Een lichtgeraakt, koersvast agitator

Zijn leven lang bleef Frans Goedhart een verzetsstrijder. Hij was oprichter van Het Parool en DS’70. Wie hem dwars zat, kon rekenen op een schriftelijke schrobbering.

Madelon de Keizer: Vrij onverveerd. Frans Goedhart, journalist en politicus, 1904-1990. Prometheus, 701 blz. € 39, 95

Politieke jeugdzondaars zijn de rechtlijnigste bekeerlingen. Ze hebben hun kennis over het kwaad immers zelf opgedaan. Hun inzicht gaat dieper. Ze zien het gevaar waar anderen blind zijn.

Veel hardnekkige anticommunisten zijn in hun jongere jaren daarom vaak zelf gestaalde communisten geweest. Ook in Nederland. In de kring van ex-communistische anticommunisten is de journalist en politicus Frans Goedhart in Nederland de belangrijkste geweest. Goedhart (1904-1990), over wie Madelon de Keizer de, iets te gedetailleerde en te weinig conceptuele, biografie Vrij onverveerd schreef, was misschien niet zo intellectueel als Jacques de Kadt (1897-1988). Maar hij had wel een echte machtspositie tegen de dreiging uit de Oost: als oprichter van het illegale Het Parool, als bestuurder en auteur bij die krant na de oorlog en als langjarig parlementariër voor de PvdA.

Drie cruciale fasen in zijn leven waren bepalend voor Goedhart. Een vaderloze jeugd in hele en halve weeshuizen. Het ontluikende bewustzijn in de jaren twintig in een milieu van anarchisten, protofascisten, communisten en bohémiens. En het verzet tegen de nazi’s en hun handlangers, waarvoor hij zou zijn geëxecuteerd als hij niet had kunnen ontsnappen.

Vooral zijn ervaring met het communisme en het nazisme waren alles bepalend. Zo overheersend dat Goedhart niet anders dan in manicheïstische termen kon denken, ook toen er in de jaren zestig een generatie aan de poort rammelde die er een ander goed/fout-schema voor de (koude) oorlog op na ging houden.

Frans Goedhart bleef niettemin tot zijn laatste snik ageren. In de ruim 65 jaar van zijn journalistieke loopbaan – hij begon na de mulo als krullenjongen bij de Velpsche Courant en hij eindigde als onverschrokken polemist bij Het Parool – zag hij het vak niet als een neutraal ambacht, maar als een wapen voor politieke agitatie. Hij was een ‘radicale burger’, zoals een vriend hem noemde. Dat was hij in de crisistijd bij Communistische Partij Holland (CPH), tijdens de bezetting in zijn illegale Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen en Het Parool, en in de jaren vijftig-zestig voor dezelfde krant die toen bijna twee decennia de vaandeldrager van de geëngageerde kwaliteitsjournalistiek was. En steeds zocht hij reuring en ruzie.

Koersvast

De eerste ruzie, bij de CPH waar hij redacteur was bij het partijorgaan De Tribune, was meteen cruciaal. In de partijstrijd tussen stalinisten en oppositionelen, die samenviel met het begin van de Grote Terreur in de Sovjet-Unie, koos hij in 1934 voor de laatsten. Door de boeken van Boris Souvarine (1895-1984), een oude communist en emigré uit Kiev, vielen hem de schellen van de ogen. Hij was niet de enige. Een halve generatie linkse jongeren werd in de tweede helft van de jaren dertig geharnast door het werk van Souvarine. Sal Tas (1905-1976) en Geert van Oorschot (1909-1987) waren, naast Jacques de Kadt, bekende geestverwanten uit die tijd. Ze bleven elkaar trouw.

Veel confrontaties volgden nog. Ook tijdens de nazibezetting, toen Goedhart een initiërende rol speelde bij de opbouw en groei van de clandestiene seculier democratisch pers. Zo liet hij zich van zijn vrouw Miep scheiden, toen hij er, zelf ondergedoken na te zijn ontsnapt aan een doodvonnis, achter kwam dat ze een verhouding had met een kameraad uit het verzet. Zijn eigen uitstapjes en kant en klare verhoudingen beoordeelde hij een stuk milder.

