Boerka's, baarden en clichés

De hemelverdiener van Ayad Akhtar is meteen een hit. Anno 2012 kunnen we nog steeds geen genoeg krijgen van de wereld van de moslimkitsch.

Boekrecensent

Zoals The Help (vertaald als Een keukenmeidenroman) dé hit was van 2010, zo wordt het debuut van de in de Verenigde Staten geboren Pakistaanse schrijver Ayad Akhtar de knaller van 2012, voorspelt een recensent van Chicago Tribune. De vergelijking is begrijpelijk. Want zowel inhoudelijk als op uiterlijk vertoon kunnen de boeken de concurrentie eenvoudig aan. Voor beide zijn grootse campagnes opgezet en de rechten werden nog voor verschijning aan veel landen verkocht – in het geval van De hemelverdiener aan 21 landen. Tot zover het lawaai eromheen.

Dan de inhoudelijke overeenkomsten. Beide boeken zijn niet goed: de plots draaien om de bevestiging van een clichébeeld. Waar Kathryn Stockett met The Help wilde laten zien hoe zwarte vrouwen leefden in de jaren 60, wil Ayad Akhtar tonen hoe het was om als moslim op te groeien in Amerika eind van jaren 70. Zoals te verwachten valt, was het voor die zwarte vrouwen toen geen pretje, net zo min als het dat was voor een moslim. De zwarte vrouwen werden onderdrukt door hun blanke madammen, de moslimvrouwen worden onderdrukt door hun moslimmannen. En voor wie het nog niet wist: moslimmannen zijn baarddragende Jodenhaters die als hobby hebben hun vrouw in elkaar te beuken. Zit er een genuanceerde moslim tussen, dan is het meteen een Jodenvriend, een afvallige en doet hij aan orale seks.

Tot zover de basisfeiten van De hemelverdiener. Akhtars drama draait om een jongen wiens moeders vriendin uit Pakistan is gevlucht na een vernederend huwelijk. In de VS wordt de jongen verliefd op deze mooie vriendin, Mina geheten. Hij leert van haar de diepere betekenis van de Koran kennen en hij ontdekt per ongeluk hoe een naakte Mina eruitziet (ze heeft een ‘zwarte driehoek tussen haar benen’). Deze Mina wordt verliefd op een Jood, en dat roept uiteraard problemen op binnen de Pakistaanse gemeenschap. Het jaloerse jongetje, dat inmiddels zwaargelovig is, verzint een list waardoor de Jood verdwijnt, waarna Mina uiteindelijk trouwt met een fundamentalist van wie ze al boerkadragend binnenshuis moet blijven. Voordat ze sterft aan kanker biecht de jongen zijn list op. Vrede is met beiden. En vijftien jaar later ontmoet hij de Joodse man, en ook daarmee sluit hij vrede. De jongen krijgt verkering met een Joods meisje. Eind goed, al goed, jammer alleen van die dode Mina.

Geeft de roman inzicht in hoe een moslimjongen ten tijde van president Carter opgroeide? Want dat, zo verklaarde Akhtar in interviews, was de bedoeling. Dat kan, maar er zijn ook niet-moslimjongens die in de pubertijd verliefd worden op een type Mina. Er zijn ook jongens die worstelen met hun religie of van wie de vader aan de drank is. Wat dat betreft is dit boek een Dimitri Verhulst meets Jan Siebelink, maar dan twintig jaar later.

Dat het boek goed verkoopt is dus niet te danken aan het verhaal en of aan het diepere inzicht in moslimlevens veertig jaar geleden. Aan de stijl kan het ook niet liggen, want die is niet bijzonder. Langdradige scènes als „‘Wil je een glaasje water voor me gaan halen?’ ‘Mmm-hmm.’ Ik daalde af naar de keuken, vulde een glas water uit de kraan en bracht het naar haar kamer” doen de snelheid van het plot geen goed. Het ergste zijn de beschrijvingen van personages: aardige Joden hebben een grote neus, foute moslims zijn pokdalig en mooie vrouwen hebben amandelvormige ogen. Natuurlijk, welke vorm zouden ze anders kunnen hebben? Walnootvormig? Ik pleit hierbij voor een verbod op het uitgeven van boeken waarin vrouwen amandelvormige ogen hebben.

Waarom dit boek dan wel dé hit is van 2012? Dat heeft vast te maken met de woordenlijst achterin. Die bevestigt dat we hier in de wondere wereld komen van de moslimkitsch, en daar kunnen we anno 2012 nog steeds geen genoeg van krijgen. Zo wordt in die woordenlijst bevestigd dat ‘djellaba’ een lang Arabisch gewaad is, maar weten we nu ook dat ‘ghee’ geklaarde boter is, en dat is toch lang niet mis.

Ayad Akhtar: De hemelverdiener. Uit het Engels vertaald door Ko Kooman. Cargo, 384 blz. € 19,90