Column

Romeo en Julia in Hoogezand-Sappemeer

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Of ik de 18 gepasseerd ben. Dat wil YouTube weten. Zo niet dan mag ik de nieuwe videoclip van Madonna niet zien. Dus verklaar ik dat ik die ouderwetse filmkeuringsleeftijd, voor de Nederlandse bioscopen afgeschaft in 1977, achter me heb gelaten.

Ik bekijk de clip. Girl Gone Wild heet Madonna’s nieuwste. Ik zie niks onoorbaars. Alles zit in de schaduw. De zedeprekers van YouTube nemen aanstoot aan een spannende vrouw van 53 (gètver!), die overtuigend kan dansen (op haar leeftijd!) en die fantaseert over schaars geklede (schande!) mooie mannen die aan elkaar zitten. En aan haar.

Wissel nu de seksen even. Vul Snoop Dogg in voor Madonna. Bekijk op YouTube zijn song Sweat. Spannende, rijpe man. Schaars geklede vrouwen die aan elkaar zitten. En aan hem. En mij is niet gevraagd of ik oud genoeg ben om ertegen te kunnen. Hoeft niet, want dit verloopt volgens de normen van de traditionele hartstocht: meneer is hetero en meneer fantaseert.

YouTube is bang. Bang voor vrouwen die niet jong zijn maar wel vrouw. Bang voor mannen die wel man zijn maar net een beetje anders. En bang dat het publiek net zo bang is uitgevallen. Pfff. Kan dat machomoralisme nou eens weg?

En voor wie gaat die Madonnaclip nou eigenlijk te ver? Liggen de jongeren in Hoogezand-Sappemeer er wakker van? Nee, die hebben wel wat anders aan hun hoofd.

Vorige maand vertelde theatermaker Ko van den Bosch me dat hij samen met Jos Zandvliet (van de Dogtroep) aan het werk was met „derde-generatie bankzitters” in Hoogezand-Sappemeer. Werkloos, rond de twintig en onhandelbaar. Maar wel overgehaald om mee te doen aan een locale variant op Romeo en Julia. De koffie wordt geschonken door mensen uit een reïntegratieproject. In het koor zitten de leden van een zelfhulpgroep, onwillig, maar Zandvliet zei: „Als je in je thee kunt roeren, kun je ook zingen.”

Spring heette het stuk, in plaats van Romeo en Julia, Het werd drie avonden gespeeld, voor 500 mensen op tribunes op het schoolplein van een afgedankt schoolgebouw.

Achter een helverlicht schoolraam blies een vrouw ballonnen op. Op het platte dak wapperde de lakenwas. Meisje ertussen, mobieltje aan haar oor: Julia.

Een orkestje. Slapstick, travestie. Marokkaanse rap. Vuur. Dankzij de expertise van het Noord Nederlands Toneel werd de kunst gemobiliseerd voor gezelligheid, eigenwaarde, onderlinge banden, sociaal genot. Ik voelde de verbeelding golven.

Ko van den Bosch herschreef Romeo en Julia naar de eigen verhalen van de spelers. Vandaar die bierkeet: Yvonne’s bierpaleis. Yvonne is een ranke diva met een grote pruik en ellebooghoge zwarte handschoenen. „Ja, die zijn mooi, en gelukkig ook warm. Want met blote schouders in de avondlucht…” Ik heb de actrice aan de telefoon. Ze heet Yvonne van Mastrigt en ze is in het dagelijks leven burgemeester van Hoogezand-Sappemeer. „Die jongeren willen met niemand iets te maken hebben en al helemaal niet met mij.” Daarom had ze een rolletje gevraagd, „iets kleins, zonder tekst”. Het werd barjuffrouw. Van een bierkeet die ontploft.

Kan dat wel, voor een burgemeester? „Ach, kritiek is er altijd. Op alle managerscursussen is ‘authentiek’ het sleutelwoord. Nou, dit ben ik en ik geloof niet dat mijn gezag is aangetast. In het winkelcentrum stond een groepje jongens, iemand gooide een milkshake naar me. Een ander, iemand van Spring, corrigeerde hem: ‘Niet doen, dat is de burgemeester. Die deugt’.” Haar stem trilt even.

Had het zin dat ze meedeed? Ja. „Ik heb heel veel gehoord. Ik ontken niet dat er van alles mis is. Iedereen maakt zijn eigen keus, om te vervuilen, om te vernielen, om een ander op zijn bek te slaan. Ik ben geschrokken van de ellende die deze jongeren meezeulen. Maar ook zag ik de engelachtige lichtheid waarmee sommigen dat doen. Ze hebben drie avonden laten zien dat ze iets kunnen, dat blijft ze bij. En ik laat ze niet los. Ze kennen me, nu kan ik naar ze toe.”

In Hoogezand-Sappemeer kregen Romeo en Julia elkaar. En burgemeester Van Mastrigt blijft tragedies bevechten met cultuur. Geld? Het locale bedrijfsleven vraagt ze telkens om steun. Is dat niet erg hapsnap? „Nee”, zegt ze. „Een aaneenschakeling van incidenten is ook een patroon.”