Brieven opinie

Enquête vertraagt betere wooncorporaties

Na recente problemen bij Vestia wil de Tweede Kamer nu een parlementaire enquête. Jammer, want de enquêtecommissie gaat niets nieuws aanbevelen en een enquête leidt mogelijk tot tijdverlies bij het invoeren van maatregelen ter versterking van goed bestuur in de corporatiesector.

De politiek heeft bij de verzelfstandiging van de corporaties onvoldoende kaders gesteld: denk aan regels voor goed bestuur, beloning, diversiteit en kwaliteit van bestuur en interne toezichthouders, en maximale zittingstermijnen. Het externe toezicht is versnipperd.

Sinds de jaren negentig zijn woningcorporaties in omvang en complexiteit sterk gegroeid, hun verdienmodel is veranderd door Europese regelgeving, en er zijn extra belastingen en heffingen gekomen. Ondanks alle veranderingen is het profiel van de toezichthouders en bestuurders nauwelijks veranderd. Dat kan leiden tot problemen.

De onderwerpen die moeten worden aangepakt zijn al jaren bekend, maar de noodzaak tot aanpakken wordt niet gevoeld. Wij voorspellen dat de enquêtecommissie straks deze aanbevelingen gaat doen: strakker extern toezicht onder verantwoordelijkheid van een Woonautoriteit; sterker intern toezicht door aanvullende wetgeving en kwaliteitsverbetering; verscherpte beloningscodes voor bestuur en toezichthouders; meer aandacht voor risicomanagement en compliance; een visitatiemethodiek die aanzet tot leren en verbeteren.

Onze grootste zorg is dat de enquête invoering van deze vijf hoogst noodzakelijke punten vertraagt. Een interessantere vraag voor de commissie is: waarom zijn deze oplossingen niet allang doorgevoerd?

Teun Sluijters

Klaas Franken

Respectievelijk interim-manager en adviseur bij woningcorporaties

Zonne-energie is duurder dan fossiele energie

Binnen een week kwam twee keer zonne-energie aan de orde in NRC Handelsblad (23 en 26 maart).In beide stukken wordt gemeld dat zonne-energie nu al concurrerend is met elektriciteit uit fossiele energie. Daarbij wordt wel als voorwaarde gesteld dat consumenten stroom kunnen terugleveren aan het net tegen marktprijs. Die marktprijs is 0,225 euro per kWh. Daarbij wordt niet vermeld dat de marktprijs grotendeels bestaat uit netwerkkosten en belastingen. Leveringskosten beslaan slechts zo’n 0,07 euro per kWh. Dat betekent dat elektriciteit uit zonne-energie nog verre van concurrerend is met die uit fossiele energie. Zonne-energie wordt in dit geval zwaar gesubsidieerd door de overheid en door de netbeheerder, die de teruglevering mogelijk maakt.

Kees van Loon

Lelystad

Al Jazeera berichtte wel over de opstand in Bahrein

Daad Kajo veronderstelt gestook van Al Jazeera en Al Jazeera’s financier Qatar in Syrië (Opinie, 29 maart). De agenda’s van verschillende nabije en verder gelegen landen die zich met Syrië bemoeien, moeten inderdaad met scepsis worden bezien. Zo is Qatar zeker niet per se op bevordering van democratie gericht. Drie dagen geleden nog las ik in Doha een bericht in de krant dat een diplomatieke delegatie uit Wit-Rusland was ontvangen, ter versterking van de banden tussen de twee landen. Maar anders dan Kajo beweert, heeft Al Jazeera wel degelijk uitgebreid bericht over de opstand in Bahrein, onder meer met een documentaire over de wijze waarop het regime artsen terroriseerde die gewonde opstandelingen hadden geholpen.

Neil van der Linden

Amsterdam

Oomen helpt discussie talenstudies niet verder

Als tevreden alumnus van de Roosevelt Academy, Middelburg, juich ik Barbara Oomens enthousiasme over Nederlandse university colleges toe (Opinie, 27 maart). Oomen demonstreert dat een brede studie niet oppervlakkig hoeft te zijn.

Oomen wekt echter de schijn dat talenonderwijs aan een university college kan wedijveren met een reguliere talenstudie. Dit is onterecht, want je kunt met de beste wil van de wereld geen degelijke talenstudie doen aan onze colleges. Zo zijn er vier vakken Frans aan de Roosevelt Academy, waarvan de eerste drie voornamelijk gaan om elementaire taalverwerving en het behalen van het Europese B2-niveau (dat van een onafhankelijke spreker). Met een semester in Frankrijk zou je daar nog vier vakken bij kunnen optellen. Daarmee kom je verdeeld over de driejarige studie op acht vakken en 60 ECTS, gelijk aan één jaar voltijd onderwijs. Een student zou dus zelfs met het maximum aan Franse vakken de rest van zijn opleiding moeten vullen met vakken die niet over de Franse taal gaan en niet in het Frans worden gegeven. Het is onmogelijk om op deze manier de intensiteit en diepgang van een bachelor Frans, of zelfs een bredere studie moderne talen, te evenaren.

Een tweede bezwaar is de claim dat in Angelsaksische landen een ‘brede college-opleiding’ de norm is. In de VS zijn deze de norm, maar in het Verenigd Koninkrijk kiezen scholieren al op hun zeventiende voor een universitaire opleiding als scheikunde of geschiedenis. Veel van de Britse talenstudies worden gefaciliteerd door bredere faculteiten. Deze verbreding lijkt echter niet op het onderwijs dat aan Nederlandse university colleges gegeven wordt.

Jasper van der Steen

Promovendus geschiedenis aan de Universiteit Leiden en alumnus Roosevelt Academy, Middelburg