Bezorgdheid over politie in Kamer

Een veiligheidsminister die van alles een prioriteit maakt, verspeelt de gunst van de politie. De oppositie in de Kamer nam minister Opstelten gisteren de maat.

Annemarie Kas

Hij begon aan deze kabinetsperiode als minister van Veiligheid, met een hoofdletter V. En dus als dé man van de politie. Maar dat beeld van minister Ivo Opstelten (VVD) begint scheurtjes te vertonen.

Gisteren debatteerde de Tweede Kamer met Opstelten over de politie. En de ontwikkelingen rond de korpsen beginnen „een gevaarlijke cocktail” te worden, zoals Arie Slob van de ChristenUnie het samenvatte. De rode draad van het debat: hoeveel sores kunnen politieagenten eigenlijk nog hebben?

Van nature zijn agenten loyale types, maar aan die loyaliteit lijkt een einde te komen, zei Slob. „Ik ben geschrokken: agenten raken gedemotiveerd, voelen zich niet gewaardeerd. Hun enthousiasme loopt weg. En dat zou je niet gezegd hebben, bij het aantreden van deze minister.”

De oppositie had verder kritiek op het overvolle prioriteitenlijstje van Opstelten. De dierenpolitie (waarvan voormalig PVV’er Hero Brinkman ineens helemáál geen voorstander bleek). Aanpak van illegale drugshandel die straks toeneemt door de invoering van de wietpas. Mensenhandel, kinderporno. Terwijl steeds uit onderzoeken blijkt dat agenten al te lange dagen maken. „Een hele waslijst aan nieuwe prioriteiten, terwijl de capaciteit hetzelfde blijft. Dit kabinet overvraagt de agenten”, was de conclusie van Tofik Dibi (GroenLinks).

Dan spelen ook nog de onderhandelingen over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst voor de agenten. Die liggen al tijden stil. De Tweede Kamer is formeel geen partij in die onderhandelingen, maar vertolkte wel de stem van de politievakbonden. Die verkeren al weken in een permanente staat van boosheid. Hun leden voeren publieksvriendelijke acties – geen bonnen voor lichte vergrijpen – maar ze krijgen geen poot aan de grond bij de minister.

Opstelten heeft met succes het beeld weten neer te zetten dat de bonden zakkenvullers zijn met hun eis van 3 procent extra loon, zei Attje Kuiken (PvdA). Terwijl de bonden allang hebben toegegeven dat zij bereid zijn een nullijn te accepteren, als daar maar iets tegenover staat. Een verbetering van de arbeidstijden bijvoorbeeld, de mogelijkheid voor oudere agenten om eerder met pensioen te kunnen. En hoewel Opstelten ontkende, wist het publiek in de volle debatzaal wel beter: hij moet met verder onderhandelen wachten tot in het Catshuis besluiten zijn genomen over de bezuinigingen.

Tot slot was er de nationale politie, Opsteltens paradepaardje. De 26 regionale korpsen moeten één nationaal korps worden. De invoering daarvan is al een keer uitgesteld. Nu hoopt Opstelten dat hij per 1 juli van start kan gaan, maar die kans lijkt klein. De Eerste Kamer is niet van plan haast te maken met de behandeling van de wet.

Opstelten moest dus wel toegeven: „Ik kan me voorstellen dat daarover onrust bestaat.”