Datzelfde gold voor zijn conflicten bij Het Parool, dat hij bijna als zijn eigendom zag. Hij stond veel en graag op zijn ponteneur. Samenwerken, oké, maar alleen zolang het in zijn straatje paste. Wie hem dwars zat, kon rekenen op een schriftelijke schrobbering of, als het een publieke politieke zaak betrof, op een polemisch stuk in krant of tijdschrift.

Goedhart was en bleef een lichtgeraakte en soms rancuneuze man. Maar een opportunist was hij niet. Hij bleef, na zijn royement uit de CPH, koersvaster dan een politicus eigenlijk kan zijn. Toch was hij na de bevrijding tussen 1945 en 1970 lid van de Tweede Kamer voor de PvdA, de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, de Assemblee van de NAVO en organisaties die zich inzetten voor de captive nations achter het IJzeren Gordijn die door de Sovjet-Unie waren opgeslokt of onderworpen. Veel van die clubs werden betaald door de CIA.

Maar dat deerde hem niet. Zijn inzet was immers eenduidig: een halt toeroepen aan het communisme dat half Europa had veroverd en de sprong naar Zuidoost Azië ging maken. De ‘kleinere politiek’ was ondergeschikt aan die grotere opdracht. Ook al worstelde hij met het NAVO-lidmaatschap van fascistisch Portugal en keerde hij zich tegen eventuele toetreding van het Spanje van Franco tot de EEG.

Goedhart was na de bevrijding gekant, zelfs emotioneel, tegen de oorlogen in Indonesië. Ze speelden alleen maar de Sovjets in de kaart

Maar toen Indonesië medio jaren vijftig mee ging doen met de ‘ongebonden’ Derde Wereld verbrak hij de contacten. Met fellow travellers of de ‘Derde Weg’ in eigen land rekende hij niet minder genadeloos af. In zijn stijl en woordkeuze – vaak grof en op de man – onderscheidde Goedhart zich, als hij witheet was, nauwelijks van het taalgebruik in De Waarheid. Goedhart was ook de man die in 1956 eigenhandig het straatnaambordje van de Stalinlaan (Vrijheidslaan) in Amsterdam losschroefde. In die zin bleef de anticommunist een communist.

Herrenmentaliteit

Mede daarom begreep Goedhart de jongeren medio jaren zestig niet meer. Weliswaar was hij, net als Provo, gekant tegen het huwelijk van Beatrix met Claus von Amsberg, niet omdat die Duitser was maar wegens zijn lidmaatschap van de Hitlerjugend. Maar hun internationale visie was hem een gruwel. Toen kolonels in 1967 in Griekenland, nota bene een NAVO-partner, de macht grepen, zweeg hij. Een fascistische junta meer of minder was het kleinere kwaad, hoe pijnlijk ook. ‘Detente’ met het communisme was ondenkbaar.

En dat werd nou net de koers van de PvdA. Talloze meningsverschillen hadden kunnen leiden tot de breuk tussen hem en de partij. Maar het was geen toeval dat het schisma zich voltrok rond de Vietnamoorlog, die Goedhart hartstochtelijker steunde dan de Amerikaanse regering zelf. Het uiteindelijke moment was dramatisch. De Tweede Kamer behandelde een motie van de PSP tegen de bombardementen op Noord-Vietnam en de troepenmacht in Cambodja. De PvdA zou meestemmen. Goedhart nam het woord om zijn tegenstem aan te kondigen. Partijleider Joop den Uyl verklaarde daarop meteen dat Goedhart zich nu buiten de fractie had geplaatst. Goedhart stond vlak voor het spreekgestoelte`van Den Uyl, keek hem aan, zei dat hij niet langer van de partij wenste te zijn, liep naar zijn bankje, pakte zijn spullen en verliet de plenaire zaal. Hij ging verder als parlementariër voor de afgescheiden formatie Democratisch Socialisten 1970 (DS’70). Bij DS’70 probeerde hij te redden wat er te redden viel. Zo was zijn bezwaar tegen de immigratie uit Mediterranée en Suriname niet xenofoob van aard. Hij wilde niet dat autochtoon Nederland zich door deze gastarbeid een hautaine ‘Herrenmentaliteit’ zou aanmeten.

Het mocht niet baten. Hij was uitgespeeld. De journalist Robbert Ammerlaan typeerde de permanente verzetsstrijder Frans Goedhart bij diens zwanenzang op zijn 66ste als een man ‘die de oorlog heelhuids doorkwam, maar de koude oorlog nooit heeft overleefd’.