Moreel faillissement op zee

De eerst verantwoordelijken voor de dood van 63 vluchtelingen een jaar geleden voor de kust van Libië zijn de smokkelaar en zijn organisatie. Zij verkochten 72 asielzoekers een plek aan boord van wat niet meer dan een grote rubberboot met buitenboordmotor was. Toen brandstof en drinkwater opraakten en alleen hulp van buiten nog kon baten, gooide de stuurman de satelliettelefoon en het kompas overboord. Hij wilde na de redding niet gearresteerd worden als de dader.

Die redding kwam niet – de zodiac dobberde terug naar de Libische kust, een tocht van 15 dagen. Van dorst en honger stierven 63 opvarenden: mannen, vrouwen en kinderen uit Noord-Afrika. Dit is op de druk bevaren en goed bewaakte Middellandse Zee al jaren routine. Vorig jaar stierven naar schatting 1.500 bootvluchtelingen op vergelijkbare wijze.

In deze voortdurende humanitaire ramp aan de Europese buitengrens lijkt intussen niemand geïnteresseerd. De publieke opinie kijkt weg, de Europese grensstaten proberen de vluchtelingen al op zee te weren. Namelijk door ze meteen terug te varen naar Noord- Afrika, vaak onder valse voorwendselen. Dat zogeheten pushback beleid, gecoördineerd door het Europese agentschap Frontex, werd vorige maand door het Hof in Straatsburg afgekeurd. De hoogste mensenrechter kwalificeerde dit als een verboden collectieve uitwijzing. Ook buiten de territoriale wateren gelden de mensenrechten en moeten vluchtelingen individueel beoordeeld worden. Of dit juridische oordeel de keiharde praktijk op zee zal veranderen, moet nog blijken.

Op verzoek van de Raad van Europa reconstrueerde senator en migratiedeskundige Tineke Strik (GroenLinks) het drama met de rubberboot. En wel omdat deze vluchtelingen wel degelijk gered hadden kunnen worden. Meerdere malen zelfs. Deze vluchtelingen werden gezien door meerdere marineschepen van diverse NAVO-lidstaten. Een militaire helikopter dropte water en biscuits, maar kwam niet meer terug. Ook Europese vissersschepen maakten contact. Toch nam niemand de vluchtelingen aan boord of bood ze enige hulp.

Deze casus duidt behalve op een falende organisatie van reddingsoperaties op de Middellandse Zee ook op desinteresse, op humanitair falen en op gebrek aan respect voor de mensenrechten. Artikel 2 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens garandeert het recht op leven: niemand mag opzettelijk van het leven worden beroofd. Het in hulpeloze toestand achterlaten op een niet zeewaardig, onbestuurbaar en overbeladen bootje van tientallen mensen komt neer op misdadige nalatigheid. Feitelijk biedt het rapport van senator Strik uitzicht op een dreigend moreel faillissement van Europa. Hoe gaan wij met mensen om, is hier de vraag. Het is nog niet te laat voor het goede antwoord.