Het Paaseiland is schitterend, maar ben er nooit geweest

Pierre Bayard: Comment parler des lieux où l’on n’a pas été? Les Éditions de Minuit, 159 blz. € 18,50

Op reis gaan heeft een hoop nadelen: je kunt wilde dieren tegenkomen, ziek worden of psychische problemen oplopen. Waarom zou je niet gewoon thuis blijven? De beste manier over verre landen te schrijven is vanuit je luie stoel.

Een al vaker geponeerde, maar desalniettemin opnieuw geestig verwoorde stelling van de Franse literatuurwetenschapper en psychoanalyticus Pierre Bayard. Bayard is bekend om de manier waarop hij traditionele concepten uit de literatuurtheorie vervangt door tegendraadse. Een van zijn succesvolste boeken, Hoe te spreken over boeken die je niet hebt gelezen (2007), werd inmiddels in 30 talen vertaald.

Nu heeft hij dus weer zo’n onderwerp bij de kop: hoe te spreken over plekken waar je niet geweest bent? Tja, dat is lastig, denk je. Tot hij aannemelijk maakt dat de grootste reisschrijvers helemaal niet op de plekken zijn geweest waar ze over schrijven. En dat hun boeken daar alleen maar beter van zijn geworden.

Neem Marco Polo, de Venetiaanse koopman die rond 1300 twintig jaar in China blijft en in zijn geschriften van alles vertelt over de gewoonten daar. In Tibet, schrijft Polo, neemt de waarde van de huwbare vrouw toe met het aantal seksuele partners dat ze voor haar huwelijk heeft gehad. Geen woord wijdt hij aan de Chinese muur. Onwaarschijnlijk dat Marco Polo ooit in China is geweest, schrijft Bayard in het voetspoor van enkele biografieën.

En hoe zit het met Phileas Fogg en zijn reis in 80 dagen om de wereld? Echt reizen kun je zijn op snelheid gerichte tocht niet noemen. En toch verwerft hij met zijn niet-reizen een juiste indruk van de plekken waar hij langs raast. Áls hij observeert, doet hij dat aandachtig. Hij verliest zich niet in details en kan snel vergelijkingen maken met andere plekken. Bovendien krijgt de verbeelding zo veel meer kans en kom je er sneller toe zelf na te denken, concludeert Bayard. Tussen reizen en thuis blijven is net zo weinig verschil als tussen lezen en niet lezen. Er wordt wat afgeschreven over plekken waar de auteur helemaal nooit is geweest. Is dat erg?

In sommige gevallen is de auteur niet in staat om naar de plek toe te gaan waarover hij wil schrijven. Dat is goed op te lossen: er zijn genoeg verre of zelfs ‘dode’ informatiebronnen te raadplegen of hij stuurt iemand in zijn plaats. Iemand die hij kent en vertrouwt, iemand die aantekeningen maakt, waaraan hij vervolgens zijn eigen invulling, zijn eigen kleur geeft. Zo vroeg de Frans-Antilliaanse auteur Edouard Glissant, die een boek wilde schrijven over Paaseiland, maar om gezondheidsredenen de reis niet kon maken, aan zijn vrouw om het Polynesische eiland te bezoeken. Hij schreef volgens Bayard, die er ook was, een geweldig accuraat boek, een voorbeeld bij uitstek van geslaagde ‘dévoyage’.

Bayard rijgt vele overtuigende voorbeelden aan elkaar. De antropologe Margaret Mead baseerde haar theses over de seksuele vrijheid van de inwoners van Samoa op verzonnen waarnemingen van haar helpers en vestigde er decennialang haar wetenschappelijke naam mee. Participerende observatie, suggereert Bayard. Fraude, zouden de onlangs in het leven geroepen wetenschapscommissies zeggen. Het pad tussen waarheid en leugen is smal.

Is er nog één reisschrijver die wél is geweest op de plekken die hij heeft bezocht, vraag je je af na lezing van Bayards geestige en overtuigende boek. Dat maakt niets uit, suggereert Bayard, het gaat er uiteindelijk om dat onze verbeelding geprikkeld wordt, dat we onze geest in werking zetten, dat we actief worden. Ook wat wij ons verbeelden leidt tot een reis – in onszelf. Daar draait het uiteindelijk om.