Gratis en kwaliteit gaan niet samen

Ieder jaar voer ik met alle redacteuren van deze krant een planningsgesprek. Daarin bespreken we hoe iedereen zich de komende twaalf maanden gaat ontwikkelen tot een betere journalist. Hoe hij meer kennis kan vergaren over een bepaald onderwerp. Hoe hij zijn schrijfstijl kan verbeteren. Welke cursussen vormgeving hij kan volgen. Welke thema’s hij wil agenderen in de krant.

Het klinkt misschien gek, maar dat we die gesprekken kunnen voeren, hebben we grotendeels te danken aan jullie: de abonnees. Met een abonnement committeren jullie je voor langere tijd aan de krant – in de meeste gevallen betalen jullie zelfs vooruit. Dat stelt ons in staat op langere termijn te denken. Het investeren in de journalistieke ontwikkeling van jonge redacteuren is daar één voorbeeld van. Ervaren journalisten over de hele wereld uitzenden als correspondent is een andere. Artikelen schrijven die weken, soms maanden kosten om te maken een derde.

Dat kwaliteit geld kost, is een cliché dat hier weinig mee te maken heeft. Alles kost geld. Van veel groter belang voor een krant is: hoe verdien je dat geld? Het abonneemodel mag dan door internetgoeroes ‘ouderwets’ worden gevonden en door priesters van de gratiskrantenkerk ‘overbodig’ worden genoemd: het is wel van grote, onzichtbare invloed op het soort krant dat je maakt. Kijk naar Groot-Brittannië. Heeft u zich weleens afgevraagd waarom daar zoveel schandaalkranten zijn? Omdat kranten er, door de cultuur en omvang van het land, nauwelijks abonnees hebben. Britse kranten zijn grotendeels afhankelijk van losse verkoop – en zullen dus de aandacht moeten trekken met schreeuwerige koppen en blote borsten. Kwaliteitskrant The Guardian wordt niet voor niets in leven gehouden door suikerooms.

‘Gratis’ kranten, zoals je die aantreft in de trein, hebben een soortgelijk probleem: ze zijn niet zozeer afhankelijk van de achteloze kioskganger, maar van de grillige adverteerder. Let er maar eens op: de ene dag staat de krant vol advertenties, de andere dag is ze praktisch advertentieloos. Die onvoorspelbaarheid werkt kortetermijndenken in de hand, zoals politici van stuiterende peilingen ook kortzichtiger worden. Voor een krant betekent dat: liever geen kostbare onderzoeksjournalistiek, dure correspondenten en langdurige opleidingstrajecten.

Dat ‘gratis’ en ‘kwaliteit’ niet samengaan, is dus een stelling die ik wel aandurf. Niet omdat een gratis krant geen goede journalisten zou kunnen hebben, maar omdat het verdienmodel in grote mate het product bepaalt: kranten die leven van de losse verkoop, verkopen schandalen aan voorbijgangers; kranten die leven van advertenties verkopen een publiek aan grote bedrijven. Alleen kranten met abonnees kunnen het zich permitteren kwaliteit te verkopen aan lezers.

Dat De Pers toch nog zolang een relatief goede, ‘gratis’ kwaliteitskrant heeft kunnen maken, kwam dan ook vooral doordat ze één hele trouwe abonnee had: investeerder Marcel Boekhoorn. Die heeft, de laatste tijd samen met uitgeverij Wegener, vijf jaar lang voor een paar miljoen euro per jaar het duurste krantenabonnement ter wereld gehad. En dat heeft hij helaas moeten opzeggen. Voor ons is het dan ook een hele geruststelling dat wij ruim 75.000 abonnees méér hebben. Mochten we ooit een planningsgesprek met elkaar moeten voeren, dan zou ik zeggen: vooral blijven. Zonder jullie geen krant.

Hoofdredacteur nrc.next