De bedenker van het 'biefstuksocialisme'

De bevlogen PvdA-politicus en econoom Hans van den Doel overleed woensdag. Hij nam al vroeg afscheid van de politiek.

Hij is de bedenker van het woord ‘biefstuksocialisme’ en hij werd ooit de hardnekkigste debater van Nederland genoemd. Woensdag overleed Hans van den Doel (74), sociaal-democratisch econoom en tevens een van de leidende ideologen achter de Nieuw Links-beweging in de Partij van de Arbeid.

Noodgedwongen deed Van den Doel al jong een stap terug. Twintigers en dertigers zijn daardoor nauwelijks bekend met de bevlogen en belezen PvdA’er. En dat is een gemis.

Neem zijn scherpe kritiek op wijlen Joop den Uyl, partijgenoot en zijn politieke leermeester. In heldere lijnen kon Van den Doel uiteenzetten wat de wezenlijke fouten van het sociaal-economische bestel zijn: de mengvorm van marktmechanisme en democratie. De beslissingen over de collectieve voorzieningen vinden plaats in het parlement (de democratie) terwijl de beslissingen over de financiering ervan plaatsvinden in het marktsysteem. Er is geen verbindende coördinatie tussen die twee.

Ook nu nog is de welvaartstheorie van Van den Doel actueel, zegt collega en vriend Arnold Heertje. „Zijn kritiek op de eenzijdige nadruk op groei bijvoorbeeld. Als Van den Doel nog wetenschappelijk kon functioneren en deelnemen aan het debat in de PvdA, dan was de oriëntatie van de PvdA op welvaart veel ruimer geweest. Dan had oud-partijleider Wim Kok niet geroepen: ‘Werk, werk, werk’.” Want dat is precies waartegen Van den Doel streed. Simpel gezegd: de arbeider wordt niet gelukkig van alleen een biefstukje, hij wil ook goed onderwijs. Heertje: „Onderwijsinstellingen die investeren in vastgoed zijn niet bezig met het primaire proces. Van den Doel zou zeggen: zij verwaarlozen de welvaart in ruime zin.”

In 1967 kwam Van den Doel namens de PvdA in de Tweede Kamer. Hij promoveerde begin jaren zeventig in Rotterdam. In 1973 besloot hij verder te gaan in de wetenschap, hij liet er een ministerschap voor schieten. Enkele jaren later nam hij in Amsterdam de leerstoel welvaartstheorie van Pieter Hennipman over.

Van den Doels carrière kwam in 1981 plotseling tot stilstand, door een hersenbloeding. Heertje memoreert zijn boek Democratie en welvaartstheorie uit 1975. „Liefst drie drukken! Dat is veel. En vertaald in het Engels”, roept hij enthousiast uit. „Het is een enorm verlies voor de beoefening van de economie dat hij zo vroegtijdig gesneuveld is.”