De Ronde, ornament van de volksziel

M isschien komt het alsnog tot een spijker- en punaiseoorlog in Vlaanderen. Hadden ze dat in Irak maar gekend. De stedenoorlog tussen Oudenaarde en Geraardsbergen wordt dus zeer serieus genomen. Een onverlaat postte een anonieme brief met de mededeling dat de Ronde van Vlaanderen geboycot zou worden. Zowaar tot in parcoursschennis. De gouverneur van Oost-Vlaanderen zag zijn kans schoon om glunderend de pers te woord te staan. Ferm zei hij dat niet één spijker geduld zou worden. Politie in opperste staat van waakzaamheid – veegmateriaal in veelvoud.

Sport?

Wie had ooit gedacht dat de Ronde van Vlaanderen een schisma zou worden? Onder aanvoering van geharnaste burgemeesters en aanverwante cafébazen? Aan het parcours ligt het niet: alom stront- en slingerwegen, alom kasseien, alom draaien en keren. De Vlaamse Ardennen kunnen elkaar heuvel per heuvel dromen.

Maar er is heiligschennis gepleegd: de Muur van Geraardsbergen is weggegomd. Te weinig ruimte voor viptenten. Te archaïsch voor brute commercie. De Ronde had ineens gebrek aan compacte business. Aan relatiemanagement, aan een inner circle van patsers.

Ach, het volk: Vlaanderen is niet dood te knuppelen door mercantiele hengsten. De Ronde zal altijd de Ronde zijn: ornament van de volksziel.

Ziel: proef het woord. Dan weet je ook dat misbruik en charlatanisme wenkt. Laat een paar koeien grazen langs het commerciële riool, en de idylle blijft onweerstaanbaar. Tijdens de Ronde geboren worden – hoger kan een worp niet zijn. Aan voornamen geen gebrek: van Briek tot Rik, Johan, Tom en Fabian – de paternoster is eindeloos.

Zondag zal ook de dorpsruzie tussen Geraardsbergen en Oudenaarde versterven in jubel. Omdat de Ronde uiteindelijk onversneden romantiek is: zonder begin en einde. De meet ligt in het hart, niet in een streep asfalt. De Ronde is een passe-partout voor alle niet ingeloste verwachtingen. Voor het wezen van zogenaamde identiteit.

Wij, de Ronde van Vlaanderen.

Haal er Jan Raas, Hennie Kuiper, Erik Dekker of Alessandro Ballan bij: zij zullen niet anders zeggen. De Ronde: Colosseum van de lage landen. Natuurlijk is het overdreven, allicht vooroorlogse mythevorming. Maar precies daarin ligt het geheim van Vlaanderens mooiste. Circulaire beweging buiten de tijd om.

Erfgoed.

Nu dan vercommercialiseerd door een mediatycoon, maar het doet niets af aan de charme, aan de illusie, aan het epos van een dag. Wat altijd zal blijven, is de herinnering aan ontbering en exploten, aan pech en triomf. Alle hedendaagse, multicolore televisiegeweld ten spijt, de Ronde is en blijft zwart-wit.

Zoals strontwegen zijn, in glorie en verval.

Het allerleukste en het aller droevigste zijn de speculaties van wielerfilosofen aan de vooravond van een klassieker. Alsof zij bidons zouden kunnen lezen – die lachwekkende pretentie. Met altijd een zee van uitroeptekens achter gebeitelde namen: Boonen, Cancellara, Sagan, Chavanel, Pozzato.

Haal er dan meteen God bij.

Het opperwezen staat sowieso dicht bij wielrennen, als Hij zelf al niet gevat is in een klikpedaal. Zo zijn ook de Vlaamse Ardennen: almachtig in schijn en wezen. De oude Kwaremont, de Paterberg: je denkt aan bulten, maar na 250 kilometer sta je ineens voor een Alp. Niet eens geplaveid.

Iedereen hondenkar.

Slijtage.

Maar dan, verderop, ligt de meet. Een streep waar hallucinatie begint te knetteren. Waar het gefolterde lichaam zich uitrolt in opperste extase. Alle Rondewinnaars verlangen naar hun vorige lichaam.

Naar gekende pijn van verlossing.

Misschien is dat de charme van de Ronde: gelouterd afzien. Dan pas ben je renner. Dan heb je recht van spreken.

Over verlangen en mysterie.