Dion Graus-land

Ik was met de nieuwe vriendin in Miami en omgeving en verlegde mijn grenzen. Zo bezocht ik het Lion Country Safari World Amusement Park, een pretpark waar het wilde dier centraal staat. De nieuwe vriendin houdt van beesten, vandaar.

Het avontuur begon op de oprijlaan, tussen de bomen stonden metershoge foto’s van de dieren die we gingen ontmoeten. We herkenden de struisvogel, de leeuw, het nijlpaard en de chimpansee. Om de zoveel meter stond een bord met de tekst ‘Are you ready for your first Africa adventure?’

Dat waren we.

Bij de kassa gaf een meisje met een giraffe-pet ons een cd, die we tijdens het rijden moesten afspelen. Verder moesten de autoraampjes dicht en mochten we geen beesten omver rijden. Naast de kassa stond een foto van een hert. Het hert zei: ‘This is our home! We do not know that cars can hurt us.’

We reden het park binnen.

Het eerste wat we zagen was een enorme landkaart van Afrika, want daar waren we nu. De boel was onderverdeeld in gebieden als ‘vogelland’, ‘zebraland’ en ‘leeuwenland’. Het geschetste beeld klopte wel zo’n beetje met het idee wat ik had van het continent. Er waren zelfs negers, alleen droegen ze hier padvinderspakjes. Ze reden in zwart-wit gestreepte auto’s waarop stond dat de leeuwen hongerig waren. Zelf hadden ze de autoraampjes gewoon open. Begrijpelijk: de leeuwen zaten achter hekken en speelden op een veld met typische leeuwendingen als picknicktafels en rioolbuizen.

We maakten kennis met de gier, de flamingo en ‘de reuzenstruisvogel’, die de weg enige tijd versperde. Ik wilde toen toeteren, maar ook dat was verboden. De vrouwenstem van de cd vertelde dat we in de souvenirshop struisvogeleieren konden kopen. Ze noemde ons ‘party-animals’ en legde uit hoe we in Lion Country Safari World Amusement Park een kinderfeestje konden organiseren, in een tent dus.

Bij de nijlpaarden en neushoorns – omdat ze zoveel op elkaar leken opgesloten in hetzelfde gebied – zei de nieuwe vriendin dat ik het nijlpaard niet mocht onderschatten. Het stond in de top vijf van gevaarlijkste dieren, reden om te controleren of de autoraampjes echt dicht waren.

Ik miste de olifant, mijn lievelingsdier uit Afrika.

In het pretparkgedeelte kregen we te maken met het engste dier van de dag: een gele kriebelrups met zwarte spikkels die op de rug van de nieuwe vriendin was gaan zitten.

Denk je dat je qua natuur alles hebt gehad.

Ik heb ’m uiteindelijk met een stokje weggehaald en op verzoek terug gelegd in zijn natuurlijke omgeving. In het gras bij de krokodillenvijver, waar een geüniformeerde meneer met maar een voortand de wacht hield.

Hij vond zijn werk leuk en zinvol.

Plop, ineens zat Dion Graus, de dierenvriend van de PVV in mijn hoofd. Later ging ik op een grote plastic leeuw zitten voor de foto.