Opening Stedelijk komt opeens ‘te vroeg’

De kunstwereld en Amsterdam halen opgelucht adem: het Stedelijk gaat in september open. Maar niet met de gedroomde expositie.

Het door Benthem Crouwel Architekten ontworpen nieuwe gebouw van het Stedelijk, gemaakt van 271 panelen van een nieuw, extreem licht soort composietmateriaal. Foto Olivier Middendorp

Zo’n beetje alles wat maar mis kon gaan met de verbouwing van het Stedelijk Museum in Amsterdam ging ook mis. De verbouwing liep ruim vier jaar uit, de aannemer ging failliet, de kosten (totaal 127 miljoen) vielen ten minste 20 miljoen hoger uit en er was op het laatst nog onenigheid tussen de gemeente en het museum over de bijdrage in de onderhoudskosten van het door Benthem Crouwel Architekten ontworpen gebouw. En toen overleed ook nog in februari dit jaar onverwacht Mike Kelley (1954), de Amerikaanse kunstenaar met wiens werk het Stedelijk zijn opening zou vieren.

Maar gisteren was het eindelijk zo ver. Ann Goldstein, directeur sinds 2010, kon haar favoriete Nederlandse woord ‘open’ verbinden aan een datum: 23 september. Ze was, zei ze op een persconferentie in het nieuwe gebouw, opgetogen en trots dat ze dit bekend kon maken. Goldstein kondigde aan dat het museum een plek wordt die „rond kunst en kunstenaars” is georganiseerd. Een plek ook die 500.000 bezoekers per jaar moet trekken: 100.000 meer dan voor de sluiting in 2004.

Maar wat blijkt nu? De opening komt te vroeg voor de geplande openingsexpositie met 250 werken van Mike Kelley. Gezien de voorgeschiedenis is dit van een grote ironie. Omdat het zo lang onzeker is geweest wanneer de opening zou plaatsvinden, heeft directeur Goldstein voor de zekerheid de Kelley-expositie Themes and Variations from 35 years vanaf 14 december gepland. En die datum kan niet naar voren worden gehaald, omdat rekening moet worden gehouden met de andere musea waar de expositie later naar toe reist, zoals het Centre Pompidou in Parijs.

De openingsexpositie wordt nu Beyond Imagination: werk van twintig kunstenaars die in Nederland werken, die zich bogen over het thema grenzen tussen realiteit en fictie. Het Stedelijk als plek voor nieuwe projecten is iets waar al zo naar wordt gesnakt, dat jonge ontwerpers dit jaar de website temporarystedelijk.nl begonnen met werk van kunstenaars die in Amsterdam wonen. Maar de grote openingsknaller wordt dit niet. Exposities van nieuwe aankopen heeft het museum elke zomer.

Wethouder Gehrels (PvdA, Cultuur), die in de afgelopen jaren tegenslag na tegenslag heeft moeten uitleggen, kon gisteren melden dat er een akkoord is over de onderhoudskosten na de opening. Nu kan bijna de inrichting beginnen van het gebouw dat eind april definitief wordt opgeleverd. Of eigenlijk gaat het om twee gebouwen: het gerenoveerde Stedelijk uit 1895 waar de vaste collectie te zien zal zijn, met voor het eerst een permanente presentatie van design. De beeldende kunst tot 1960 zal er worden opgesteld naar thema’s. Voor werk na 1960 zullen er onder meer monografische zalen zijn, gewijd aan bijvoorbeeld Barnett Newman. En daarnaast is er de nieuwbouw, een uitbreiding van 10.000 vierkante meter: een verdubbeling van de totale ruimte.

Ann Goldstein heeft nog tijd om zich te bewijzen. De legendarische La Grande Parade in 1985 organiseerde toenmalig directeur Edy de Wilde niet pas bij zijn afscheid, nadat hij 22 jaar directeur was geweest.

En de bezoeker? Die kan straks naar binnen, en dat maakt iedereen gelukkig.