat wel, maar draait vooral om zaken die de overheid geen geld kosten. Illustratief daarvoor zijn de green deals, goedbedoelde regelgevingsfoefjes die je met een beetje azijn in je pen de groene aflaat van de Haagse macht kunt noemen. Het duurzaamheidsbeleid van de overheid ligt feitelijk stil. En dat is meer dan zorgelijk.

De veranderkracht moet dus volledig van het bedrijfsleven komen. Daar duiken de eerder genoemde oud-politici geregeld op. Het was Balkenende die onlangs een prestigieus initiatief lanceerde: de Dutch Sustainable Growth Coalition. Bedrijven als Philips, Shell, Unilever en Heineken gaan gezamenlijk businessmodellen gebaseerd op duurzame groei bevorderen. Hartstikke mooi, maar zonder hier al teveel aan af te doen, kun je ook stellen dat het de versplintering van initiatieven voor verduurzaming van het bedrijfsleven verder voedt.

Waarom worden de krachten niet eens massaal gebundeld, juist nu? Het enige wat je dan nog nodig hebt, is een frisse voorman die weet hoe de overheid werkt en die kan inspireren en improviseren. Ik heb wel een suggestie. Misschien moeten we die functie zelfs wel vastleggen voor oud-premiers, zodat ze na hun periode in Den Haag revanche kunnen nemen voor de machteloosheid waarmee ze vorm gaven aan hun duurzaamheidsbeleid. Dan weet Rutte nu vast wat hij straks moet goedmaken.