Kamer stort zich op financiële stabiliteit

Beter laat dan nooit, in Den Haag komen politici tot de slotsom dat de discussie over het wel of niet splitsen van banken niet goed gevoerd is.

Terwijl het Binnenhof in de ban was van de grote onzekerheden rond het Catshuis, moesten parlementariërs en de minister van Financiën zich deze week ook buigen over die andere crisis: de noodsituatie in het financiële systeem. Ruim drieënhalf jaar nadat de overheid banken moest redden, luidt het plan als volgt: er komt een commissie die gaat onderzoeken hoe je stabiliteit in het financiële systeem bereikt. En de handel voor eigen risico en rekening wordt verboden bij de grote banken.

Zelden was een opzichtige lobby van een clubje bezorgde wetenschappers zo effectief als deze week. Aan de vooravond van het Kamerdebat stuurde het Sustainable Finance Lab, een in 2010 opgerichte discussiegroep van wetenschappers uit verschillende disciplines die „verduurzaming” van de financiële sector beogen, een brief aan diverse Kamerleden. Boodschap: Nederland heeft een bovengemiddeld grote sector die voor zijn financiering zeer afhankelijk is van in effecten verpakte schulden (de zogeheten securitisatie) en van korte-termijngelden uit het buitenland. Kwetsbaar dus, en daarom zou Nederland in navolging van Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk – die andere Europese landen met een bovengemiddeld grote financiële sector – serieuzer moeten nadenken over de toekomst van het systeem. Om kort te gaan: de wetenschappers roepen op tot het instellen van een commissie en speculatieve handel te verbieden – precies de uitkomst van het Kamerdebat.

Dat er zoveel jaar na dato zo’n fundamentele studiegroep nodig blijkt, is volgens de meesten minder raar dan het lijkt. Allereerst is de materie erg ingewikkeld en verder is de discussie over het wel of niet splitsen van banken te snel afgekapt en te oppervlakkig gevoerd. Voormalig minister Bos van Financiën (PvdA) moest een paar jaar geleden met zichtbare tegenzin concluderen dat het scheiden van banken in riskante en minder riskante onderdelen kennelijk niet kon. Dat beeld begint nu alsnog te kantelen.

In de tussentijd loodste De Jager vele wetswijzigingen door de Kamer – waaronder ingrijpende interventiewetten – die de staat meer mogelijkheden geven in te grijpen bij banken. En het CDA schoof in de tussentijd radicaler naar het midden op. Banken mogen van de christen-democraten geen geld meer stoppen in hedgefondsen, noch in agressieve investeerders (private equity).

„Banken moeten gewoon weer krediet verstrekken”, betoogde CDA’er Elly Blanksma. „Niet gokken met spaargeld. Weg met de bonussen, banken moeten geen geld met geld maken. Weg van het casinokapitalisme.” Het maakte Ewout Irrgang van de SP blij. Hij feliciteerde haar met de „bijna antikapitalistische retoriek”.

Maar zakenbanken hebben ook een nutsfunctie. Het midden- en kleinbedrijf wil zijn valutarisico’s toch kunnen blijven afdekken bij de bank, zei VVD’er Matthijs Huizing. PvdA’er Ronald Plasterk: „Is een nutsbank alleen maar zoals de oude Postcheque- en Girodienst? En is keuze tussen het vastzetten van de hypotheek tussen vijf of tien jaar is toch ook speculeren?”, vroeg hij retorisch. In het Verenigd Koninkrijk was de commissie Vickers niet voor niets een jaar bezig de contouren van een toekomstig systeem te schetsen.