Museum drijft op vrienden

Het particuliere museum Beelden aan Zee drijft op twee kurken: zijn vrijwilligers en zijn vrienden. Voor de laatsten werd deze week een speciale dag georganiseerd.

Het is maandagmiddag en Museum Beelden aan Zee in Scheveningen is afgeladen vol. Tientallen mensen drommen rond beeldhouwster Maja van Hall (75). Ze willen haar iets vragen of een handtekening in de catalogus van haar expositie. Een zaal verderop geeft vrijwilliger Aline Waller uitleg bij het werk The Spider’s Strategy, een installatie van de Israëlische Ruthi Helbitz Cohen. „Ze zijn vooral gefascineerd door haar gebruik van materialen, zoals wasverzachter”, zegt Waller.

Dit is de jaarlijkse vriendendag van het museum. De vrienden, die 35 euro per jaar betalen, mogen altijd al gratis naar binnen, maar vandaag zijn er voor hen extra attracties zoals een lezing, rondleidingen, live muziek en Maja van Hall.

Jan en Marijke Pool, 80 en 75 jaar oud, zijn vrienden van het eerste uur. „Een goed systeem”, vinden ze. „Goed voor het museum en goed voor ons, we krijgen er echt iets voor terug.” Zojuist hebben ze geluisterd naar een lezing van Feico Hoekstra over het werk van beeldhouwer Jacques Lipchitz (1891-1973). Hoekstra legt uit dat Lipchitz altijd confrontaties verbeeldt en dat zijn invloed op Nederlandse collega’s als Nic Jonk groot is geweest. „Verhelderend”, zegt Marijke Pool. „Ik had de expositie van zijn werk al gezien, maar dit geeft er een andere kijk op en meer houvast.”

Beelden aan Zee heeft 2.000 vrienden. Ieder zichzelf respecterend museum heeft tegenwoordig zo’n vriendenvereniging. „Maar voor een particulier museum als het onze, dat geen subsidie ontvangt, zijn vrienden extra belangrijk”, zegt directeur Jan Teeuwisse. „Samen met de vrijwilligers die hier werken vormen ze de steunpilaren van het museum.” De gemiddelde leeftijd van de vrienden is 50 tot 60 jaar. „Zoals dat van de gemiddelde museumbezoeker.”

Vorig jaar organiseerde het museum een Kunst & Kitsch-dag voor zijn vrienden. Ze kwamen in groten getale en namen, een complete verrassing, vooral hun eigen werk mee. „We verwachtten onbekende stukken van bekende beeldhouwers maar we kregen eigen werk”, zegt Teeuwisse. „Voor de experts natuurlijk lastig te beoordelen.”

Het museum heeft behalve gewone vrienden gouden vrienden, die 150 euro betalen en op openingen worden uitgenodigd, en een Sculpture Club met leden die jaarlijks 1.000 euro bijdragen. Behalve een avond in het museum hebben zij een jaarlijks diner. „De club is ook om te netwerken”, zegt Teeuwisse. Als welke vriend ook opzegt, krijgt hij een telefoontje met de vraag wat de reden is. „Meestal blijkt dat ze weer eens door alle lidmaatschappen te zijn gegaan.”

Een 63-jarige vrouw uit Rotterdam denkt er niet aan haar vriendschap op te zeggen. Tijdens de lezing heeft ze zorgvuldig aantekeningen gemaakt. „Dan kan ik later nog wat nazoeken op internet.” Sinds ze is gestopt te werken als arbeidsrechtadviseur, vertelt ze, volgt ze een cursus kunstgeschiedenis en sinds twee jaar is ze vriend van Beelden aan Zee. „Het is zo’n prettig museum”, vindt ze. „Ik steun het graag, omdat het een particulier initiatief is en de overheid al zoveel aan kunst bijdraagt.”