En de rolstoelers mogen weer achter de pilaar

Eindelijk zou ik weer van het filmverleden genieten, met de opening van het nieuwe filmmuseum EYE. Helaas hebben ze weer eens niet gedacht aan ons rolstoelers, aldus Rob van Zoest.

Al jaren verheug ik mij op de opening van EYE, het nieuwe filmmuseum aan de IJ-oevers in Amsterdam. Eindelijk zal ik weer toegang hebben tot het rijke filmverleden. Het filmmuseum in het Vondelpark was, sinds ik in een rolstoel zit, volstrekt ontoegankelijk.

Ik zag mijzelf de hellingbaan al oprijden om het nieuwe gebouw binnen te gaan. Dat zal niet lukken. Er is geen hellingbaan. Er is een trap. Rolstoelers of mensen die slecht ter been zijn, moeten aanbellen bij de dienstingang aan de zijkant. Daar zit de lift. Geen feestelijke entree dus.

Het gebouw schijnt verder goed toegankelijk te zijn. Alleen de rolstoelplaatsen in de vier zalen zijn, zoals bijna overal gebruikelijk, helemaal vooraan of achteraan. Op de eerste rij, met het grote doek op een paar meter afstand, krijgt iedere filmvertoning vanzelf psychedelische effecten. De plekken achteraan zijn beter, maar daar is nauwelijks ruimte om te manoeuvreren met een doorsnee elektrische rolstoel. Kortom: wat een cinematografisch feest zou worden, dreigt te verworden tot de zoveelste no-go-area.

Het merendeel van de bioscopen in de hoofdstad is slecht of niet toegankelijk. De plaatsen zijn meestal belabberd. Het gaat niet alleen om oude en verbouwde zalen, ook in gesubsidieerde nieuwbouw zit je beroerd. Het fenomeen beperkt zich overigens niet tot bioscopen. In tal van concertzalen en theaters zijn de rolstoelplaatsen kind van de rekening. Zo zit je in het Concertgebouw achter pilaren, half in het gangpad of helemaal achterin.

Waarom lukt het niet om cultuurgebouwen in Nederland goed toegankelijk te maken? Ligt het aan de opleiding van architecten, of aan te summiere bouwvoorschriften? Is er te weinig ruimte? Ligt het aan de voorschriften van de brandweer? Nee. Vuistdikke bouwbesluiten verordonneren van alles en nog wat, tot op de vierkante centimeter. De regels van de brandweer zijn niet gemakkelijk, maar vaak wel bespreekbaar.

Ligt het dan aan het budget, of wellicht aan de opdrachtgevers? Ook niet. Toegankelijk bouwen is niet duurder. De mission statements van culturele instellingen bevatten de woorden DIVERSITEIT en TOEGANKELIJKHEID met koeieletters.

Het zit klaarblijkelijk niet in de hearts and minds van de betrokkenen. Men is veel meer gefocust op de monumentale ingang en zo veel mogelijk stoelen in de zaal. Men doet het omdat het moet en niet vanuit de gedachte: kan ik morgen, als ik zelf een ongeluk heb gehad, ook nog naar film, concert, museum of bibliotheek? Niet aan gedacht, sorry, we zullen zien wat we er nog aan kunnen doen.

Waarom wordt dit onderwerp niet geagendeerd? Niets is onmogelijk voor hen die willen. Nederlandse architecten die in China werken, omarmen stilzwijgend de principes van feng shui – het moet bijdragen aan het geluk van de gebruiker. Als we dat nu ook eens doen met integrale toegankelijkheid. Ik hoop dat het filmmuseum zijn EYE opent en kijkt of er nog wat kan worden verbeterd.

Rob van Zoest is adviseur in de cultuurwereld.