Een wachtlijst voor eten. Dat het ooit zover zou komen

Opeens melden zich ondernemers bij de voedselbank. „Een alarmerend signaal”, vinden ze daar. De crisis hakt erin bij alle lagen van de bevolking.

Een jonge vrouw loopt de kerk binnen. Ze draagt een zwarte rok, zwarte panty. Bruin, lang haar. In haar hand een boodschappentas. Het zou een studente kunnen zijn. Of een beginnende carrièrevrouw.

Maar ze is hier om een voedselpakket af te halen. Voor zichzelf. De vrouw, 24 jaar is ze, zit in de schuldsanering. Heeft nauwelijks geld voor eten. Op de foto wil ze niet. „Weinig mensen in mijn omgeving weten dat ik hier naar toe ga.” De vrijwilligers krijgen een vriendelijk knikje als ze de kerk met een volle tas verlaat.

Deze vrouw heeft geluk. Want het voedsel is op bij de voedselbank in Rotterdam. Sinds vorige week worden geen klanten meer aangenomen. Nieuwe aanvragen komen op een wachtlijst. Het is de eerste keer dat de Rotterdamse voedselbank overgaat tot deze maatregel.

De klantenstop volgt op een explosieve groei van het aantal hulpvragen in Rotterdam. Vorig jaar kreeg de voedselbank er 500 gezinnen bij. En in de eerste drie maanden van 2012 nog eens 500. De voedselbank voorziet nu 3.728 huishoudens per week.

„Meer kunnen we niet aan”, verzucht Clara Sies, voorzitter van de Voedselbank Rotterdam. Op haar bureau ligt een propvolle witte map. Die bevat spoedaanvragen voor een voedselpakket. „Dit zijn alleen nog maar de verzoeken van deze week. Vijftig aanvragen. Hebben we allemaal moeten weigeren. Ze komen op een wachtlijst.” Sies trekt een vies gezicht bij het uitspreken van ‘wachtlijst’. „Voor eten. Ik wist niet dat het ooit zo ver zou komen.”

Ook in de rest van Nederland krijgen voedselbanken het drukker. De Stichting Voedselbanken Nederland ziet 20 procent groei in de eerste drie maanden van dit jaar. Ongewoon, zegt een woordvoerder. „We moeten alle zeilen bijzetten om niet in de knel te komen.” De landelijke stichting wijt de toename aan een nieuwe categorie hulpvragers: slachtoffers van de economische crisis.

Het zijn de mensen die Clara Sies ook in Rotterdam ziet binnenkomen. Mensen met een ‘kale’ AOW. Mensen die hun huis noodgedwongen moeten verkopen en met een restschuld achterblijven. ZZP’ers zonder opdrachten. Of mensen met een eigen winkel. „Bij alle lagen van de bevolking hakt de crisis erin”, zegt Sies. „Tegenwoordig is driekwart van onze klanten autochtoon. We krijgen nu opeens ondernemers over de vloer. Dat zijn echt van die doorpakkers, mensen die pas op het allerlaatste moment bij ons aankloppen. En dat doen ze nu. Een alarmerend signaal.” De voedselbank verwacht dat aan het einde van dit jaar het aantal hulpvragen is verdubbeld.

De crisis heeft ook gevolgen voor de toelevering van levensmiddelen. Supermarkten kopen zuiniger in en hebben minder pakketten voor de voedselbank. Dat neemt Sies de supermarkten niet kwalijk. De bedrijven hebben groot gelijk, vindt ze, dat ze letten op hun overschotten. Maar ze is wél boos op staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, CDA). Die zou aanspraak moeten maken op Europese voedselhulp.

Overschotten worden door de Europese Unie opgekocht en verspreid onder arme bevolkingsgroepen. Nederland heeft recht op zo’n 15 miljoen euro aan voedsel, meent de voedselbank, maar maakt daar als een van de weinige landen geen gebruik van. Sies: „Bleker hoeft alleen maar ‘ja’ te zeggen. Het kost niets. Dan hoeven wij niet iedere week met samengeknepen billen te wachten of we de kratten wel kunnen vullen.”

Een woordvoerder van Bleker laat weten dat de staatssecretaris om „principiële redenen” weigert. „Het Europees landbouwbeleid zou geen verkapt sociaal beleid moeten zijn. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen sociaal beleid.”

In Nederland maken voedselbanken geen deel uit van dat sociale beleid, schreef staatssecretaris De Krom (Sociale Zaken, VVD) vorig jaar aan de Tweede Kamer. „Het is een particulier initiatief en dat moet zo blijven. Voedselpakketten zijn een pleister, geen oplossing. Mensen moeten daar niet afhankelijk van worden.”

Bij de voedselbank snappen ze er niets van. Vrijwilligster Carine Cassauwers (42) verkocht vorige week haar eerste ‘nee’. Een medewerker van stadstoezicht wilde iemand aanmelden voor hulp. Zij vertelde van de klantenstop. Nee, zei de stadswacht, deze meneer kán niet op een wachtlijst, de koelkast is hier echt léég.

Cassauwers: „Zelfs voor deze mensen kunnen we nu even niets betekenen. Dat voelt niet lekker.”