Hogere benzineprijs doet Indonesiërs massaal ontvlammen

De Indonesische regering wil de benzineprijs verhogen en dat stuit, net als in het verleden, op heftige tegenstand. Houdt president Yudhoyono de rug recht?

Revolusi! Zet SBY af! De betogers bij het parlementsgebouw in Jakarta gebruikten vanmiddag grote woorden in hun protest tegen verhoging van de benzineprijs. Studenten, arbeiders, radicale moslims en oppositieaanhangers gingen overal in Indonesië de straat op om hun onvrede te uiten aan het adres van SBY, zoals president Susilo Bambang Yudhoyono wordt genoemd.

Zij verzetten zich tegen een verlaging van de subsidie op benzine, die de prijs aan de pomp met 33 procent zal doen stijgen tot 50 cent per liter. Vandaag beslist het parlement of het doorgaat.

De benzineprijs is politiek buskruit in Indonesië, net als in andere arme landen. Zodra benzine meer kost, wordt alles duurder. Bijna niets is zo effectief om boze burgers tegen de regering in opstand te doen komen, getuige de saffraanrevolutie in Birma (2007) of de Arabische lente. In Indonesië is niemand vergeten dat de val van autocraat Soeharto in 1998 begon met demonstraties tegen verhoging van de benzineprijs.

Eerder deze maand waarschuwde de regering al dat een ‘gepensioneerde generaal’ de prijsverhoging zou aangrijpen om een coup te plegen. Al was dat volgens mensenrechtenorganisaties een belachelijke aantijging, bedoeld om het volk van de straat te houden.

Vandaar dat alleen al in Jakarta 22.000 politiemensen en leger op de been zijn om anarkisme te voorkomen. Dat is maar ten dele gelukt. Studenten gooiden met stenen en molotovcocktails, de politie schoot met traangas en rubberen kogels. Gisteren verscheen minister van Veiligheid Djoko Suyanto om 1 uur ‘s nachts op televisie om te ontkennen dat de politie een student had doodgeschoten, een gerucht dat zich als een lopend vuurtje verspreidde per sms. In de wereld geholpen door „slechte mensen die chaos willen creëren”, volgens de minister. De president gaf hem opdracht het de kop in te drukken. „We willen voorkomen dat er rellen uitbreken zoals in 1998.”

Dankzij de subsidie betalen Indonesiërs een van de laagste benzineprijzen ter wereld; een erfenis uit de tijd dat het land nog exporteur was van ruwe olie. Maar dat is niet vol te houden nu Indonesië olie moet importeren en de olieprijs is gestegen tot boven de 100 dollar per vat. Zonder verhoging zou de regering dit jaar omgerekend 14,7 miljard dollar kwijt zijn om de benzineprijs constant te houden: 13 procent van de staatsinkomsten. Een bedrag dat zou leiden tot een stijging van het begrotingstekort boven de 3 procent, net nu Indonesië weer als kredietwaardig geldt.

Bovendien gaat het ten koste van urgentere investeringen. Vorig jaar gaf de regering bijna vier keer zoveel uit aan benzinesubsidies als aan gezondheidszorg. Sowieso is energiesubsidie volgens economen een verkeerde manier om de allerarmsten te helpen, aangezien de rijken met hun auto’s veel meer benzine verbruiken.

Dit soort logica telt niet in een arm en laagopgeleid land, waar talloze facties klaarstaan om een slaatje te slaan uit de macro-economische malaise. Een van de grootste aanjagers van de straatprotesten is de grootste oppositiepartij PDI-P, geleid door oud-president Megawati Soekarnoputri. Zij werpt zich op als stem van het volk, hopend dat het volk is vergeten hoe ze tijdens haar presidentschap in 2003 zelf de prijzen voor benzine verhoogde.

Maar chaos op straat is een minder groot gevaar voor de prijsverhoging dan Yudhoyono’s eigen coalitiegenoten. Die lopen zich warm voor de verkiezingen van 2014 en proberen zich van de maatregel te distantiëren. Gisteren kondigde regeringspartij Golkar aan dat ze ‘tegen’ is, net als de islamitische PKS, waardoor onzeker is of in het parlement genoeg stemmen zijn om het door te laten gaan.

Tegelijkertijd willen ze wél vooraan staan bij het compensatieprogramma. Want de allerarmsten worden geholpen om de prijsstijgingen op te vangen, en wel in contanten. 18,5 miljoen arme families, goed voor zo’n 30 procent van de bevolking, krijgen straks maandelijks 12 euro. Niet slecht voor gezinnen die leven van zo’n 180 euro per maand. „Gelegaliseerde stemmenkoperij”, volgens een parlementslid van Golkar, die vreest dat de Democratische Partij van Yudhoyono zal profiteren van de maatregel. Geen gekke gedachte: een soortgelijke compensatieregeling heeft bijna zeker geholpen bij diens herverkiezing in 2009.

Voor Yudhoyono staat er veel op het spel. Zijn populariteit is lager dan ooit. Terwijl hij met grote meerderheid werd herkozen wegens zijn schone imago, is zijn partij al maanden verwikkeld in een corruptieschandaal dat breed wordt uitgemeten in de media. Het zorgt voor cynisme bij de gewone man, die weinig merkt van de economische groei van zo’n 7 procent.

Als hij gedwongen wordt de maatregel af te blazen, zal het zijn imago als zwakke leider versterken. Zijn tweede termijn wordt gekenmerkt door stagnatie. Coalitiegenoten met zakelijke belangen werken hem tegen in de strijd tegen corruptie, de hervorming van het ambtenarenapparaat en het opschonen van de rechterlijke macht. Hij treedt niet op tegen radicale moslims die christenen en andersdenkende moslims terroriseren, mede door de invloed van islamitische regeringspartij PKS. Indonesiërs vinden hun eens zo geliefde SBY inmiddels maar een slappe twijfelaar.